Is `Het Nieuwe Rijden' een wassen neus?

Steeds wordt ons voorgehouden om toch vooral zuinig te rijden. Overheid en milieubeweging hameren op de energiebesparing en de voor het milieu weldadige verlaging van de uitstoot van het broeikasgas CO2 die dat zou opleveren.

In die traditie past het artikel van Arjen Ribbens (NRC Handelsblad, 4 november) over `Het Nieuwe Rijden' (HNR): verbetering van de rijstijl leidt tot brandstofbesparing (gemakkelijk 10 procent), verminderde uitstoot van CO2, en tijdwinst. Vorig jaar heeft HNR in Nederland naar schatting ruim 100 miljoen liter brandstof bespaard.

Het lijkt een sprookje, maar toch miste ik iets: waar blíjft al dat geld dat bedrijven en particuliere automobilisten overhouden door de daling van hun brandstofverbruik? Wat gebeurt met die minstens 100 miljoen euro per jaar? Men lijkt te denken dat al dat geld zomaar uit de roulatie verdwijnt, dat het eenvoudigweg vervliegt.

Zo is het natuurlijk niet. Dat geld vinden al die Nieuw Rijdende bedrijven en particulieren terug in hun portemonnee, en dat geven zij op duizend-en-één manieren uit: aan een grotere auto, een grotere woon-werkafstand of een extra vliegvakantie naar Thailand. En zo wordt al het bespaarde geld ingezet om alsnog energie en grondstoffen te verbruiken, en dus CO2 te produceren.

Het komt erop neer dat ons verbruik aan energie en grondstoffen niet bepaald wordt door de zuinigheid van ons rijgedrag of van deze of gene auto of cv-ketel, maar door wat wij te besteden hebben.

Wat helpt dan wél? Armoede. De doodarme inwoners van dat Afrikaanse dorpje waaraan het magazine van deze krant laatst een reportage wijdde, zorgen voor een minimale CO2-uitstoot. Maar armoede betekent economische krimp. Dat zal nooit geaccepteerd worden. Maar is dat een reden om elkaar besparingssprookjes op de mouw te spelden?