Secondestrijd tussen Wereld- en Atoomtijd

Door de aanpassing van de wettelijke tijd aan de draaiing van de aarde raken computers in de war. Maar de astronomen kunnen niet zonder. In Genève moet de knoop worden doorgehakt.

Overleeft de schrikkelseconde de eerstvolgende jaarwisseling? Wetenschappers van de International Telecommunication Union, onderdeel van de VN, de organisatie die verantwoordelijk is voor de wettelijke tijd op aarde, overlegt deze week in besloten zitting in Genève over de vraag of de schrikkelseconde afgeschaft moet worden. Informatici willen er vanaf, omdat door de extra lange minuut die zo ontstaat, al computersystemen zijn gecrasht.

Af en toe wordt een dergelijke seconde aan de officiële tijd toegevoegd om die synchroon te houden met de wisselende draaiing van de aarde. Op 31 december staat er opnieuw één gepland. Computersystemen weten geen raad met een minuut van 61 seconden. In 1996 crashten de computers van Associate Press Radio door de inlas van een schrikkelseconde en in 1997 raakte het Russische Glonass-systeem voor satellietnavigaties er twintig uur lang door buiten gebruik. De Europese ruimtevaartorganisatie ESA verricht uit voorzorg geen lanceringen in de maand waarin een extra seconde wordt ingelast.

De `wettelijke tijd' is een compromis tussen twee tijdsystemen: de Wereldtijd en de Internationale Atoomtijd. De Wereldtijd is gebaseerd op de draaiing van de aarde, dat wil zeggen op de zonnestand ten opzichte van de nulmeridiaan van Greenwich. De Atoomtijd daarentegen, bijgehouden op het Bureau International des Poids et Mesures in Parijs, wordt bepaald met behulp van meer dan tweehonderd atoomklokken en staat los van de sterrenhemel. Atoomklokken lopen constant, maar de draaiing van de aarde vertoont minieme variaties door veranderingen in lucht- en watermassa's. Bovendien neemt de draaisnelheid door de invloed van de maan heel langzaam af, waardoor de daglengte elke eeuw bijna twee milliseconden groeit. Greenwich gaat dus achterlopen op Parijs.

Om dit verschil te compenseren wordt soms, op 30 juni of 31 december, een seconde aan de Wereldtijd toegevoegd. Sinds 1972 gebeurde dat 21 keer, met onregelmatige tussenpozen. Zo telden de jaren zeventig veel schrikkelsecondes, de laatste op 31 december 1999.

Met name astronomen en geodeten, wetenschappers die zich bezighouden met aardafmetingen, willen echter dat de schrikkelseconde in gebruik blijft. Zij hebben te maken met een koppeling tussen de sterrenhemel en de aarde, en prefereren dus het gebruik van een wettelijke tijd die gekoppeld is aan de stand van de aarde in de ruimte. Als hiervan wordt afgeweken, zouden vele computerprogramma's moeten worden gewijzigd en opnieuw getest. Bovendien zou het nulpunt van de tijdmeting van Greenwich naar Parijs verhuizen, en dat levert pijnlijke situaties op in Europa.

Hoewel vooral Amerikaanse wetenschappers erg aandringen op afschaffing, is het de vraag of ze er voor het eind van de week uit zijn in Genève. In maart 2003 eindigde eenzelfde vergadering ook al onbeslist. Als de schrikkelseconde verdwijnt, zullen gewone burgers daar weinig van merken, temidden van de afwijkingen binnen een tijdzone (gemiddeld 30 minuten) en door de zomer- en wintertijd (60 minuten). Pas over duizend jaar zou de schrikkelseconde-afwijking zijn opgelopen tot een uur. Er zijn al voorstellen om die dan in één keer te compenseren door het inlassen van een 'schrikkeluur'. In feite zou men dan ongeveer hetzelfde doen als wat paus Gregorius XIII in 1582 deed: het afschaffen van 10 dagen om de kalender weer in de pas te krijgen met de seizoenen.