De vergeefse loyaliteit van landverhuizers

Met Ultramarijn schreef Henk van Woerden voor het eerst een roman die niet in Zuid-Afrika speelt, maar in een mediterraan land, dat op Turkije lijkt en ook Griekse trekjes heeft. ,,Er loopt geen scherpe culturele grens tussen Turkije en de rest van Europa.''

`Zuid-Afrika. Uitwassen. Blanke inteelt. Lust die geen uitweg kent. Bah!'' Vol walging spuugt schilder, fotograaf en schrijver Henk van Woerden (1947) deze woorden uit. We hebben het over een blanke Zuid-Afrikaanse geleerde die zijn zoontje als kind heeft verkracht. Het is maar een zijlijntje in het gesprek over zijn bedwelmende maar raadselachtige nieuwe boek Ultramarijn.

Het is zijn eerste roman die niet gaat over Zuid-Afrika, het land waarheen hij op negenjarige leeftijd vanuit Nederland emigreerde en dat hij twaalf jaar later wegens de apartheidspolitiek verbitterd verliet. Hoe anders, zonder walging of verbittering, beschrijft hij in Ultramijn de seksualiteit in zijn geliefde Middellandse-Zeegebied. Verkrachting, biseksualiteit, incest – het is allemaal aan de orde zonder dat het de personages voorgoed lijkt aan te tasten. Hier gaat het kennelijk over lust die wél een uitweg kent.

Raadselachtig aan de roman is vooral dat nergens blijkt waar het verhaal zich precies afspeelt. Alles wijst erop dat het Turkije is, een land met een stad die sterk aan Istanbul doet denken, met een geschiedenis van opstanden en staatsgrepen, met een diverse bevolkingssamenstelling als gevolg van landverhuizingen, kortom een land waar de kosmopoliet Henk van Woerden van houdt. Maar waarom noemt hij dat land dan niet?

Ik heb het abstract willen houden'', zegt Van Woerden, als hij even in Nederland is voor de presentatie van zijn boek in de Amsterdamse Galerie Espace, die ook zijn foto's en tekeningen exposeert. Daarna vliegt hij snel terug naar Michigan, waar hij aan de universiteit in Ann Arbor tot Kerstmis als writer in residence colleges geeft. Met tegenzin wil hij alleen toegeven dat de hoofdstad die hij beschrijft inderdaad aan de Bosporus ligt.

,,Het moest over het Middellandse-Zeegebied gaan. Ik wilde schrijven over een mislukte muzikant wiens ouders geboren zijn in Thessaloniki. De familie van die muzikant, Joakim genaamd, behoort tot de volgelingen van Sabbatai Zevi, de valse messias, die in 1666 gedwongen werd zich te bekeren tot de islam. Al z'n volgelingen deden hem dat na. Die groep had zijn hoofdcultuur in het historische Thessaloniki, een Turkse stad waar sefardische joden geruime tijd de meerderheid van de bevolking vormden. Toen het Ottomaanse rijk verdween, kwam er in 1922 een uitwisseling van bevolkingsgroepen. De stad werd Grieks en de islamieten moesten vertrekken, ook de oorspronkelijk sefardische joden die zich tot de islam bekeerd hadden. Dat werd hun behoud, want in 1944 is joods Thessaloniki tot vrijwel de laatste man, de laatste vrouw en het laatste kind door de nazi's uitgeroeid. Thessaloniki is niet voor niets de enige bestaande stad die ik in dat gebied noem. Die stad ondergaat dezelfde identiteitscrisis of verschuiving van identiteit die ik mijn personages laat ondergaan en is daarmee typerend voor het Middellandse-Zeegebied.''

Nee, hij heeft het land niet ongenoemd gelaten omdat hij bang is voor boze islamitische reacties, of voor represailles waarmee zijn Turkse collega Orhan Pamuk wordt bedreigd, die terecht moet staan voor zijn vermeende uitlatingen over de Turkse genocide op Armeniërs.

,,Ik houd van Turkije en heb geen hekel aan de islam. De islam is helemaal geen probleem, alle problemen met immigranten hebben altijd met cultuur te maken. Het probleem met Turkije is hoe dat land omgaat met zijn minderheden, met de diversiteit van zijn bevolkingsamenstelling, Dat is op nationalistische leest geschoeid, daarin heeft Pamuk groot gelijk.''

Toch blijft het vreemd dat het boek speelt in een sterk op Turkije lijkend land, terwijl Van Woerden veel meer thuis is in Griekenland. Daarheen vertrok hij in 1969, nadat hij negen maanden in Nederland had gewoond en ,,gillend gek'' geworden was van de protestantse stijfheid en de – ondanks provo's en hippies – overheersende jaren vijftig-sfeer. Hij ging op kunstreis naar Italië en belandde op Kreta waar hij ruim twee jaar bleef.

Pas later realiseer ik me waarom hij het boek niet in Griekenland kón laten spelen.

Joakim is namelijk overduidelijk gemodelleerd naar de Griekse bouzoukispeler Jordánis Tsomídis, die Van Woerden in 1998 voor deze krant bewonderend portretteerde. Maar Joakim is biseksueel en heeft als jongen ook nog eens een incestueuze relatie met zijn halfzusje Aysel bij wie hij zonder het te weten een dochter, Özlem, verwekt. Op zijn oude dag krijgt hij – alweer zonder het te beseffen – een relatie met dit als prostituee werkende meisje, dat via Duitsland en Nederland naar het land van haar ouders is teruggekeerd. Zo'n geschiedenis kun je natuurlijk onmogelijk aan een bestaande, internationaal bekende persoon ophangen.

Omgekeerde weg

Om iedere gelijkenis tussen Jordánis en Joakim weg te nemen heeft Van Woerden zijn romanpersonage vermoedelijk precies de omgekeerde weg laten bewandelen als Tsomídis. Joakims familie gaat van een inmiddels Grieks geworden stad naar Turkije, Jordánis werd in 1933 geboren in Piraeus, terwijl zijn ouders afkomstig waren uit Samsun aan de Zwarte Zee. Na het verlies van Grieks Klein-Azië vluchtte de familie in 1922 uit Turkije. Met meer dan een miljoen andere berooide landgenoten kwamen ze in de overvolle steden terecht. In het Piraeus van de jaren dertig zou de herinnering aan het oosten levend blijven. De meeste vluchtelingen – zeker die uit Constantinopel en Smyrna – dachten met weemoed terug aan het land van herkomst. En om die weemoed van landverhuizers, hun vergeefse loyaliteit, hun trouw, hun verterende heimwee is het Van Woerden altijd, in ieder boek, elke foto, elk schilderij te doen.

Maar de weigering van Van Woerden om een specifiek land in het Middellandse-Zeegebied te noemen, heeft ook een politieke, anti-nationalistische achtergrond. ,,Er loopt geen scherp te definiëren cultureel-geografische grens tussen Europa en Turkije. Wat maar weinig mensen weten, is dat veel van de Griekse mythes, bijvoorbeeld over de cyclopen, ook Turks zijn.''

Hij vindt het onzinnig dat Turkije geen lid zou kunnen worden van de EU, omdat het niet tot de westerse cultuur zou behoren. ,,Wat is westers? Joods-christelijk? Alsof de Grieken zo joods-christelijk zijn! Die hebben de Renaissance en de Verlichting ook overgeslagen. Maar de Grieken hebben het grote voordeel dat ze er blank uitzien en geen islamieten zijn. Als er werkelijk een culturele grens tussen Griekenland en Turkije loopt, wijs mij die dan maar eens aan.''

De door Van Woerden vereerde bouzoukispeler Jordánis hing het ideaal van de grenzeloosheid, de vaderlandsloosheid aan, maar voelde zich door het noodlot gebonden aan zijn taal, afkomst en gebied van herkomst. Jordánis volgt de `polsslag van het landschap', schreef Van Woerden ooit over de Griekse muzikant. ,,Er wordt in zijn spel iets beleden dat glénti ápo píkra heette, letterlijk: feest om het bittere, om het noodlot.''

Een soortgelijke passage keert terug in Ultramarijn als Joakims dochter en geliefde Özlem reageert op zijn luitmuziek. Het noodlot wordt in de roman verbeeld door de incestueuze broer-zus- en later vader-dochterrelatie, waardoor niemand aan zijn herkomst kan ontsnappen. Aan dit ontroerende dubbele incestverhaal ligt de Griekse mythe – tevens Turks volksverhaal – over Myrrha of Smyrna, de moeder van Adonis ten grondslag. Adonis kwam voort uit de relatie tussen de klein-Aziatische koning, Teias en diens dochter Myrrha. Teias had erover opgeschept dat zijn dochter mooier was dan Aphrodite. De godin nam wraak door Myrrha een onbedwingbaar verlangen naar haar vader in te geven. Zonder dat hij het wist, beschermd door het duister, bracht zij twaalf nachten achtereen met hem door. Toen de vader dit ontdekte, wilde hij haar vermoorden. Zij riep de hulp in van de goden die haar in een myrrhe-boom veranderden.

,,Het verschil met mijn verhaal'', zegt Van Woerden, ,,is dat in Ultramarijn de vader er ogenschijnlijk niet achter komt en dat Özlem, zodra ze weet wie haar minnaar is, niet meer met hem wil vrijen. Los van het opgelegde taboe bestaat er kennelijk een natuurlijke gevoelsmatige afkeer van incest waar ik niet onderuit kom.''

In de beschrijving van de liefdesrelaties van Joakim, zowel met zijn minnaar Avram als met zijn halfzus en dochter is veel kritiek vervat op wat Van Woerden ziet als een westerse mentaliteitsverschuiving. ,,Joakim is nog regelrecht uit de klassieke tijd afkomstig. Seksenverschillen bestaan helemaal niet in zijn wereld. Er zijn geen mannen of vrouwen, er zijn alleen maar liefdesobjecten. Dat onderscheid tussen de seksen wordt in grote delen van het Middenlandse-Zeegebied van oudsher niet gemaakt. Vrijwel alles kan er op seksueel gebied, zolang het maar niet naar buiten komt.

Beatnik-generatie

,,Het westen legt de inrichting van seksenverschillen tegenwoordig op aan mensen uit andere culturen. Je hoort op onze manier vrouwen te bevrijden, je hoort als homo uit de kast te komen, zonder rekening te houden met wat je daarmee allemaal kapotmaakt. Al die homo's uit de jaren vijftig van de beatnik-generatie gingen juist naar het Middellandse-Zeegebied vanwege de vrijheid in de omgang tussen mannen. Het is daar deel van de cultuur, weliswaar van een cultuur die officieel niet bestaat en officieel ontkend en soms bestraft wordt, maar die toch in grote delen van het Middellandse-Zeegebied oogluikend werd en wordt getolereerd. Hoe meer de nadruk komt te liggen op het westerse perspectief waarbij alles per se in de openbaarheid moet, hoe meer repressie er komt. Die homo-repressie in dat hele gebied komt voort uit het westerse neokolonialisme.''

In Ultramarijn wordt de kritiek op de westerse seksuele moraal verwoord door Özlem en haar zwarte collega-hoer, de travestiet Babette. Niettemin voelt Özlem zich gelukkig in de `bedorven stad' Amsterdam: `Nederlanders durven alles. Alles wat de Profeet verboden heeft is hier verkrijgbaar. De melkboer blowt. Hollanders zitten `s zomers met blote borsten in het park en niemand kijkt ervan op. Hollanders betalen een geeltje om haar kontgat te zien. Vooruit, ze mogen tussen schotten wonen, maar iedereen heeft lol.'

Meent dit Duits-Turkse meisje dit, of moeten we haar waarneming als islamitische kritiek op goddeloze Hollandse decadentie zien? Volgens Van Woerden is ze volkomen serieus. ,,Özlem komt uit Duitsland, uit een hartstikke verkrampt milieu. Dus Amsterdam is een bevrijding, hoeveel andere Duitsers hebben dat niet? Ze weet dat het een bedorven stad is, maar bedorven is natuurlijk ook lekker.''

In elk geval heeft deze immigrante een aanzienlijk zonniger kijk op Nederland dan Van Woerden toen hij hier in 1968 als Zuid-Afrikaan aankwam en gillend wegvluchtte. ,,Achteraf zie ik heus wel in dat het toen juist een leuke tijd was hier, maar ik kon niets met dit land. Het deed me te veel aan het milieu van mijn moeder en van mijn vader denken: herenboeren uit Groningen en snoepfabrikanten uit Delft. Ik had al een hekel aan Nederlandse immigranten in Zuid-Afrika. En toen ik in Nederland kwam, bleek hier een heel land vol te zitten met dat soort mensen. In het Nederlandse straatbeeld van 1968 was nog nauwelijks de immigratie zichtbaar waar we nu zoveel problemen mee blijken te hebben. Dus was Nederland voor mij een verschrikking. En dan nog dat klimaat ... Ik was zo gevormd door Afrika, door de bergen, het licht, de ruimte. Ik kreeg het hier alleen al benauwd omdat je niet verder kunt kijken dan een straat.''

Inmiddels is Nederland er in zijn ogen enorm op vooruit gegaan. ,,Er heeft zich hier door de immigratiegolf iets afgespeeld waarmee ik me heel erg vertrouwd voel, zelfs met de nare aspecten ervan. Ik heb wel eens gewaarschuwd, misschien een beetje overdreven, voor een nieuwe vorm van apartheid, maar ik voel me – nu Amsterdam bijna voor de helft zwart is – toch meer thuis in die stad dan dertig jaar geleden. Terwijl veel autochtone Nederlanders zich hier niet meer thuis zeggen te voelen, gaat dat mij steeds beter af. Daar verkneukel ik mij nogal over. Die massale immigratie is veel invloedrijker, grootser, belangrijker, interessanter, betekenisvoller dan men denkt. De hele cultuur is erdoor veranderd. De weemoed en de passie van het zuiden waarover Ultramarijn gaat, hebben we hierheen geïmporteerd en dat is een groot goed. Dan heb ik het niet alleen over de culinaire aspecten van de immigratie, maar ook over de verschillende levensstijlen en de manier waarop het Amsterdams veranderd is. Ik kan gefascineerd luisteren naar Marokkaans Amsterdams.

,,Er is een prachtige transformatie gaande van de cultuur van Amsterdam en een deel van de rest van Nederland. Dáár voel ik me in thuis. De hang naar het zuiden is van alle tijden. Vroeger moesten we er naar toe reizen, nu is het naar ons toegekomen. Er is in Nederland echt een omwenteling geweest die heel gunstig heeft uitgepakt, vergeleken bij het passieloze zooitje dat het hier in de jaren vijftig was. Ik vind het dan ook schandalig hoe de bijdrage van immigranten wordt verwaarloosd en geringschat.''

Turks verplicht

De grootste fout die we in Nederland maken ten opzichte van immigranten, vindt `ervaringsdeskundige' Van Woerden, is dat we hen niet begrijpen. ,,Een immigrant is losgescheurd van alles, moet als het ware zijn hele persoonlijkheid vertalen. Dat gaat niet, net zomin als je een landschap kunt vertalen – zoals ik Özlem laat zeggen in mijn boek.

,,De roep om totale, rücksichtslose assimilatie, de eis om je volledig los te knippen van je achtergrond, houdt geen enkele rekening met wat men eigenlijk van iemand vraagt. Mensen die zoiets eisen zijn niet in staat in de huid van de ander te kruipen. Ze weten niet wat het betekent om alles te verliezen.''

De schrijver van inmiddels vier romans over ontheemding en de traumatische psychische gevolgen daarvan, spreekt met woede over het totale onvermogen van Nederlanders om zich in anderen te verplaatsen. ,,Dat moet echt veranderen. Mediterrane geschiedenis hoort een verplicht vak in het onderwijs te worden. Ik heb vroeger nog wel eens als provocatie geroepen dat Turks een verplicht vak moet zijn voor autochtonen. Iets daarvan hang ik nog steeds aan. Je moet je kunnen verplaatsen in die cultuur. We zijn in Nederland niet meer zoals we dachten te zijn. Ik bemerk onder blanke Nederlanders een schokkend gebrek aan inlevingsvermogen en weigerachtigheid om de situatie waarin immigranten zich bevinden onder ogen te zien.

,,In Amerika is het van hetzelfde laken een pak. Als ik aan mijn studenten daar vraag: wat weten jullie van Afro-American history, zeggen ze: nul komma nul. De geschiedenis van de slavernij behoort daar op het gros van de scholen niet tot het curriculum. De meest in het oog springende fout is dat we ons niet verdiepen in de antecedenten van mensen die hier blijvend zullen zijn. Zoals blanke Amerikanen zich niet verdiepen in de geschiedenis van de slavernij. Dat is om te huilen. Van immigranten wordt wel verlangd dat ze zich in de Nederlandse cultuur verdiepen. Maar wat is dan die Nederlandse cultuur? We vormen samen die cultuur. Dat besef dringt maar niet door bij mensen die het hebben over een Nederlandse identiteit en het opnieuw vaststellen van een Nederlandse literaire en historische canon.''

Henk van Woerden, `Ultramarijn'. Uitg. Podium, 300 blz. €19,90. T/m 12 nov zijn tekeningen van Henk van Woerden te zien bij Galerie Espace, Keizersgracht 548, Amsterdam.

Nederland weigert zich in

te leven in immigranten

Veel Griekse mythes

zijn ook Turks