Een land zonder maat

De Russische ziel die weet wat. `De Russische ziel was een West-Europese vinding, die halverwege de negentiende eeuw werd gelanceerd.' Dat schrijft Hans Boland, slavist en vertaler van Poesjkin, in zijn zojuist verschenen boek over zijn fascinatie voor, afkeer van en verhouding tot Rusland. De Russische ziel heeft na vijfendertig jaar ervaring met land en volk geen geheimen meer voor hem, hij lust hem (of is het `haar'?) rauw, hij rekent er dan ook in het ruim vijftig bladzijden tellende slothoofdstuk van zijn boek definitief mee af. Het is een meeslepend betoog dat soms flink tot tegenspraak prikkelt. Toch geloof ik dat Boland over het algemeen gelijk heeft. Extremisme ziet Boland als de meest fundamentele eigenschap van de Russische ziel. `Ze laveert tussen halve heiligen en niets ontziend gespuis, verovert de wereld of trekt zich in zichzelf terug, schept bovenaardse schoonheid of vernietigt op een verbijsterende schaal. Nooit houdt ze maat.' Andere kanten van de Russische ziel zijn megalomanie, xenofobie, gastvrijheid, religie, alcoholisme, nationalisme en chauvinisme, alles bij elkaar dus weinig positieve eigenschappen op die gastvrijheid na. Ook de religie is niet positief bedoeld want de Russische vorm van religieuze beleving kan in Bolands ogen geen genade vinden. Er is weinig tegenin te brengen, behalve misschien dat de Russische ziel, sinds Rusland na de ineenstorting van de Sovjetunie langzamerhand een normaal land begon te worden, zijn scherpe kantjes begint te verliezen. Met het groeien van de middenklasse wordt ook de ziel van het volk wat minder exuberant. Maar ik moet toegeven, nog steeds zijn Russen anders. Vooral als het gaat over Tsjetsjenen – vijfennegentig procent van de Russen staat pal achter Poetin, en achter Servië – voor vijfennegentig procent van de Russen zijn Milosevic en Karadzic helden en de Bosnische moslims en de NAVO de schurken. Voor Poetin heeft Boland overigens geen goed woord over. De enige Russische leider die hij bewondert is Gorbatsjov – die nu juist door de gemiddelde Rus zo wordt gehaat – vanwege de vreedzame wijze waarop deze de Sovjetunie wist te onttakelen.

Hoewel Bolands afrekening met de Russische ziel interessant genoeg is, gaat gelukkig niet zijn hele boek daarover. Mijn Russische ziel is na een inleiding over Bolands eerste kennismaking met de Russische taal, zijn studiejaren en zijn eerste contacten met Russen (en daarmee ook meteen met hun ziel) voor een groot deel een impressie van zijn lange verblijf in Rusland. Hij doceerde in de jaren negentig eerst een jaar Nederlands aan de universiteit van Vologda, een stad in Noord-Rusland, en vervolgens vier jaar aan de universiteit van Sint-Petersburg. Hij werd betaald als een Rus, wat wil zeggen dat zijn salaris tussen de twintig en tachtig euro per maand bedroeg, en leefde er als een Rus. Boland besluit zijn Russische omzwervingen met het verslag van een recente reis van het uiterste noordoosten naar het zuidoosten van Europees Rusland. Je leest hoezeer Rusland de laatste jaren sterk is veranderd en, wat je er ook van mag zeggen, grotendeels in zijn voordeel. Maar wonderen kun je niet verwachten, er is in het moderne Rusland nog veel van de oude Sovjetunie terug te vinden, vooral in de provinciehotels waar het warme water het nog steeds niet doet en je door het bedienend personeel ouderwets onbeschoft wordt behandeld. Mijn Russische ziel geeft niet alleen de liefhebbers van de Rus en zijn ziel maar ook de gemiddelde Nederlander volop stof tot nadenken.

Hans Boland: Mijn Russische ziel. Uitgeverij Athenaeum – Polak & van Gennep. 264 blz. Prijs €17,50