De chemiesector staat in brand

Rond de nieuwe Europese richtlijn voor het testen van chemische stoffen, Reach, is een heftige strijd ontbrand. De chemische sector vreest dat de productie verschuift naar landen met minder regelgeving.

Rond de nieuwe Europese richtlijn voor het testen van chemische stoffen, Reach, is in Brussel een heftige lobby op gang gekomen. Niet alleen de chemische industrie zelf probeert Reach naar eigen wensen te laten modelleren. Andere groepen lobbyen even hard, van de Europese consumentenorganisatie BEUC, de milieuorganisaties Wereldnatuurfonds en Greenpeace, de minder bekende groep `Vrouwen en chemicaliën' tot de dierenlobby.

De belangen zijn enorm. De Europese chemische industrie is met een jaaromzet van 360 miljard euro ofwel 28 procent van de wereldproductie koploper, vóór de VS en Azië (exclusief Japan). Vorig jaar exporteerde de Europese Unie voor 102 miljard euro aan chemieproducten, terwijl voor 65 miljard euro werd geïmporteerd. De sector biedt in de hele EU aan ruim 1,3 miljoen mensen werk. Maar ook hier ligt de concurrentie uit landen als China en India op de loer.

Toch twijfelt niemand eraan dat Reach nodig is. ,,De huidige wetgeving voor chemische stoffen heeft niet het noodzakelijke niveau van bescherming voor de gezondheid en het milieu kunnen bieden'', zei eurocommissaris Stavros Dimas (Milieu) onlangs nog. Ook de voorzitter van de Europese chemische industrie (Cefic), DSM-topman Peter Elverding, erkent dat maatregelen nodig zijn. ,,We realiseren ons dat we moeten luisteren naar de zorgen van burgers'', zei hij eergisteren bij een zoveelste bijeenkomst in Brussel. Maar zijn pleidooi voor een ,,werkbare'' oplossing maakt bij consumenten- en milieuorganisaties cynische reacties los. Het bedrijfsleven zelf is niet eensgezind. Zo wil de detailhandel een strikte aanpak, omdat deze sector het meest direct met consumentenvertrouwen te maken heeft.

,,Het wetsvoorstel over controle op chemische stoffen onderscheidt zich in bijna alles van andere onderwerpen'', zegt PvdA-europarlementariër Dorette Corbey. Zij wijst op de ruim 3.000 amendementen die over Reach zijn ingediend. ,,Dat komt door de zware lobby.''

De schermutselingen over Reach begonnen al voordat de Europese Commissie in oktober 2003 haar voorstel presenteerde. Eerst was er onenigheid binnen de vorige Europese Commissie zelf. Eurocommissaris Margot Wallström (Milieu) wilde een strengere aanpak dan haar collega Erkki Liikanen (Bedrijven). Wallström trok aan het kortste eind: 70.000 van de 100.000 chemische stoffen blijven buiten schot. ,,Hierdoor lopen burgers toch risico'', zegt BEUC-onderdirecteur Willemien Bax. De nieuwe Europese Commissie, die eind 2004 aantrad, is evenmin eensgezind. Onlangs lekte een brief uit van Wallström (die nu de portefeuille Communicatie beheert) aan Commissievoorzitter José Manuel Barroso, waarin zij zich kwaad maakte over suggesties van collega-commissarissen voor verdere tegemoetkomingen aan het bedrijfsleven.

Deze gestes naar het bedrijfsleven lokten gisteren een ludieke actie uit van Greenpeace. Enkele als verhuizers verklede actievoerders meldden zich bij het Berlaymontgebouw om Commissievoorzitter Barroso te verhuizen naar het kantoor van de verenigde chemische industrie (Cefic) en de Duitse Commissaris Verheugen naar de Duitse chemiegigant BASF. Ze toonden een groot spandoek met daarop de twee mannen die een baby met giftige chemicaliën voeden.

Het is nog niet zeker of de geplande stemming op 17 november in het europarlement, dat medebeslissingsrecht heeft, doorgaat. Er is meer tijd nodig om alle nieuwe amendementen in alle EU-talen te vertalen. De EU-ministerraad zou eind november een besluit moeten nemen, op basis van een compromisvoorstel van het Britse EU-voorzitterschap, maar Berlijn wil uitstel in afwachting van het aantreden van de nieuwe coalitieregering.

Volgens Ria Oomen-Ruijten (CDA), die zelf ruim tweehonderd amendementen heeft ingediend, dreigt Reach veel te bureaucratisch te worden. Zij wil dat bedrijven vrijwillig mogen beslissen over de vorming van kostenbesparende consortia voor de registratie van eenzelfde chemische stof (one substance one registration). Dat moet voorkomen dat bedrijfsgeheimen bij de concurrent terechtkomen. De verplichting zou alleen moeten gelden als dieren nodig zijn voor tests. Zo kan het aantal dierproeven worden beperkt, dat door Reach toch al zal toenemen.

Oomen-Ruijten steunt ook de eis van Cefic om af te zien van een autorisatietermijn van vijf jaar – bedoeld om bedrijven ertoe aan te zetten naar alternatieven voor risicovolle stoffen te zoeken – waarna bedrijven opnieuw de hele procedure moeten doorlopen. Volgens Oomen-Ruijten moet de autorisatietermijn ,,van geval tot geval'' worden vastgesteld door een Europees Agentschap voor chemische stoffen dat in het kader van Reach wordt opgericht. Een vertegenwoordiger van de Europese auto-industrie klaagde deze week dat een vaste termijn van vijf jaar de hele productiecyclus in zijn sector overhoop gooit en dus tot miljardenkosten zou leiden.

De parlementscommissies voor industrie en interne markt komen met hun amendementen de chemische sector tegemoet. Gisteren bereikten de christen-democraten een compromis met de Italiaanse socialistische rapporteur Guido Sacconi over een vermindering van dure tests voor substanties die in volumes van 10-100 ton worden geproduceerd. Ook voor substanties tussen 1 en 10 ton worden de testeisen teruggeschroefd. ,,De Duitse chemische industrie heeft een sterke invloed op het politieke systeem'', erkende Sacconi gisteren.

PvdA'er Corbey is ,,ongelukkig'' met dit compromis. Zij spreekt van een ,,glijbaaneffect'', waardoor er steeds minder van Reach overblijft. ,,Oorpronkelijk was het de bedoeling 30.000 stoffen streng te testen, daar zijn er feitelijk nu nog 10.000 van over.''

Het belangrijkste conflictpunt is de `risicobenadering' die het bedrijfsleven voorstaat: de zwaarste testeisen gelden alleen voor risicovolle chemische stoffen als mensen daar daadwerkelijk aan worden blootgesteld. Zo worden bedrijven voor goed risicomanagement beloond. Ze moeten hun gegevens voorleggen aan het Europees Agentschap, dat vervolgens besluit of aanvullende tests nodig zijn.

Consumenten- en milieuorganisaties vrezen dat de bewijslast dan niet meer duidelijk bij het bedrijfsleven ligt – terwijl dat juist de bedoeling was van het oorspronkelijke Commissievoorstel. Volgens hen zijn goede tests juist nodig om de risico's vast te stellen. Ook de verplichte vervanging van risicovolle chemische stoffen als een alternatief voorhanden is, vindt de chemische sector onacceptabel.

Volgens Cefic-directeur René van Sloten zullen vooral niet-Europese producenten van kant-en-klare artikelen die chemische stoffen bevatten hiervan profiteren. Deze producten zijn namelijk slechts aan Reach onderworpen als ze chemische substanties bevatten die bij gebruik vrijkomen, bijvoorbeeld pennen of inktpatronen. EU-producenten mogen alleen chemische ingrediënten gebruiken die aan Reach voldoen, wat tot veel hogere kosten leidt. Productie en innovatie zal dan ook verschuiven naar derde landen, voorspelt hij. Ook voor de vele duizenden kleine chemische bedrijven is de ingewikkelde EU-regelgeving nadelig, aldus Van Sloten: de introductie van een nieuwe chemische substantie duurt in de EU drie keer langer en kost tien keer meer dan in de VS.

Voor nieuwe chemische stoffen is Reach juist gunstiger, omdat een hele reeks nationale regels wordt vervangen. De Europese Commissie heeft ook steeds verkondigd dat Reach ,,zal aanmoedigen tot het ontwikkelen van producten en minder gevaarlijke processen''. Maar nu in de EU de angst bij burgers voor de globalisering en de buitenlandse concurrentie groeit, neemt ook de druk toe om Reach nog verder aan te passen.