Onderdaan makkelijk uitgeleverd

De nieuwe Overleveringswet die vorig jaar in werking trad, moet snelle uitlevering van verdachten tussen lidstaten mogelijk maken. Nederland levert gemakkelijk eigen staatsburgers uit.

De Belg Siegfried B. liep afgelopen augustus op Schiphol tegen de lamp. Hij stond op een internationale opsporingslijst nadat Duitsland vorig jaar oktober een Europees Arrestatiebevel (EAB) tegen hem had uitgevaardigd. Reden: racistische teksten op internet die van zijn hand zouden zijn. Vorige maand besloot de Amsterdamse rechter dat de man mocht worden `overgeleverd' aan Duitsland.

In een ander geval, vorig jaar december, waarbij Duitsland om overlevering van een verdachte van hasjhandel vroeg, wees de rechtbank dat af. De reden was dat Duitsland niet had aangegeven om hoeveel hasj het ging. En in Nederland is alleen het bezit van meer dan 30 gram hasj strafbaar.

Vorig jaar mei trad de nieuwe Overleveringswet in werking die tussen de Europese lidstaten overlevering van verdachten op grond van het Europees Arrestatiebevel mogelijk moet maken. Het Europese debat over versnelde uitleverprocedures speelt sinds 1999, maar kwam in een stroomversnelling na de aanslagen op 11 september 2001 in de Verenigde Staten. Toen werd besluitvorming daarover vooral een instrument om, naast de georganiseerde criminaliteit, terrorisme slagvaardiger te bestrijden. De lidstaten stapten over hun bezwaren om ook eigen onderdanen te moeten overleveren, heen. Overlevering ligt historisch gevoelig vanwege de verschillende rechtsculturen in Europa.

In 2002 werd overeenstemming bereikt over het Europees Arrestatiebevel. Dat voorziet in veel kortere uitleveringsprocedures (sindsdien overlevering genoemd) tussen de lidstaten. Hoger beroep is niet meer mogelijk en de minister van Justitie speelt in de procedure nauwelijks meer een rol. Lidstaten gaan er bij overlevering nu van uit dat landen elkaars rechtssysteem respecteren.

Uit de eerste cijfers over de Europese praktijk, blijkt dit niet altijd het geval - ook niet in het dossier van de aangehouden Belg. België legde vorig jaar een Duits arrestatiebevel naast zich neer omdat de verdachte voor zijn geschriften op internet daar al was veroordeeld. In Nederland heeft Justitie een strafrechtelijk onderzoek tegen hem inmiddels gestaakt.

Nederland heeft in tegenstelling tot aantal andere lidstaten geen moeite met het overleveren van eigen ingezetenen. Sinds de invoering van de Overleveringswet heeft de Nederlandse justitie 132 keer gehoor gegeven aan 176 uitleveringsverzoeken van andere Europese lidstaten, waaronder enkele tientallen eigen staatsburgers. Duitsland was in de periode van november 2004 en mei 2005 de grootste verzoeker, gevolgd door Frankrijk, Groot-Brittannië en België.

Terwijl Nederland wel `eigen' burgers overlevert aan Duitsland, doet dat land het omgekeerd niet sinds een uitspraak afgelopen zomer van het Duitse Constitutionele Hof. Dat hof oordeelde dat Duitse staatsburgers conform de Duitse Grondwet niet mogen worden overgeleverd. Advocaten hebben afgelopen zomer tevergeefs bij de Amsterdamse rechtbank het argument van `wederkerigheid' aangevoerd: als Duitsland niet aan Nederland overlevert, waarom zou Nederland dat dan wel aan Duitsland doen? De Amsterdamse rechtbank wees dat betoog af en deed dat ook in de overleveringsprocedure rond de Belg die discriminerende teksten via internet had verspreid.

Duitsland is niet de enige Europese lidstaat dat moeite heeft met overlevering van eigen burgers vanwege strijdigheid met de nationale Grondwet. Recent oordeelde ook de Italiaanse rechtbank in Bolzano dat een landgenoot die door Oostenrijk gezocht wordt voor hasjsmokkel, niet overgeleverd mocht worden. De garantie dat hij in Oostenrijk voldoende rechtsbescherming in een strafproces zou krijgen, was volgens de rechtbank onvoldoende gegarandeerd. Ook in België twijfelen rechters over de legitimiteit van dat Europese overleveringsverdrag als het om burgers met de Belgische nationaliteit gaat.

In Nederland is constitutionele toetsing van overlevering van eigen burgers niet mogelijk omdat de Nederlandse Grondwet toetsing van wetgeving verbiedt. Nederland toetst wel aan de inhoudelijke eisen van de Overleveringswet en het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Nederland werkt ook niet mee als een Nederlandse verdachte in het aanvragende land geen beroepsmogelijkheden meer heeft of als het gepleegde delict naar Nederlandse maatstaven verjaard is. Nederlanders worden alleen overgeleverd als vooraf gegarandeerd is dat de uiteindelijke celstraf in Nederland mag worden uitgezeten en de opgelegde straf naar Nederlandse maatstaven mag worden omgezet.