Notox: `Geen onnodige dierproeven'

Reach betekent meer werk voor testbedrijf Notox. Celonderzoek en computermodellen moeten het aantal dierproeven beperken.

Het uitgebreid testen van 30.000 chemicaliën in het kader van Reach zal onvermijdelijk leiden tot een toename in het aantal dierproeven. Vereniging Proefdiervrij schat dat er tussen de 12 en 45 miljoen extra proefdieren nodig zullen zijn. Sinds de eerste overheidsregistratie van dierproeven en proefdieren, in 1981, is het aantal dierproeven in Nederland ruim gehalveerd: in 1981 werden er ongeveer 1,5 miljoen gebruikt, in 2003 ruim 620.000.

Testbedrijf Notox, Europees marktleider op het gebied van veiligheidsonderzoek naar industriële chemicaliën, wil voorkomen dat Reach leidt tot onnodig veel extra dierproeven om chemicaliën te testen. ,,Per stof gaan we kijken welke gegevens er al bekend zijn en of verder onderzoek nodig is. Pas in het uiterste geval zullen we dierproeven doen die belastend zijn voor dieren en duur voor de industriële opdrachtgevers'', aldus technisch directeur Ilona Enninga. Notox, gevestigd in Den Bosch, werkt in toenemende mate met celonderzoek en computermodellen als alternatief voor dierproeven. ,,Die experimenten zijn veelbelovend'', aldus Enninga. ,,Maar het is uiteindelijk wel de overheid die het eindresultaat moet goedkeuren voordat een stof geregistreerd kan worden.''

Notox probeert ook gebruik te maken van het High Production Volume Challenge program, dat van medio jaren negentig tot vorig jaar in de VS is uitgevoerd. Daar heeft de industrie op vrijwillige basis bijna drieduizend stoffen die in grote hoeveelheden worden geproduceerd laten onderzoeken. Voor dat onderzoek evalueerde Notox, dat tweehonderdvijftig medewerkers heeft, circa tweehonderd stoffen in opdracht van veertig bedrijven en consortia. ,,Maar de onderzoekseisen van Reach gaan veel verder dan het Amerikaanse programma'', aldus Ineke Gubbels, sectiehoofd industriële chemicaliën.

Notox verwacht dat Reach vooral zal leiden tot opdrachten van het midden- en kleinbedrijf, dat zelf te weinig mensen en kennis in huis heeft om stoffen uitgebreid te kunnen onderzoeken. ,,Maar ook van consortia van chemische bedrijven, die het onderzoek liever uitbesteden aan een onafhankelijk testbedrijf dan alle kennis met concurrenten te delen'', zegt Ineke Gubbels. ,,Aangezien bedrijven vaak wel verwante, maar niet exact dezelfde chemicaliën produceren, kunnen we voor elk lid van het consortium een vertrouwelijk rapport opstellen met de exacte gegevens van hun stoffen.''

Het begint tot de branche door te dringen dat het met Reach menens is. Technisch directeur Enninga: ,,Pas deze maand heeft de Europese branchevereniging voor de chemische industrie haar leden opgeroepen om zich hierop te gaan voorbereiden.'' Gubbels: ,,Wij adviseren bedrijven om nu alvast een inventarisatie te maken van alle stoffen die ze produceren, verhandelen en importeren, zodat ze een idee hebben wat ze wel en niet van hun stoffen weten.''