Ricottataart

Ricotta hoort rul en loskorrelig te zijn en geen gladde compacte massa; koop ricotta liefst bij Italiaanse of gecertificeerde kaaswinkels of vers op de boerenmarkt. Bereiding: Laat de helft van het filodeeg 's nachts ontdooien in de ijskast (zie gebruiksaanwijzing). Wie vers deeg gebruikt, neemt twee grote vellen vlak voor gebruik uit de verpakking en vriest de rest (verpak ze per twee vellen) in. Laat de suiker al roerend oplossen in 1,5 deciliter water op halfhoog vuur. Breng aan de kook en voeg het citroensap toe zodat de suiker niet kristalliseert. Laat het mengsel circa 20 minuten inkoken op niet te hoog vuur tot een siroop die nog nét niet traag van de lepel afloopt. Voeg het vruchtensap toe en laat de siroop afkoelen. Kwast intussen de taartvorm in met gesmolten boter. Gebruik liefst een vorm van donker metaal (verkrijgbaar in keukenwinkels) die de warmte goed geleidt. Kwast een vel filodeeg aan weerszijden royaal in met gesmolten boter en leg het losjes in de taartvorm. Doe hetzelfde met een tweede vel. Schep de rulle ricotta op het deeg in de vorm en verdeel het gelijkmatig over het oppervlak.

Besmeer een derde, vierde en eventueel vijfde vel deeg eveneens aan weerszijden met gesmolten boter en leg ze losjes op de ricotta. Vouw overhangend deeg terug en knip het iets bij. (Wie met vers filodeeg werkt, heeft grotere vellen. Zet de vorm omgekeerd op twee vellen vlak tegen de rand aan en snijd het deeg rondom los; er blijft voldoende deeg over om deze handeling te herhalen zodat vier gelijke ronde deegvellen worden verkregen.)

Bak de ricottataart op de een na onderste richel van een voorverwarmde (200° C) oven gedurende 45 minuten, of tot het deeg goudgeel en krokant is. De onderkant van de taart behoort ook krokant te zijn. Laat de taart afkoelen maar serveer hem dan direct; het deeg verliest na enkele uren zijn aantrekkelijke knisperigheid. Besprenkel vlak voor gebruik het oppervlak van de taart royaal met de koude siroop en strooi de pijnboompitten er overheen.