Blair speelt hoog spel, maar verliest

Tony Blair leed gisteren in het Lagerhuis een historische nederlaag. Hij wilde geen compromis. ,,Soms kun je beter verliezen en het goede doen dan winnen en het verkeerde doen''

De Britse premier Tony Blair is geen man die risico's schuwt. Ook gisteren speelde hij weer hoog spel, maar voor het eerst sinds hij in de lente van 1997 premier werd, trok hij ditmaal in het Lagerhuis aan het kortste eind. Zijn fameuze overredingskracht liet hem in de steek en een meerderheid, inclusief een fors deel van zijn eigen Labour-partij, rukte het hart uit zijn anti-terreurvoorstellen.

De nederlaag riep vragen op over de conditie van Blairs politieke instinct, tot dusverre een van zijn best ontwikkelde eigenschappen. Hoe was het mogelijk dat hij zo star vasthield aan een termijn van 90 dagen om verdachten van terrorisme te kunnen opsluiten zonder vorm van aanklacht? Dit ondanks massaal verzet in het Lagerhuis? Waarom niet een beetje water bij de wijn gedaan, zodat er een ook voor hem dragelijk compromis met de oppositie uitrolde?

Blairs gedrag is op het eerste gezicht des te raadselachtiger omdat de regering zelf vorige week bij monde van minister van Binnenlandse Zaken Charles Clarke nog openlijk had gezinspeeld op een kortere termijn. Het was Blair persoonlijk, die voor de onverzettelijke koers koos.

De driestheid waarmee de premier het omstreden voorstel door het Lagerhuis probeerde te jagen, wekte verbazing omdat Blair vorige week aan den lijve had ervaren dat zijn macht aan het afbrokkelen is. David Blunkett, een van de steunpilaren van Blairs kabinet, moest tegen de zin van de premier het veld ruimen. Hij bleek zich in de periode na een eerder ontslag als minister niet aan de gedragscode voor oud-bewindslieden te hebben gehouden. Een ander, minder omstreden deel van de anti-terreurwetgeving haalde het vorige week bovendien maar met een meerderheid van één stem.

Enkele uren voor de stemming bij het wekelijkse vragenuurtje gisteren in het parlement leek Blair zelf de nederlaag al te voorvoelen. ,,Soms is het beter te verliezen en het goede te doen dan om te winnen en het verkeerde te doen'', verklaarde hij veelbetekenend. Als een nobele ridder wilde hij kennelijk vechtend ten onder gaan voor een zaak, die buiten het parlement vooral door de politie was bepleit.

Toen de uitslag was bekendgemaakt toonde Blair geen enkele spijt over zijn strategie. Hij noemde het besluit van het Lagerhuis vanuit Downing Street ,,onverantwoordelijk''. Enigszins dreigend sprak hij bovendien de hoop uit dat zijn tegenstanders hun besluit ,,niet zullen berouwen''. Een weinig verhulde toespeling op mogelijke nieuwe terroristische aanslagen.

In die laatste opmerking schuilt waarschijnlijk de verklaring voor Blairs opstelling. Iedereen, inclusief de oppositie, is immers bezorgd dat er zich een herhaling voordoet van de bloedige zelfmoordaanslagen van afgelopen juli. Welke politicus wil op zijn geweten hebben dat de politie dan verwijtend vaststelt dat ze de daders helaas niet op kon pakken omdat ze niet over voldoende bevoegdheden beschikte?

Bij dit alles komt nog dat opiniepeilingen uitwijzen dat een ruime meerderheid van de Britten het standpunt van Blair en de politie deelt. Zij vinden het niet erg de burgerrechten uit te hollen ter wille van grotere veiligheid.

Toch kozen de oppositie en 49 Labour-parlementariërs het principiële standpunt dat het een ontoelaatbare inbreuk op de burgerrechten is een verdachte drie maanden op te sluiten zonder enige vorm van aanklacht. Ze wezen erop dat dit overeenkomt met een gevangenisstraf van een half jaar, omdat veroordeelden doorgaans maar de helft van hun straf hoeven uit te zitten. En dat voor mensen, die wellicht niets hebben misdaan. Bovendien staat volgens hen geenszins vast dat de veiligheid er door toeneemt. De politie had de daders van de aanslagen van juli ook met zulke bevoegdheden niet gestopt.

Vooral voor de Tories, die zich vanouds presenteren als de partij van law and order, was hun liberale standpunt opmerkelijk. Ze kunnen er immers gevoeglijk van uit gaan dat een groot deel van hun achterban het met Blair eens is. De afkeer van de Conservatieven van de 90-dagentermijn is echter mede ingegeven door de tamelijk hooghartige manier waarop Blair de maatregelen door het Lagerhuis probeerde te loodsen. Na de aanslagen kondigde Blair aan dat hij in nauw overleg met de oppositie zou proberen strengere anti-terreurwetgeving aanvaard te krijgen. Van overleg is echter nauwelijks sprake geweest.

Spreker na spreker klaagde bij het debat van gisteren dat de regering had verzuimd uit te leggen waarom de huidige termijn van 14 dagen in één klap diende te worden uitgebreid tot 90 dagen. De Conservatieven waren het eens met een verlenging. Maar 28 dagen leek hun lang genoeg voor de politie om vast te stellen of een verdachte van terrorisme iets in zijn schild voerde of niet.

Of hij nu gelijk heeft of niet, Blair is, een half jaar in zijn derde en laatste termijn als premier, geen schaduw meer van de oppermachtige heerser die hij de afgelopen jaren was. Zowel in het kabinet als in de Labour-fractie spreken ministers en Lagerhuisleden hem steeds openlijker tegen. Blairs aankondiging vanmorgen dat hij ingrijpende hervormingen in het onderwijs en de gezondheidszorg gewoon wil voortzetten, klonken dan ook tamelijk hol. Misschien komen die hervormingen er inderdaad, maar de vraag is steeds meer of dat nog onder Blairs leiding zal zijn of onder die van een opvolger.