`Boksers kunnen alleen maar hopen op succes'

Nederland is met drie boksers vertegenwoordigd bij de WK voor amateurs, die zondag beginnen in China. ,,Koçabas is de enige die zijn zaakjes redelijk op orde heeft'', zegt twee- voudig medaillewinnaar Arnold Vanderlyde.

Hij staat te boek als de eeuwige optimist, iemand die altijd en overal een streepje licht ontwaart aan de horizon. Maar zodra de Nederlandse kansen bij de komende wereldkampioenschappen boksen voor amateurs ter sprake komen, blijkt Arnold Vanderlyde geenszins last te hebben van een gebrek aan realiteitszin. ,,Het is hopen, meer niet, hopen dat het balletje eindelijk eens een keer de juiste kant oprolt'', zegt de voormalig bokskampioen uit Sittard.

Zelf deed de inmiddels 42-jarige Limburger driemaal mee aan het toernooi, waarvan ,,de impact in Nederland enorm wordt onderschat'', aldus Vanderlyde. In 1986, in de Amerikaanse stad Reno, velde hij local hero Michael Bent, om in de finale vervolgens het hoofd te moeten buigen voor de Cubaanse mastodont die als een rode draad door zijn carrière loopt: Félix Savón. ,,Ik heb de eer gehad om zes keer tegenover hem te staan en telkens verloren. Maar geloof me als ik zeg dat ik twee keer beslist van hem had moeten winnen, en dat was in beide gevallen bij de WK.''

Met ,,de nodige weemoed'' denkt Vanderlyde vooral terug aan zijn WK-debuut, twee jaar nadat de zwaargewichtbokser de bronzen medaille had gewonnen bij de Olympische Spelen van Los Angeles. ,,Ik zat in het lastige deel van het wedstrijdschema, terwijl Savón een gunstige loting had. In de halve finale maakte hij een ongeoorloofde, lage slag. Op basis daarvan had hij gediskwalificeerd moeten worden. Dat leek ook te gaan gebeuren, totdat de Cubaanse delegatie in opstand kwam: als Savón uitgesloten werd, zouden zij al hun boksers terugtrekken.''

Vanderlyde vond in de finale een getergde kopman van de Cubanen tegenover zich. ,,Ik verloor uiteindelijk op punten, met 4-1 als ik me niet vergis. Zelden heb ik me zo bestolen gevoeld als toen.'' En, lachend: ,,Of er van die partij nog tv-opnamen bewaard zijn gebleven, weet ik niet. Mocht dat zo zijn, dan nodig ik iedereen uit die beelden nog eens goed te bekijken.''

Drie jaar later, toen Moskou het toneel was van de mondiale titelstrijd, beging Vanderlyde ,,de fout om over te stappen naar het super zwaargewicht (+ 91 kilogram, red.)''. Voortijdige uitschakeling was het gevolg. In Sydney (1991) drong hij opnieuw door tot de finale, maar weer voorkwam zijn sportieve erfvijand uit Havana dat Nederland de eerste wereldkampioen boksen uit de geschiedenis kon bejubelen. ,,Ook die partij was close, misschien nog wel closer dan vijf jaar daarvoor. Maar ja, wat heb ik daar aan?''

De kans dat Vanderlyde, drievoudig winnaar van olympisch brons (1984, '88 en '92), spoedig overtroffen wordt door een landgenoot, lijkt klein. Zondag begint in China de dertiende editie van de WK boksen. Nederland is met drie vuistvechters vertegenwoordigd in het zuidwestelijk gelegen Mianyang (5,2 miljoen inwoners): Hüsnü Koçabas (26), Orhan Oztürk (25) en Dimitri Serdjoek (31). ,,Als ik m'n geld op één van die drie moet zetten, dan is het op Koçabas'', zegt Vanderlyde. ,,Die jongen heeft de potentie om zich op een goede dag door een groot toernooi heen te slaan.''

Dat bleek ruim vier maanden geleden, toen de Turkse immigrantenzoon uit Den Bosch, in het dagelijks leven wachtmeester bij de marechaussee, de titel won in de klasse tot zestig kilogram (lichtgewicht) bij de doorgaans sterk bezette WK voor militairen. ,,Voor Nederlands begrippen heeft Koçabas het redelijk voor elkaar'', weet Vanderlyde. ,,Via het ministerie van Defensie heeft-ie een baan en flink wat tijd om te trainen. De randvoorwaarden kloppen, nu maar hopen op een gunstige loting.''

Minder hoopvol is hij gestemd over Serdjoek, de geboren Oekraiener die in zekere zin symbool staat voor de zorgwekkende staat van het Nederlandse boksen, stelt Vanderlyde. ,,Hij loopt al geruime tijd mee, is de dertig gepasseerd en al die tijd niet verder gekomen dan de eredivisie. Kortom, een subtopper. Van zo'n jongen mag je niet verwachten dat hij ineens meedoet in de Champions League.''

Bijna twee jaar was Vanderlyde als commissaris olympisch boksen verbonden aan de Nederlandse boksbond. In 2003 legde hij zijn taken neer. ,,Ik liep vast, kon niet doen en laten wat ik wilde. Topsport betekent keuzes maken, en zeker in onze sport moet het kennisniveau omhoog. Daar pleitte ik dus ook voor. Maar met bepaalde uitspraken stootte ik mensen voor het hoofd, om maar eens een mooie metafoor te gebruiken. Ik ondervond simpelweg te veel tegenwerking, en dus was het beter om afscheid te nemen.''

Op eigen kracht werkt de drievoudig Europees kampioen (1987, '89 en '91) alsnog aan de opzet van een professioneel boksteam. Van de bond moet hij het niet hebben. ,,Niets ten nadele van de betrokkenen, maar het ontbreekt aan een doortimmerd topsportplan. Het beleid is gebaseerd op toeval. Koçabas is feitelijk de enige die zijn zaakjes redelijk op orde heeft; de anderen kunnen alleen maar hopen dat ze, zoals nu in China, het geluk een keer aan hun zijde zullen vinden.''