Aardappelvrezer bij de Van Goghs

Thuis zijn de aardappels het lekkerst. Zoveel wordt wel duidelijk in De aardappeleters van de (tamelijk) jonge Russische schrijver Dmitri Bavilski. Thuis met het hele gezin en nog een paar gasten gezellig om de tafel. Maar ook op straat kun je ze overal krijgen in allerlei vormen en natuurlijk bij McDonald's. De laatste hebben kraak noch smaak en doen nauwelijks meer aan aardappels denken, maar McDonald's was een must in een Russische provinciestad van een jaar of tien geleden. Wilde je meetellen dan moest je er af en toe gesignaleerd worden. Maar toch gaat er niets boven die van thuis, kruimig gekookt, en dan leveren degenen die ze eten `een in zijn ongekunsteldheid en schoonheid welhaast symbolisch plaatje' op. Zodat we dan zijn waar we wezen moeten, namelijk bij Vincent van Gogh.

De hoofdpersoon van De aardappeleters, Lidia Albertovna, een vrouw van middelbare leeftijd uit Tsjerdatsjinsk, een fictieve provinciestad in de Oeral, heeft alles met aardappels maar niets met Van Gogh. Ze is echter suppoost in het plaatselijk museum voor schone kunsten dat door een vreemd toeval ooit in het bezit is geraakt van een potloodschets die de beroemde Nederlander voor zijn bekende schilderij maakte. Gelukkig is de werkplek van Lidia Albertovna ver van dit kladwerk verwijderd, zij zit op de zaal met `Kleine Nederlanders'. Geen slechte plaats, het is er meestal rustig.

Het wel zeer rustige leventje van Lidia Albertovna verandert ingrijpend door twee dingen. Ten eerste door haar kennismaking met Danila, een vriend van haar zoon. De jongeman maakt haar duidelijk het hof, wacht haar bij het museum op, geeft haar cadeautjes. Lidia, niet verwend door mannelijke aandacht, laat zich door de jongeman meeslepen. Hij brengt haar naar allerlei plaatsen als cafés, clubs, videotheken, waar ze nog nooit is geweest. Door Danila gaat ze zich weer mens en vooral vrouw voelen. Na enige tijd gebeurt wat al in de lucht hing, ze worden minnaars.

De tweede omwenteling in haar leven wordt veroorzaakt door een grote Van Gogh-tentoonstelling die ook haar museum aandoet. Lidia Albertovna wordt tijdelijk overgeplaatst naar een zaal van deze tentoonstelling en daar zit ze dan de hele dag tussen schilderijen die haar angst aanjagen. `Hij (Van Gogh) maakte terloops duidelijk dat ze haar hele vroegere leven niet helemaal goed had ingericht: ze was aan veel voorbijgegaan, had veel niet begrepen, het wezenlijke niet opgemerkt.'

Door Danila en Van Gogh wordt haar ingeslapen bestaan opeens weer enerverend. Wel is er een incident tijdens de tentoonstelling. Op een nacht wordt er in het museum ingebroken en er worden twee schilderijen ontvreemd, geen Van Goghs maar werken van een negentiende-eeuwse Rus die juist weer in de mode is gekomen. De link naar Danila wordt door de lezer wél maar door Lidia Albertovna niet gelegd. Toch wordt het ook haar door toedoen van haar collega Marina kort daarop duidelijk dat Danila's liefde minder onbaatzuchtig is dan ze had gedacht. Ze krijgt een zenuwinzinking en mag na afloop op kosten van het museum een reisje naar Amsterdam maken waar in het Van Gogh Museum ter afsluiting van de tournee een slotmanifestatie wordt gehouden. Het provinciaaltje dat geen enkele vreemde taal spreekt belandt voor het eerst van haar leven in de grote wereld. En hier, in ons eigen Van Gogh Museum, herhaalt zich, maar nu binnen het bestek van één dag te midden van weer die angstaanjagende schilderijen, dezelfde historie. Weer is er een vriendelijke man, niet toevallig Dan genaamd, die haar inpalmt en weer is er een Marina, haar gids in Amsterdam, die haar de ogen moet openen voor Dans ware aard. Is het een wonder dat ze zich na haar terugkeer naar huis uitleeft op de schets van De Aardappeleters?

In De aardappeleters passeert een breed scala aan onderwerpen bijna terloops de revue: Het leven in een Russische provinciestad in de jaren negentig van de twintigste eeuw, de generatiekloof, de dromen en onvervulde verlangens van een vrouw van middelbare leeftijd in een vastgelopen huwelijk, de verontrustende werking die geniale kunst kan hebben, zelfs op geesten die er niet erg ontvankelijk voor lijken. Dit alles is postmodern gelardeerd met cursief gedrukte opsommingen over zaken als `wat wij winter noemen', `wat vandaag de dag archaïsch overkomt' die soms vermakelijk zijn en soms flauw.

Dmitri Bavilski (1969) heeft in Rusland een zekere bekendheid als literair criticus. Hij is afkomstig uit de stad Tsjeljabinsk in de Oeral waar hij nog steeds woont en waarin zonder veel moeite Tsjerdatsjinsk valt te herkennen. De aardappeleters is zijn eerste roman die in het Nederlands verschijnt in een rake vertaling van Aai Prins en het is meteen een voltreffer. De Russische literatuur van tegenwoordig is niet zo erg rijk aan boeken die literair zijn zonder aan hun pretenties ten onder te gaan, en die op luchtige wijze ernstige onderwerpen, als de zinloosheid van het bestaan van gewone mensen en de kunst die langer is dan het leven, aan de orde stellen. Ondanks de zwaarte van het onderwerp slaagt Bavilski erin nergens zwaar op de hand te worden, de overheersende toon is eerder humoristisch dan tragisch. Een opmerkelijk boek.

Dmitri Bavilski: De aardappeleters. Uit het Russisch vertaald door Aai Prins. De Arbeiderspers, 256 blz. €18,95