Choreografie Khan en Larbi is subtiel mystiek

Ze zijn evengoed de filosofische makers als de `intuïtieven' van het hedendaagse danstheater: de Brits-Bengalese choreograaf en danser Akram Khan (1974) en zijn collega, de Vlaams-Marokkaanse Sidi Larbi Cherkaoui (1976). Hun benadering van dans en theater lijkt maximaal verschillend; Khans wortels liggen in de Indiase, `wiskundige' kathakdans en Sidi Larbi is de vertolker van Vlaamse, maatschappelijk betrokken theaterdans. Maar uiteindelijk is er meer dat hen bindt dan onderscheidt: hun moslimachtergrond met bijbehorende twee-culturenerfenis, hun voor de dans uitzonderlijke theatrale intelligentie, het vaak mystieke effect van hun voorstellingen en hun persoonlijke danskwaliteiten. En ten slotte het feit dat zij beiden internationaal worden gezien als de twee meest toonaangevende choreografen van het moment.

Akram Khan en Sidi Larbi kennen elkaar al vijf jaar, maar pas deze zomer maakten ze in Londen hun eerste gezamenlijke voorstelling: Zero Degrees is nu in de Rotterdamse Schouwburg te zien, en in 2006 tijdens het Holland Festival.

Het is een heel persoonlijke en intieme voorstelling geworden, waarvoor Khan's reis door Bangladesh en India de basis vormde. In de openingsscène zitten Akram Khan en Sidi Larbi in kleermakerszit op de grond. Geheel synchroon vertellen ze het verhaal van Khan die bij de grensovergang zijn paspoort (en identiteit) dreigt kwijt te raken aan een treiterende, corrupte ambtenaar. De dubbel gesproken tekst wordt ondersteund door de eveneens synchroon uitgevoerde praatbewegingen van handen en armen. Larbi gebruikte deze vondst eerder in zijn debuutvoorstelling Rien de Rien (2000), maar het is ook nu weer uitermate grappig en effectief.

De scène lijkt de toon te zetten voor een typisch Vlaamse theatraliteit, maar beide heren gaan over tot kleine, ingenieuze dansduetten voor de armen – alsof de godin Shiva met al haar armen tegelijk tovert. Ze dansen even solo of tollen samen rond in derwisj-cirkels, maar komen daarna altijd tot stilstand. Bij tijd en wijle is Zero Degrees een schoolvoorbeeld van een fusionballet, waarin de virtuoze kathak van Kahn en de 'hiphopvertalingen' en de circuslenigheid van Sidi Larbi versmelten. Heel langzaam waan je je in een dans-om-de-dansvoorstelling die bijna meditatief van aard is.

De prachtige muziek van componist Nitin Sawhney speelt daarbij een belangrijke rol. Vier live spelende musici, onder wie zanger Fahzeem Mazhar, laten je zwijmelen op de Indiase zang, maar verdrijven de melancholie weer met opzwepende percussie.

Dan keert ook het verhalende weer terug in Zero Degrees; Khan en Larbi vertellen over een dode man in het rijtuig van Khans trein. Bij de grens wilde Khan het lijk aan de douane overdragen, maar dat wordt hem verboden. Hij moet machteloos toezien hoe er niets gebeurt. Het verhaal wordt verteld met twee poppen die op het toneel staan. Soms dienen zij als alter ego's van de makers, in dit geval `speelt' de pop de gestorven man.

Zero Degrees eindigt met Khan die de identiteit van het lijk heeft aangenomen en wordt weggedragen door Larbi. Het is de vertolking van de grenservaringen die centraal staan in deze productie. Geografisch, cultureel, persoonlijk maar ook tussen leven en dood. Het is de taal van dans en theater die uiteindelijk alle grenzen opengooit, met Akram Khan en Sidi Larbi Cherkaoui als subtiele en dynamische bruggenbouwers. Zero Degrees dreunt nog lang na thuiskomst zachtjes na.

Voorstelling: Zero Degrees. Akram Khan Company & Les Ballets C. de la B. Gezien 18/10, Singel Antwerpen. 11-12/11 Rotterdamse Schouwburg. Inl: 010-4118110 of www.schouwburg.rotterdam.nl