Zorgverzekeraars: liever rust dan competitie

De premies voor de nieuwe basisverzekering verschillen niet veel. Vijf concerns beheersen de markt. Als klanten overstappen, zorgt dat voor veel administratieve rompslomp. ,,Ze zeggen: beste klant, blijft u vooral zitten.''

Ze zijn met z'n vijven. Driekwart van Nederland is hun klant. Samen beheersen zij de markt voor ziektekostenverzekeringen. Ieder heeft bijna of ruim meer dan twee miljoen klanten. In alfabetische volgorde: Achmea, Agis, CZ, Menzis en VGZ/IZA.

De nieuwe zorgverzekeringswet dwingt hen, en de bijna twintig kleinere andere verzekeraars, tot concurrentie nu het onderscheid tussen particuliere verzekering en ziekenfonds per 1 januari verdwijnt.

De afgelopen dagen kwamen drie van de vijf, CZ, VGZ en Menzis, met de aanbiedingen voor de basispolis, de nieuwe verzekering die in grote lijnen overeenkomt met de dekking van het huidige ziekenfondspakket.

Wat blijkt? De premies zijn bijna identiek, rond 88 euro per maand.

U mag straks kiezen.

Maar eerst kozen de verzekeraars elkaar. Zij kozen voor fusies, zij kochten andere verzekeraars, zij kochten portefeuilles met verzekeringscontracten. Zoals een rapport van de adviesfirma IG&H Management Consultants snedig opmerkt: verzekeraars zijn beter in concentreren dan in concurreren.

Het aantal verzekeraars is in vijftien jaar tijd gehalveerd tot 66, zo blijkt uit cijfers van onderzoeksbureau Vektis, maar deze 66 behoren zelf tot ruim twintig financiële concerns. Daar komt bij dat de verzekeraars hun kracht putten uit hun regionale basis: daar heeft menigeen een marktaandeel van 50 procent of meer – een overblijfsel uit de tijd dat de ziekenfondsen nog aan regio's gebonden waren. En aan de andere kant van de onderhandelingstafel, waar bijvoorbeeld de ziekenhuisdirecteuren zitten, is het niet anders.

In de aanloop naar het nieuwe zorgstelsel zijn het de kleinere partijen en buitenlandse verzekeraars (Allianz, Axa) die hun activiteiten verkopen. Zo worden de groten nog groter.

Achmea kocht eind 2004 een kleine ziektekostenverzekeraar (OZF, plus een daaraan gelieerd ziekenfonds), nam dit jaar de zorgverzekeringen van Axa over en fuseerde met Interpolis, de verzekeringsdochter van de Rabobank.

CZ kreeg eind vorige maand van kartelwaakhond NMa toestemming voor een fusie met OZ, een grote regionale verzekeraar uit Breda, met vooral ziekenfondsverzekerden.

Menzis kocht in 2004 zorgverzekeraar NVS, inclusief het ziekenfonds Nederzorg.

En VGZ nam in de loop van dit jaar de lokale verzekeraar Trias over.

De samenklonteringen illustreren een reactie die topmanagers vaker kiezen als een afgebakende markt opeens wordt opgeschud. Banken en verzekeraars waren gescheiden bedrijfstakken, totdat begin jaren negentig de regels werden versoepeld en zij fuseerden tot concerns als ING, Fortis, Rabo en Achmea. Bij energiebedrijven was het van hetzelfde laken een pak: liberalisatie, fusiekoorts, vier grote concerns. In de thuiszorg speelt een vergelijkbare strijd om schaalgrootte, met fusies en overnames.

Wat gaan de grote verzekeraars de komende tijd doen?

,,Alle regels van het spel zijn veranderd'', zegt Kees van der Geer, een van de partners bij adviesbureau IG&H. ,,Iedereen staat onder hoge druk. Dit is nu een markt van 15 miljoen klanten. Als 10 procent daarvan bij drie concurrenten een offerte vraagt, geeft dat al een aanzienlijke administratieve belasting voor de verzekeraars. Gaan klanten bewegen? Wat doen je concurrenten? Verzekeraars zeggen: beste klant, blijft u vooral zitten. Verzekeraars zijn nu gebaat bij rust.''

Dat de premies voor de basisverzekering maar weinig uiteenlopen verbaast hem niets. Zo veel verschillen de kostprijs en de administratielasten niet. De Consumentenbond raadt klanten aan om te wachten totdat het aanbod van hun huidige verzekeraar binnen is, inclusief eventuele vrijwillige aanvullende verzekeringen.

Ook Van der Geer denkt dat daar de strijd zal losbranden tussen verzekeraars. Niet zozeer vanwege de keuzevrijheid van de individuele consument, maar vanwege de keuzevrijheid van de werkgever, die kijkt of hij een voordeliger collectief contract kan afsluiten.

De verzekeraars hebben de financiële ruimte om met premies te gaan stunten. Bij de overgang naar het nieuwe zorgstelsel gaan gelijke regels gelden voor de financiële buffers die ziekenfondsen en verzekeraars moeten hebben. De verzekeraars vielen tot nu toe onder een strenger regime. Minister Hoogervorst becijferde in mei dat de ziekenfondsen 400 miljoen euro meer buffers hebben dan de minimale norm, terwijl verzekeraars samen 2,5 miljard euro boven die norm zitten. Per verzekerde is dat gemiddeld 187 euro.

Hoogervorst denkt niet dat de verzekeraars hun extra vermogen gaan gebruiken om met premies te stunten. Waarom niet? Toezichthouder De Nederlandsche Bank let op sterke buffers, terwijl kartelwaakhond NMa erop toeziet dat de verzekeraars geen misbruik maken van hun economische machtspositie.

Ook onder marktpartijen bestaat scepsis over stuntwerk. Daar kijkt men juist naar het recente verleden, toen verzekeraars snel marktaandeel wilden kopen op de markt voor ziekteverzuim van werknemers, hun premies verlaagden en later de stroppen kregen.

Adviseur Van der Geer is nog niet zo zeker. De helft van de particuliere verzekeringen is nu collectief georganiseerd. Verzekeraars kunnen het zich niet permitteren per saldo grote klantengroepen te verliezen. Krimp kost geld. Zegt Van der Geer: in het heetst van de strijd willen ondernemers de rationaliteit wel eens uit het oog verliezen.