Hof steunt verbod hoofddoekjes

Het Europese Hof voor de Mensenrechten heeft vandaag geoordeeld dat het Turkse verbod op het dragen van hoofddoekjes aan universiteiten gerechtvaardigd is. Volgens het Hof is het verbod niet strijdig met de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, zoals vastgelegd in het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens.

Daarmee heeft de zeventien-

koppige rechtbank het hoger beroep verworpen van de Turkse Leyla Sahin. Zij klaagde de Turkse staat aan bij het Hof nadat de geneeskundefaculteit van de Universiteit van Istanbul haar in 1998 wegens haar hoofddoek de toegang tot een schriftelijk examen had ontzegd. Ook mocht zij om die reden verscheidene colleges niet volgen. Sahin was van mening dat onder andere haar rechten op godsdienstvrijheid en onderwijs door het verbod werden geschonden en verhuisde in 1999 naar Wenen. In juni vorig jaar stelde een lagere kamer van het Europese Hof haar al in het ongelijk.

De uitspraak van vandaag komt sterk overeen met die van vorig jaar. Het Hof oordeelde dat het verbod op het dragen van een hoofddoek is gebaseerd op de principes van secularisme en de gelijkwaardigheid van man en vrouw, zoals sinds 1937 vastgesteld in de Turkse grondwet. Verder draagt het verbod volgens het Hof in Straatsburg bij aan het waarborgen van democratische waarden en beschermt het de staat tegen manifestaties van een te nadrukkelijke religieuze voorkeur, aldus het Hof.

In zijn uitspraak wijst het Hof erop dat in de Turkse geschiedenis ,,extremistische politieke bewegingen'' de maatschappij religieuze symbolen hebben willen opleggen. Het dragen van hoofddoeken is sinds de jaren tachtig in Turkije populairder geworden. Het hoofddoekverbod voor Turkse staatsonderwijsinstellingen werd in 1981 ingesteld.