Een dorp van zoute regen

Het is een mooie, onbekende foto van de dichter Herman Gorter: met een jonge vrouw die ook min of meer zijn geliefde is, Jenne Clinge Doorenbos, samen in een zeilboot. Het is volstrekt windstil, Jenne zit aan het roer. Meer dan de helft van het hoofd van de dichter valt buiten het beeld. We zien nog net zijn trotse gelaatstrekken. Dit portret van Herman Gorter is opgenomen in het boek Hier is het paradijs niet verloren. Schrijvers over Bergen aan Zee dat is verschenen ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de badplaats Bergen aan Zee in juni 2006.

Het is al vaker gezegd en beschreven: het kunstenaarsdorp Bergen Binnen en in groter verband ook het een paar kilometer westwaarts gelegen Bergen aan Zee is een `bezielde' plek. Dichters, schrijvers en schilders voelden zich erdoor aangetrokken. Dat geldt voor Adriaan Roland Holst evenzeer als voor Adriaan van Dis, voor Youp van 't Hek, Joost Zwagerman en thriller-schrijfster Saskia Noort. Hier is het paradijs niet verloren heeft dezelfde boeiende mengeling van literaire en topografische geschiedenis als het eerder verschenen Hier scheen 't geluk bereikbaar over Bergen Binnen.

Honderd jaar geleden besloot de hotelhouderszoon Christiaan Zeiler, na een internationale opleiding, zich als hotelier in een badplaats aan de Noordzeekust te vestigen. Zijn oog viel op de strook strand en duinen waar een jaar later het aanvankelijk bescheiden `Hotel Nassau-Bergen' zou verrijzen. Kleinzoon David Zeiler doet op aanstekelijke wijze verslag van de bemoeienissen van zijn grootvader, waarbij hij en passant een fraai beeld geeft van de ontwikkeling van het strandleven aan het begin van de twintigste eeuw. Een badmeester werd aangesteld; koetsjes en stoelen werden verhuurd.

Het boek schetst met uiteenlopende, rijk geïllustreerde bijdragen de bloei van Bergen aan Zee. Herman Gorter dichtte de volgende regels uit de Mei aan de kust: `Blauw dreef de zee, het water van de zon/ Vloot pas en frisscher uit de goude bron'. Adriaan van Dis schrijft op lyrische wijze hoe hij leerde vliegen boven dit bijna mythische dorp. Youp van 't Hek is goed op dreef in zijn bijdrage, waarin het naakstrand bij Schoorl de volle laag krijgt: `Het is de hel die daar op het naaktstrand sjouwt, het zijn de blinden die denken dat het meevalt, maar het valt niet mee.' Net als Van 't Hek blikt Joost Zwagerman in het tweeluik `Werken aan Zee' terug op zijn jeugd: hij bracht drie seizoenen door als ijsopschepper en patatbakker in een snackbar. Het was een droombaan. Vanachter de toonbank kon hij genadeloos het zomerse badgastenvolk met hun onhebbelijkheden en schaamteloze blootheid gadeslaan.

De schrijvers zijn een voor een verslaafd aan Bergen aan Zee. Dit maakt het boek tot een liefdesverklaring aan de badplaats. Ook krijgt de lezer in kort bestek de fine fleur van de Nederlandse literatuur onder ogen. Saskia Noort, woonachtig in Bergen, laat ons weten in een fragment uit Terug naar de Kust dat Bergen de ideale locatie is voor een livre noir: `Bergen aan Zee ziet er grijs en verlaten uit. Het waait en het regent zout water.'

Hier is het paradijs niet verloren. Schrijvers over Bergen aan Zee. Van Gorter tot Van Dis. Samenstelling: Kees de Bakker. Conserve, 184 blz. €20,–