Kankerregistratie kan sterfte terugdringen

Het Integraal Kankercentrum Zuid registreert nu 50 jaar kankergevallen. Een unicum in Nederland. En belangrijk voor de behandeling.

Een kankerregistratie die relevante gegevens doorgeeft aan behandelende artsen kan de sterfte aan sommige kankers met 10 tot 20 procent terugdringen. Dat blijkt uit analyses die vandaag in Eindhoven zijn gepresenteerd op een congres bij het 50-jarig bestaan van de kankerregistratie van het Integraal Kankercentrum Zuid.

De zuidelijke kankerregistratie is veruit de langstlopende in Nederland. Het begon in 1955 met onderzoek naar wie er kanker kreeg in een bevolking van 300.000 mensen rond Eindhoven en Venlo. Inmiddels is de registratie uitgebreid naar 2,5 miljoen mensen in Noord-Brabant en het noorden van Limburg. Een kankerregistratie legt vast wie er welke kanker krijgt, hoe, waar en door wie de patiënt wordt behandeld en of de patiënt geneest, met de kanker overleeft, of is gestorven.

Die registratie kan levens redden. ,,Je kunt de zorg voor kankerpatiënten verbeteren'', zegt prof.dr. Jan Willem Coebergh, hoofd onderzoek van de zuidelijke kankerregistratie, ,,als je de behandelaren laat zien welk resultaat ze zelf behalen en hoe hun collega's het doen. Vroeger presenteerden we die gegevens alleen als er een verzoek kwam van de specialisten uit een ziekenhuis. Tegenwoordig doen we het ook ongevraagd, als er voor de behandeling van een bepaalde tumor een richtlijn bestaat. Dan kijken we hoe de behandelaars zich daar aan houden en hoe hun resultaten zijn.'' De effecten zijn steeds sneller bekend, want cijfers over de verwachte vijf- en tienjaarsoverleving van kankerpatiënten zijn tegenwoordig, dankzij statistische methoden, al na een paar jaar beschikbaar.

De analyse van darmkankerpatiënten laat bijvoorbeeld zien dat ouderen, vrouwen en mensen met een lage opleiding en een laag inkomen minder vaak levensverlengende chemotherapie krijgen. En het ene ziekenhuis geeft die beter dan het andere. Coebergh: ,,De overleving kan op een aantal punten verbeteren, maar tegelijkertijd zijn er sociale factoren waar de behandelaar maar weinig invloed op heeft. Vrouwelijke patiënten zijn vaker alleenstaande ouderen en die kiezen er soms voor om geen chemotherapie meer te ondergaan.''

In 1955 begonnen behalve in Zuid-Nederland ook in Den Haag, Rotterdam en Friesland kankerregistraties. Die laatste drie zijn echter in 1974 gestopt. Het Koningin Wilhelmina Fonds gaf geen subsidie meer, omdat er te weinig met de gegevens gebeurde. ,,Er waren nog geen computers'', zegt Coebergh. ,,De gegevens stonden in kaartenbakken en waren nauwelijks te verwerken.'' Ook de verzuiling belemmerde de registratie. Coebergh: ,,Kanker werd in de jaren zestig in traditionele kringen nog gezien als een straf van God. Sommige kankerregistraties kwamen niet goed van de grond omdat de katholieke en protestantse ziekenhuizen elkaar hun cijfers niet wilden laten zien. In het zuiden had niemand daar last van. Daar was vrijwel iedereen katholiek.'' Sinds 1989 bestaat er een landelijke kankerregistratie.