EU waarschuwt bewind Montenegro

De Europese Unie heeft de regering van Montenegro gisteren gewaarschuwd dat ze niet zomaar haar gang kan gaan met het referendum over de onafhankelijkheid van Montenegro, dat nu nog deel uitmaakt van een unie met Servië.

Als de regering in Podgorica zich niet aan de Europese regels houdt, brengt ze de Europese integratie van het land in gevaar, aldus een Europese trojka – met vertegenwoordigers van de Europese Commissie, de huidige en de toekomstige voorzitter van de EU – tijdens een bezoek aan Podgorica. Podgorica mag de interne en regionale stabiliteit niet in gevaar brengen en geen voorbereidingen treffen voor het referendum voordat de EU de regels vaststelt. Doet het dat niet, dan zal de EU concluderen dat sprake is van ,,een eenzijdig proces''. Dan zal ze de uitslag van het referendum niet accepteren en dan komt de weg van Montenegro richting Europa in gevaar. Zelfs een datum voor het referendum mogen de Montegrijnen nog niet vaststellen.

Het bewind van ex-president en premier Milo Djukanović streeft al jaren naar onafhankelijkheid en verbreking van de banden met Servië. Onder zware druk van de Europese Unie ging Djukanović in 2003 akkoord met de vorming van een unie met Servië. Die functioneert in vrijwel geen enkel opzicht. Volgens de grondwet van de unie mogen Servië en Montenegro na drie jaar per referendum beslissen of ze met elkaar verder willen gaan. Djukanović wil in april dat referendum over de onafhankelijkheid houden. Hij beloofde gisteren na besprekingen met de trojka zich aan de regels van de EU te houden.

De vier Montenegrijnse oppositiepartijen die tegen de onafhankelijkheid zijn, hebben zich gisteren in een brief aan de EU beklaagd over Djukanović' streven en over de premier zelf. De campagne voor de onafhankelijkheid, zo schreven ze, ,,vindt plaats in een sfeer van harde meningsverschillen, verhitte emoties en wederzijds wantrouwen''. Djukanović wordt bestempeld als ,,een onbedwingbare hindernis'' voor een dialoog tussen regering en oppositie. De oppositie herinnert in de brief ook aan het feit dat Djukanović' naam is genoemd in een vonnis tegen een in Italië veroordeelde maffioso. Volgens zijn tegenstanders is de premier nauw betrokken bij sigarettensmokkel.