De agressie zat er altijd al in

Onder orgelspel en klaroengeschal werd vorige week vrijdag in de Nieuwe Kerk te Amsterdam het eerste deel van de Volledige Werken van Willem Frederik Hermans ten doop gehouden. Hermans' debuutroman Conserve (1947) en zijn opvolger De tranen der acacia's (1951) in één band, maar in twee verschillende edities: een publiekseditie en een bijzonder fraaie ingenaaide editie naar model van de Pléiade-reeks. Merkwaardig is alleen dat de inhoud niet verschilt.

Bij de `Pléiade'-editie zou je, net als bij het Franse voorbeeld, een uitvoerig notenapparaat en een ruime keuze uit de varianten verwachten. Handig voor iedereen die zich diepgaand met Hermans' werk bezighoudt. Helaas blijkt dat niet het geval. Na de tekst van de romans volgt slechts een `ontstaans- en publicatiegeschiedenis'.

Nu zijn deze romans sterk genoeg om zich op eigen kracht te redden. Maar het is bekend dat Hermans bij elke nieuwe druk uitvoerig placht te veranderen en te herschrijven. Conserve is zelfs zeer drastisch bewerkt toen het in 1957 deel ging uitmaken van Drie melodrama's. Dat men de laatste versies als hoofdtekst heeft gekozen, ligt voor de hand, maar dat men niet alle of desnoods alleen de belangrijkste veranderingen als varianten heeft toegevoegd, vind ik onbegrijpelijk.

Waarom is dat niet gebeurd? Ook in de `Algemene verantwoording' op een speciale website van het Huygens Instituut (dat deze editie samen met het W.F. Hermans Instituut heeft bezorgd) blijft het antwoord uit. Wél bevat de website enkele voorbeelden van veranderingen en foto's van drukproeven met verbeteringen, maar geen overzicht van alle wijzigingen. Terwijl, begrijp ik uit de kleine lettertjes, zo'n overzicht wel degelijk is vervaardigd. Dat maakt alles nog onbegrijpelijker.

Het goede nieuws is dat in het nawoord het nodige geciteerd wordt uit ongepubliceerde brieven van Hermans. Zo lezen we naar aanleiding van De tranen der acacia's in een brief uit 1946: `Er wordt veel in gescholden, vooral veel in gedronken en geneukt en een enkele keer gemoord, terwijl het occulte niet te kort wordt gedaan. Enfin, ik las vanmiddag juist in een artikel van Henri Miller dat pornografie en occulte boeken het meest verkocht worden, dus wat dat betreft maak ik een goede kans'.

Dat bleek tegen te vallen, want diverse uitgevers durfden zich er niet aan te branden, nadat voorpublicaties in Criterium voor enig ophef hadden gezorgd. Achteraf heeft Hermans altijd beweerd dat `iedereen' zijn roman bij verschijnen als `pornografie' had afgewezen. Een `mythe', oordeelt Elly Kamp in haar interessante en tegelijk met dit eerste deel verschenen boekje (Iedereen zei, dat is pornografie) over de ontvangst van de Tranen. Uitvoeriger dan de auteurs van het nawoord gaat zij in op de recensies, en zij heeft even geteld: vier recensenten zijn uitgesproken negatief, zes gemengd en tien positief. Ook bij de positieven klinkt weliswaar kritiek, maar de lof overheerst en aangezien die ook nog eens kwam van zulke destijds gezaghebbende critici als Vestdijk, Bordewijk en Greshoff, maar ook van een latere vijand als Gomperts, moet je – met Elly Kamp – concluderen dat Hermans de zaken niet helemaal correct heeft voorgesteld.

Meer schrijvers hebben daar last van. Het komt, denk ik, omdat slechte recensies veel meer indruk maken dan goede. Een schrijver vindt zijn eigen boek geweldig, anders had hij het niet gepubliceerd, en dus zijn goede recensies niet meer dan vanzelfsprekend. Dat iemand het boek niet goed vindt, dat is vreemd in zijn ogen en krijgt daardoor vanzelf het meeste gewicht.

Een andere opmerkelijke bevinding van Elly Kamp is dat de uitgevers onder meer aarzelden, omdat Hermans met zijn eigen polemische kritieken zoveel kwaad bloed had gezet. Laat ik nu altijd gedacht hebben dat Hermans pas om zich heen was gaan slaan, nadat hij tegenwerking had ondervonden. In werkelijkheid zat de agressie er van meet af aan in, wat ook weer niet zo verwonderlijk is als je ziet hoe intens en langdurig hij zijn al dan niet vermeende tegenstanders te lijf kon gaan.

Bijzonder nuttig is wat dit betreft Niet uit kwaadaardigheid, waarin Max Pam de `scherpste polemieken' van Hermans bijeen heeft gebracht. Veel uit Mandarijnen op zwavelzuur uiteraard, evenals de genadeloze stukken uit NRC Handelsblad over de dagboeken van C. Buddingh' en de Nietzsche-vertalingen van Charles Vergeer. En nog zo wat klassiekers van het leedvermaak, want ondanks compassie met de slachtoffers is het vaak moeilijk om niet, net als Max Pam voor wie de humor heilig lijkt, in lachen uit te barsten.

Wat deze bundel extra de moeite waard maakt is dat Pam ook diverse ongebundelde stukken heeft opgenomen, waaronder het zeer boeiende essay `E. du Perron als leermeester' uit 1947, waarin de latere agressie tegen deze leermeester en diens vriend Ter Braak nog volledig in de steigers staat. Een onthullend inkijkje in de `ontstaansgeschiedenis' van Hermans als polemist. Hopelijk krijgen we meer van zulke inkijkjes in de vier aangekondigde delen met `ongebundeld werk'. Maar daarvoor moet nog wat geduld worden betracht, aangezien het laatste deel van de Volledige Werken pas zal verschijnen in 2016 en de bedoelde vier delen daar vlak vóór komen.

Willem Frederik Hermans: Volledige Werken I. Romans. Conserve en De tranen der acacia's. De Bezige Bij/Van Oorschot, 788 blz. €35,– (Publiekseditie); €85,– (luxe editie) Elly Kamp: Iedereen zei, dat is pornografie. Willem Frederik Hermans en de ontvangst van De tranen der acacia's. Aksant, 96 blz. €12,– Willem Frederik Hermans: Niet uit kwaadaardigheid. De scherpste polemieken. Samengesteld en ingeleid door Max Pam. De Bezige Bij, 392 blz. €23,50