Domeindrift ministeries is ontoelaatbaar

Er is frictie tussen de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie. (NRC Handelsblad, 31 oktober). Ambtenaren van Buitenlandse Zaken voelen zich aangetast in hun positie ten opzichte van Defensie. Ze zochten de pers, waarbij de uitzending van troepen naar Afghanistan de aanleiding werd. Minister Kamp ergerde zich vervolgens aan de arrogante wijze waarop over Defensie werd gesproken, de ,,ijzerwinkel''. In een brief aan de Kamer, op 3 november, wordt de zaak gesust, maar inmiddels was het kwaad geschied. Bij uitzending van militairen moet zelfs de schijn worden vermeden dat er sprake van bureaucratische belangenstrijd kan zijn. Ergerlijk is hoe sommige parlementariërs zich in het debat mengden. Buitenlandse Zaken is de architect en Defensie de aannemer, zegt Tweede-Kamerlid Ormel. Ook senator Van Middelkoop ziet het eenvoudig: verzoeken van de NAVO komen bij Buitenlandse Zaken binnen, daar ligt het initiatief, Defensie krijgt slechts een afschrift. Dat toont onbegrip.

Zeker, militaire interventies moeten altijd worden getoetst aan het buitenlandsbeleid, maar de minister van Defensie draagt verantwoordelijkheid voor de uitvoering en de risico's. Defensie kan geen uitvoerder zijn van beleid dat elders wordt gemaakt, Defensie moet medevormgever zijn.

Er is ook geen rigide volgtijdigheid. Een verzoek om troepen komt niet uit de lucht vallen. Eerst wordt in de defensiefora gepolst wat de mogelijkheden, militair en politiek, van de verschillende landen zijn. Met name bij uitbreidingen van lopende operaties heeft Defensie een leidende rol.

Uitzendingen zijn belangrijke zaken voor een regering, simpele uitlatingen van parlementariërs helpen daarbij niet. Voor de besluitvorming is geen standaardpatroon, maar overal in de procesgang moeten de departementen samenwerken. Domeindrift is ontoelaatbaar.