`Creatieve economie brengt ook grote ongelijkheid'

Creativiteit is nu de motor van de economie, zegt de Amerikaan Richard Florida – en velen met hem. In zijn nieuwe boek waarschuwt hij echter dat de creatieve economie te exclusief dreigt te worden. En in de huidige angstige stemming is Amerika bezig het broodnodige talent weg te jagen. ,,Immigranten zijn de sleutel tot economische groei.''

Amerika verliest in rap tempo de mondiale slag om het talent. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 is het land in een kramp geraakt. Buitenlanders met talent worden geweerd, en ook jonge Amerikanen zelf gaan net zo lief in Australië, Ierland of Amsterdam werken of studeren. Het land verliest zijn vanzelfsprekende voorsprong als the place to be, betoogt Richard Florida, econoom en creativiteitsgoeroe, in zijn nieuwe boek The Flight of the Creative Class. ,,En aangezien talent de motor is van de creatieve economie – de economie van de toekomst – is dat voor Amerika een probleem en voor andere landen een kans.''

Florida (47), hoogleraar `public policy' aan de George Mason University vlakbij Washington DC, is deze week drie dagen in Nederland. Hij hield woensdag een lezing in de Arnhemse Eusebius-kerk als onderdeel van de reeks `creatieve masterclasses' die de Hogeschool Arnhem-Nijmegen (HAN) samen met NRC Handelsblad organiseert. Twee jaar geleden sprak hij op een conferentie in de Amsterdamse Westergasfabriek over zijn boek The Rise of the Creative Class (2002), dat inmiddels zelfs als luisterboek is verschenen. Daarin schetste hij de opkomst van de creatieve economie, opvolger van de inmiddels achterhaalde maakeconomie, met de stelling dat de steden en regio's die openstaan voor allerlei mensen en een levendig cultureel klimaat hebben, hoger scoren op innovatie en inkomensgroei. Voor de creatievelingen – hij rekent zeker 30 procent van de beroepsbevolking daartoe – is plezier in het werk belangrijker dan het salaris. Ze gaan niet meer een baan achterna, maar trekken naar steden waar ze geestverwanten vinden. Niet zon, goedkope grond en lage belastingen waren de succesformule voor de stedelijke economie en het vestigingsklimaat voor bedrijven, maar `de drie T's': talent, technologie en tolerantie.

Het boek lag bij ongeveer alle gemeentelijke bestuurders van de westerse wereld op het nachtkastje, en Florida trok als een wonderdokter voor de hedendaagse stad de wereld rond om te vertellen hoe ze konden aanhaken en ook hún stad `creatief' maken. Wat dat was, wist niemand precies, wel dat je erbij moest zijn.

Volgens zijn critici echter is nooit overtuigend aangetoond dat zijn analyse van de gemeenschappelijke succesfactoren ook andersom toe te passen was, zeg maar als een recept voor het aantrekken van de creatieve klasse. Laat onverlet, dat zijn werk grote invloed heeft gehad. Ook Nederland praat er veel over, en vorige maand publiceerden de ministeries van Cultuur en Economische Zaken een gezamenlijke nota, `Ons creatief vermogen', waarin ze ruim 15 miljoen euro uittrekken voor nauwere banden tussen het bedrijfsleven en de culturele sector.

In zijn nieuwe boek The Flight of the Creative Class spelen natuurlijk nog de drie T's, maar de nadruk ligt nu vooral op de T van tolerantie. Juist met zijn angstige xenofobe houding vervreemdt Amerika nu veel talentvolle buitenlanders en eigen burgers van zich. Bovendien, erkent Florida, de creatieve economie blijkt een grote sociale en geografische ongelijkheid te veroorzaken. Ruim eenderde van de bevolking kan meekomen, maar een groter deel staat machteloos en afgunstig toe te kijken; een beperkt aantal steden en regio's trekt heel veel talent, maar ze zuigen de omgeving leeg.

In uw nieuwe boek betoont u zich bezorgder dan in het vorige, met meer oog voor de keerzijden van dit fenomeen – om te beginnen in uw eigen land.

,,Op allerlei sleutelgebieden, van biotech tot ICT en zelfs de entertainmentindustrie waar Amerika allang leidend in is, gaat het concurrentie ondervinden. Niet zozeer van een paar supermachten, maar van allerlei landen die we tot nu toe niet speciaal als mondiale spelers zagen. De nieuwe creatieve klasse – alleen al in de VS praten we over 38 miljoen mensen (op een beroepsbevolking van 149 miljoen), die bijna helft van alle lonen en salarissen voor hun rekening nemen – voelt zich niet aan nationale grenzen gebonden, ze gaan daar naartoe waar ze de beste sociale, culturele en economische kansen zien. Als de oude Amerikaanse droom was dat je met hard werken je gezin kon onderhouden en een huis in een veilige buurt kon kopen, dan is de nieuwe droom dat je werk hebt waar je van houdt en in een gemeenschap woont waar je jezelf kunt zijn. Voor heel veel mensen is dit een belangrijker drijfveer dan hebzucht.'' In navolging van het begrip white flight, de vlucht van de blanke middenklasse uit de stadscentra naar de buitenwijken, noemde de krant The Boston Globe recentelijk Florida's theorie bright flight.

Florida begon zijn lezing in Arnhem met een anekdote over een bezoek aan Peter Jackson, regisseur van The Lord of the Rings, in zijn woon- en werkplaats Wellington, Nieuw Zeeland. Aan de wand hing een wereldkaart met talloze spelden erin, die de plekken van herkomst markeerden van de cameramannen, decorbouwers, acteurs en koffiejuffrouwen die uit de hele wereld naar deze uithoek waren gekomen om deel uit te maken van deze bijzondere onderneming. In antwoord op de vraag wat hij in Wellington aan het doen was, zei Jackson: ,,Ik ben bezig 's werelds grootste centrum voor creatief filmmaken op te bouwen.''

Critici vonden dat u in 'The Rise of the Creative Class' de yup verheerlijkte, zonder dat u oog had voor de gevolgen voor de rest van de samenleving. Houdt u daarom in dit boek zo'n warm pleidooi voor openheid en het binnenhalen van immigranten?

,,Dat is niet de reden, nee. Ik ben er echt van overtuigd dat we immigranten eenvoudigweg nodig hebben, al was het om de bevolking op peil te houden. Bovendien hebben ze altijd een enorme bijdrage aan de economie geleverd, ook nu, ze zijn de sleutel tot economische groei. De ontwikkelingslanden staan liefst 50 procent van hun getalenteerde mensen af aan het westen. Ebay is door een immigrant opgericht. Intel. Yahoo. Hotmail. De oprichter van Amazon kreeg van zijn Cubaanse stiefvader een bestelbus te leen waarmee hij het bedrijf kon beginnen. In de VS is 40 procent van de economische groei in de jaren negentig aan immigratie te danken. Wij moeten ervoor zorgen dat we een pro-active, inclusive samenleving scheppen – een samenleving die actief alle burgers erbij betrekt. Een creatieve economie die gebaseerd op uitsluiting, is gedoemd.''

Overigens, voegt hij met een wrange lach toe, juist de toegankelijkheid van technologie – the great enabler – als internet en e-mail blijkt de integratie te remmen: ,,Je kunt nu heel makkelijk zeer verbonden blijven met je thuisland, meer dan met je nieuwe land. Via e-mail hou je contact met je oude vrienden, op internet lees je elke dag de krant in je eigen taal.''

Is de globalisering goed voor de creatieve economie? Verspreidt de creatieve klasse zich gelijkelijk over de wereld?

,,Helemaal niet. In tegenstelling tot wat we lange tijd dachten, levert globalisering geen level playing field op, maar juist pieken, spikes. Dat zijn stedelijke gebieden of regio's met grote concentraties mensen, productie en vooral innovatie. De Randstad in Nederland is daar één van. In de mondiale jacht op talent zullen de steden die het meest open en tolerant zijn, de grootste toevloed van creatieve mensen aantrekken.

,,In zijn recente boek The World is Flat betoogt New York Times-columnist Thomas Friedman dat we dankzij moderne technologie overal ter wereld aangesloten kunnen zijn en dat plaats er dus niet meer toedoet: `Je kunt innoveren zonder te hoeven emigreren', zegt hij. Ik daarentegen zie juist een groeiende kloof, zowel geografisch als economisch, tussen de steden die steeds groter worden – er zijn al vijf steden in de wereld met meer dan twintig miljoen inwoners – en de `valleien' ertussen.

,,Net als het begin van de industriële revolutie brengt deze overgang naar de creatieve economie grote ongelijkheid met zich mee. Zo groeit ook de kloof tussen mensen die meedoen in de creatieve economie en zij die erbuiten vallen. Die laatsten worden angstig, vinden de creatieve klasse elitair en arrogant, willen alles weer hebben zoals het vroeger was, en zijn tegen buitenlanders. Voor mensen die in de creatieve economie opereren is nationaliteit steeds minder relevant, voor zij die erbuiten staan steeds meer. Wat mij grote zorgen baart, is het onvermogen van de politiek om daar een antwoord op te vinden, vooral van links.''

U heeft het steeds over steden, niet over landen.

,,Inderdaad, de natiestaat oude stijl heeft traag gereageerd op deze veranderingen. Ook in Nederland dreigt de landelijke overheid de boot te missen. Zo'n klein land met zoveel steden dicht op elkaar, waarom is er geen nationale creatieve strategie? Dat doen gemeenten en regio's beter.''

U gaat een groot onderzoek naar steden opzetten met opinieonderzoeksbureau Gallup, bekend van de peilingen rond de Amerikaanse verkiezingen.

,,Onder de naam `The Soul of the City' gaan we honderd jaar lang elk jaar in alle belangrijke steden van alle landen die lid zijn van de Verenigde Naties, onderzoek doen naar het verband tussen je stad en je geluk. Natuurlijk is er een verband tussen inkomen en geluk, maar inkomen is niet het enige. Als mensen halen wij ons geluk uit drie potjes: ons werk en inkomen; een warm privé-leven; en de stad waar we leven. Heel opvallend tot nu toe is de mate waarin esthetische factoren je geluk beïnvloeden: zijn er genoeg parken en recreatiemogelijkheden, wordt de binnenstad met respect behandeld. En diversiteit en openheid blijken ook hoog te scoren. Van oudsher werd vooruitgang gemeten aan de hand van materiële factoren, wij ontwikkelen hiermee een nieuwe maatstaf voor vooruitgang, namelijk het geluksgevoel. We denken al heel lang dat het succes van een stad afhangt van het scheppen van banen, maar er is veel meer. Steden zijn niet alleen economische motors, maar ook laboratoria voor sociale en politieke verandering. Een stevig beleid voor de stadsontwikkeling, met betaalbare huisvesting is dus net zo belangrijk voor de toekomst als een sterk innovatiebeleid. Kijk naar Toronto, Stockholm, Helsinki – allemaal stedelijke regio's die technologie en creatieve sectoren combineren met redelijke sociale gelijkheid, goede scholen en weinig misdaad. Daar lopen de VS heel erg in achter.''

We moeten manieren vinden om het werk in een fabriek of een restaurant aantrekkelijker te maken, zegt u. Maar er zal altijd iemand de wc moeten schoonmaken, hoe maak je dat werk creatief?

,,We zullen in ieder geval de werkomstandigheden moeten verbeteren zodat ze meer gelegenheid krijgen om deel uit maken van die samenleving. Bedrijven leren nu snel hoe ze de creativiteit van hun werknemers moeten aftappen. Mijn volgende boek zal gaan over creative corporations.''

U waarschuwt dat Amerika zijn voorsprong verliest en dat er overal in de creatieve economie grote sociale en economische ongelijkheid ontstaat. En toch zegt u dat u optimistisch bent.

,,Hoewel mijn eigen land er nu niet goed voor staat, moet je je realiseren dat we ondertussen in een tijd leven waarin het individu zich kan ontplooien. Een tijd waarin de creativiteit die iedereen in zich heeft, tevens zijn werkkapitaal is. Creativiteit is ook altijd en overal aanwezig, dat betekent dat onze economie niet meer afhankelijk is van grondstoffen of goedkoop transport of een diepe haven, maar van onze eigen inspanningen. Onze eigen creativiteit is nu de grootste bron van waardecreatie. Daar staat tegenover dat in een tijd waarin allerlei gemeenschapsbanden als kerk, vakbond en familie verbrokkeld zijn geraakt, de druk op ieder van ons om altijd scherp te zijn, altijd aangesloten, om elke voorbijvliegende kans te pakken, nu heel hoog is.''

Richard Florida: The Flight of the Creative Class: The New Global Competition for Talent, uitg. Harper Business, $25,95, 326 blz., isbn 0-06-075690-X. Zie ook www.creativeclass.org.