Met splitsing energiemarkt is niets mis

Het plan van Wouter van Dieren c.s. voor terugkeer naar één Nederlands energiebedrijf dat afgeschermd is van de markt en de Europese mededingingsregels, is een illusie, meent Sweder van Wijnbergen.

In een door de industrie gesponsord manifest (ook milieu-activisten zijn tegenwoordig te koop) lanceert Wouter van Dieren een hernieuwde lobby voor monopolievorming en staatsinmenging in de energiesector. Deze professionele doemdenker (die als lid van de Club van Rome dertig jaar geleden voorspelde dat de olie nu op zou zijn) laat zich met plezier voor de kar van lobby van de energiedistributiebedrijven spannen, en zoekt zijn inspiratie voor economisch beleid in Rusland en het Midden-Oosten (Opiniepagina, 8 november). Daar wordt gehernationaliseerd, dus moeten wij dat ook. Dat beide gebieden stijlvoorbeelden zijn van falend economisch beleid, mogelijk gemaakt door toevallig verkregen oliewinsten, schijnt hem niet te deren.

Van Dieren wil weg van de marktwerking, terug naar een vervlogen illusie uit het verleden, het Grootschalig Productie Bedrijf (GPB), één Nederlands energiebedrijf waar netten, producenten en distributiebedrijven gezamenlijk onder de zachte deken zich van staatseigendom kunnen afschermen van de markt en de Europese mededingingsregels. Alleen zo zouden duurzaamheid en leveringszekerheid gewaarborgd kunnen worden. En zonder marktwerking en privatisering hoeft die splitsing van de distributiebedrijven in een handelspoot en transportnetwerk, het onderwerp van een lang uitgestelde wet die EZ nu binnenkort aan de Kamer voorlegt, ook niet meer. Vandaar ook de sponsoring door energiebedrijven, die er geen probleem mee schijnen te hebben dat ze zo belastinggeld aanwenden om kabinetsbeleid te ondermijnen. Een beter voorbeeld dat staatseigendom niet altijd het publieke belang dient is nauwelijks te vinden. Overigens is destijds het GPB mislukt niet door gebrek aan overheidssteun, die was er onverstandig genoeg in ruime mate, maar aan interne ruzies en conflicten in de sector zelf.

Natuurlijk zal het creëren van een staatsmonopolist geen van Van Dierens doelstellingen dichterbij brengen. Staatsbedrijven zitten continu klem tussen de macro-economische noodzaak te bezuinigen en de bedrijfseconomische noodzaak te investeren, en krijgen zelden de kans rationeel investeringsgedrag te volgen. Staatsuitvoering leidt niet automatisch tot het handhaven van het publiek belang, en is er bijna nooit voor nodig. Wie de capriolen van bijvoorbeeld Nuon in het verleden gevolgd heeft zal niet verder overtuigd hoeven worden. Wie herinnert zich niet de operette rondom Vitesse, of de dwaze avonturen in branchevreemde activiteiten in alle denkbare werelddelen – hoe werd daar het publiek belang nou mee gediend?

Als de staat vanwege leveringszekerheid overcapaciteit wil, kan hij dat ook in een marktomgeving krijgen door daarvoor te betalen. In een competitieve omgeving (en die is er met vier van elkaar onafhankelijke energieproducenten) pakt dat altijd goedkoper uit dan zelf doen. Dat geldt ook voor duurzaamheid. Deze kan bevorderd worden door energieconsumptie te ontmoedigen en productie van duurzame energie aan te moedigen. Als we energiegebruik willen ontmoedigen kan dat door het zwaar te belasten, zoals we doen via de Regulerende Energie Belasting (REB) en benzineaccijns, overigens in schrille tegenstelling tot Van Dierens grote voorbeelden, Rusland en het Midden-Oosten, waar energie praktisch gratis weggegeven wordt in de thuismarkt. En dan moeten we vooral geen subsidies geven aan energieverslindende sectoren zoals aluminiumsmelterijen en glastuinbouw, iets wat in de dagen van het staatskartel ruimschoots gebeurde.

De productie van duurzame energie is in moeilijkheden, maar niet vanwege marktliberalisatie; ook vóór 1998 werd er veel te weinig aan gedaan. De problemen zijn ontstaan doordat de overheid enerzijds vindt dat het publiek belang vereist dat deze energievormen sneller ingevoerd worden dan de markt lijkt te willen, maar anderzijds de daarvoor benodigde subsidies afgeschaft heeft. Centrales met warmtekrachtkoppeling (WKK-centrales) en windmolens zijn hun subsidies grotendeels kwijtgeraakt, terwijl de groenestroomcertificaten omgebouwd zijn van productiesubsidies voor groene stroom naar consumptiesubsidies op import van Franse kernenergie.

Ook de angst voor buitenlandse overheersing, zowel bij Van Dieren als verrassend genoeg bij minister Brinkhorst (Economische Zaken), is moeilijk te volgen. Waarom mag Essent wel naar Bremen, maar E.on niet naar Nederland? Wat zou er van Philips of AKZO geworden zijn als het buitenland net zo nationalistisch optrad tegen Nederlandse multinationals als Van Dieren wil dat wij optreden tegen buitenlandse multinationals? Zouden daar echt die veelgeroemde werkgelegenheid en innovatie mee geholpen worden? Privé-bedrijf Philips verzorgt een kwart van de Nederlandse resource and development en is een wereldleider in innovatie, terwijl staatsbedrijven Nuon en Essent voornamelijk belastinggeld besteden aan inefficiënte empirebuilding en riante managementsalarissen – níet aan innovatie. En overtollige banen bij distributiebedrijven, iets wat Van Dieren wil aanmoedigen, leiden alleen maar tot onnodig hoge distributiekosten en vernietigen zo in de rest van het Nederlandse bedrijfsleven meer banen dan ze bij Nuon, Eneco en Essent opleveren.

Gelooft Van Dieren echt dat een Nuon/Essent combinatie mee zou spelen in het mondiale spel tussen Gazprom, EDF, Gasunie en de grote Duitse energiebedrijven? Afschermen van de markt zou ze kunstmatig lokale marktmacht geven ten koste van de consument, maar de harde realiteit is dat Nederland economisch gezien een middelgrote provincie van Duitsland is, dus die lokale marktmacht levert sowieso niet veel op in internationale machtsspelletjes.

Marktwerking bestaat al geruime tijd in productie en levering aan de groothandel, en sinds kort ook in levering aan de consument. De snelle groei van een efficiënt en nieuw distributiebedrijf als OXXIO, zonder netwerk overigens en daar niet door gehinderd, geeft aan dat er nodeloze inefficiëntie bestond in die markt en levert dus nu al voordelen op voor de consument. Ook is er geen enkele aanwijzing dat zeven jaar privatisering en marktwerking in productie ook maar enig nadelig effect gehad heeft op leveringszekerheid; de problemen die er geweest zijn speelden allemaal in de staatssector, bij de publieke distributiebedrijven waar Van Dieren zo gecharmeerd van is.

Marktwerking, mits goed begeleid door de overheid, kan zowel efficiëntie als leveringszekerheid en duurzaamheid leveren; een staatsmonopolie zal daar, leert de ervaring, niet in slagen. Kijk maar naar Van Dierens ideaallanden, Rusland en Saoedi-Arabië. En marktwerking vereist een level playing field voor verschillende concurrenten, en toegang voor nieuwe spelers. Maar netwerkbeheer in de elektriciteitssector is dermate complex dat via toezicht afdwingen van gelijke toegang onmogelijk is als de netwerkbeheerder zelf dienstverlener is en dus alle belang heeft bij het dwarsbomen van tegenspelers.

Dit belangenconflict is de hoofdreden voor splitsing, al slaagt Economische Zaken er niet in dit helder uit te leggen, getuige de reactie van Brinkhorst (Opiniepagina, 8 november). Daarom is destijds onder oud-minister van Economische Zaken Hans Wijers gekozen voor rigoureuze afsplitsing van het hoogspanningsnet en is toen ook de afsplitsing van de distributienetten aangekondigd. Wijers' opvolgers Jorritsma en Heinsbroek lieten die bal vallen en hebben daarmee veel van de huidige onzekerheid in de sector veroorzaakt.

Of na splitsing de gecombineerde bedrijven meer waard zijn, zoals Brinkhorst beweert, moeten we afwachten maar is geen belangrijk argument. Als het niet zo is, zou meerwaarde zonder splitsing alleen te danken zijn aan monopoliemacht, en we weten dat dat soort meerwaarde altijd minder is dan de consumentenverliezen waar monopoliemacht óók toe leidt. Maar Brinkhorst heeft wel gelijk dat alle argumenten nu wel gehoord zijn, en dat de argumenten voor splitsing nog steeds overtuigend zijn. De Kamer moet die wet aannemen en overgaan tot de orde van de dag.

Sweder van Wijnbergen is hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam en oud-secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken.

www.nrc.nl/opinie : Artikelen Van Dieren en Brinkhorst

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel Met splitsing energiemarkt is niets mis (10 november, pagina 9) is het woordje `zich' op de verkeerde plaats terechtgekomen. Er stond dat ,,netten, producenten en distributiebedrijven gezamenlijk onder de zachte deken zich van staatseigendom kunnen afschermen van de markt''. Bedoeld was dat ,,netten, producenten en distributiebedrijven zich gezamenlijk onder de zachte deken van staatseigendom kunnen afschermen van de markt''. Waar werd gesproken over `resource and development' werd bedoeld `research and development'.