Een aseksuele Dutroux

De eerder deze week overleden Engelse literator John Fowles werd beroemd door het verfilmde The French Lieutenant's Woman, maar wereldwijde bekendheid kreeg hij al met zijn debuut The Collector (1963). De Verzamelaar verhaalt van de kleinburgerlijke entomoloog Freddie Clegg die een meisje vangt alsof ze een vlinder is.

Fowles hield het ontvoeringsthema opmerkelijk sec. Hij verrijkte het psychologische krachtenveld van gekidnapte en ontvoerder slechts met het grote onbegrip dat klassenverschil heet. Freddie Clegg is een gefrustreerde burgerman die op zijn jaren-zestigs `niet bij zijn gevoelens kan'. Miranda Grey is een zelfbewuste studente aan de kunstacademie. De kloof blijkt onoverbrugbaar. Clegg denkt als een aseksuele Dutroux dat hij de liefde van zijn `logee' kan afdwingen. `Dan ben je dus gek', constateert Miranda Grey, `op een aardige, vriendelijke manier, natuurlijk.' Want terwijl Clegg alle voorzorgsmaatregelen neemt om ontsnapping onmogelijk te maken, doet hij ook oprecht zijn best om het de door hem verheerlijkte `M' naar de zin te maken. Zijn zelfbedrog uit onvermogen zou deerniswekkend zijn als het niet tot zo'n duivelse daad leidde. De situatie waar zijn aanbedene en hij in belanden, lijkt bij vlagen een parodie op een slecht huwelijk. `Het kwam door haar dat ik zo'n sukkel leek.'

De psychologie van Miranda Grey blijkt eigenlijk duidelijk genoeg uit de hoofdstukken waarin Clegg aan het woord is. Ze verzet zich door middel van hongerstakingen, maar paait hem ook uit zelfbehoud en om vluchtkansen te creëren. Meermalen zegt ze hem de waarheid: `Waar ik bang voor ben in jou is iets waarvan jij niet weet dat het in je zit.' Niettemin vond Fowles het nodig haar dagboek op te nemen. Als studente aan de kunstacademie is ze zich zeer bewust van de wereld om haar heen – gemoedelijk ouderwets aanwezig in de vorm van gesprekken over `de H-bom' – en tracht ze de complexe liefdesrelaties van zichzelf en haar vrienden te doorgronden. Miranda werd kortom al voor de ontvoering geobsedeerd door de existentiële vragen die Clegg juist ontwijkt.

Dit tweede perspectief werkt wel sfeer- maar niet spanningverhogend. De denkbeelden van Miranda's milieu begin jaren zestig maken van De Verzamelaar een ideeënroman over de liefde en daarmee verwante kwesties als vrijheid, onderdanigheid-dominantie, oprechtheid, enzovoort.

De Verzamelaar verscheen indertijd als ideeënroman op de Nederlandse markt, in een vertaling van Frédérique van Schouwen. Maar uitgeverij A.W. Bruna bracht het onlangs opnieuw uit – en nu doet de ietwat gemoderniseerde vertaling met prachtige termen als `straatmadelief' aangenaam gedateerd aan – in een reeks `literaire thrillers'. Het nieuwe etiket roept een tweetal boeiende vragen op. De eerste betreft de leeshouding van de boekenconsument: Wat doet die typering de roman aan? Hoe beïnvloedt ze de lezer? De tweede vraag slaat op de historische plaatsing van het werk: is er sprake van karaktermoord op een groot literair werk of is er wellicht sprake van historische rechtvaardigheid?

De Verzamelaar was een jaar of twintig geleden in de eerste plaats een tamelijk spannende literaire roman waaruit een tijdsbeeld sprak van deloyale losbandigheid in kunstenaarskringen tijdens de koude oorlog, met de benepenheid van een kleingeestige burgermoraal als een gruwelijk soort tegendeel. Scènes uit twee non-huwelijken. Bij herlezing als thriller valt op dat de klassenstrijd naar achteren schuift en de strijd der seksen een iets te opdringerig decor vormt in een opmerkelijk gedetailleerd ontvoeringsverhaal. Fowles is als thrillerauteur te veel met bijzaken bezig, iets te weinig met effectbejag ook.

Is hier dan sprake van een cross-over? Gebeurt hier mutatis mutandis wat ertoe heeft geleid dat een idealistische roman als Robinson Crusoe een kinderboek werd? Het zou onzinnig zijn om dit hartgrondig te ontkennen. Natuurlijk wordt Fowles' boek hier in de traditie van het misdaadverhaal geplaatst. Maar wat dan nog? Als het nieuwe epitheton `(literaire) thriller' dankzij een veranderde lezersverwachting maakt dat de plot meer op de voorgrond treedt, kun je hooguit zeggen dat een ander facet van het boek sterker belicht wordt dan vroeger. Kennelijk verlengt dat het leven van de roman. Of anders gesteld: tal van uitgeverijen hebben heel wat onontdekte `literaire thrillers' op hun backlists staan.

Je kunt zelfs beweren dat het voor De Verzamelaar een promotie is om terecht te komen in een traditie die volgens de Nederlandse misdaadauteur en Gouden Strop-winnaar Charles den Tex ouder is dan die van de bellettrie. Uitvergroting van de tegenstelling tussen goed en kwaad, spanning, strijd en plot behoren tot de kernelementen van de klassieke literatuur. Zonder spanningsboog immers geen verhaal of in elk geval geen oplettende lezer. En zo komt De Verzamelaar eindelijk thuis.

In een serie over heruitgegeven klassieken deze week `De verzamelaar' van de zaterdag overleden John Fowles (vertaald uit het Engels door Frédérique van Schouwen, A.W. Bruna, 272 blz, 15 euro).