Amsterdam: oogsten in een `vergeten wijk'

Op 23 april 1998 vloog om half acht 's avonds een prullenbak in brand op een speelpleintje bij het August Allebéplein in de Amsterdamse buurt Overtoomse Veld. De brandstichter was een twaalfjarige jongen, de wijkagent drukte hem onmiddellijk tegen de grond. Er kwamen ouders en omwonenden op het incident af. Een ME-eenheid werd ingeschakeld. Een politiehelikopter cirkelde boven het plein. Iedereen kwam kijken. Honderdvijftig Marokkaanse jongeren gooiden met stenen. Om elf uur 's avonds luwde het geweld, vier jongens waren gearresteerd, vier agenten gewond geraakt.

,,Als je rellen wilt, moet je een politiehelikopter inzetten'', zegt Ton Smakman (48), coördinerend wijkagent van zeven stadsdelen in Amsterdam-West, zeveneneenhalf jaar later. ,,Die werkt als een magneet. De bewoners zagen het optreden van de politie als machtsvertoon.''

De wijkagent vertrok uit Overtoomse Veld en vier maanden later werd Smakman als zijn opvolger aangesteld. Hij trof een `vergeten wijk' aan. Van de 9.000 bewoners waren er 1.500 van Marokkaanse afkomst. ,,De bewoners voelden zich verwaarloosd door de overheid'', zegt Smakman nu. ,,Ze waren bij elkaar gepropt in flats. De straten waren vuil. Het jongerenwerk was slecht georganiseerd. De politie trad autoritair op. Als er een auto werd gekraakt, belde niemand de politie. De bewoners waren niet betrokken bij de buurt, ze waren gefrustreerd.''

Smakman besloot contact te leggen in de buurt. Hij zocht de buurtvaders op, Marokkaanse en Nederlandse mannen die jonge Marokkanen op straat aanspraken op hun gedrag. Smakman ging met hen mee op familiebezoek en stapte af op een groep van veertig Marokkaanse jongens. ,,Als je als agent alleen bent, straal je kracht uit'', zegt Smakman nu. ,,Ik stond daar midden tussen die jongens en ze zeiden: `Hé, hij is niet bang'.''

Hij was `lekker' zichzelf, vriendelijk en geïnteresseerd. De jongens van het Allebéplein ontdooiden. ,,Je oogst altijd wat je zaait'', zegt Smakman. Zijn ervaringen deelt hij met collega's. ,,Er zijn collega's van wie ik vind dat ze anders zouden moeten optreden. Die corrigeer ik.''

Er zijn twee nieuwe problemen in Amsterdam-West: het eerste is economisch. De werkloosheid stijgt. Er is grote schooluitval en het aantal stageplaatsen neemt af. Wat kan de politie daaraan doen? ,,Ik ken de bedrijfsleider van Albert Heijn op het Allebéplein'', zegt Smakman. ,,Af en toe ga ik naar hem toe. `Heb je nog een stageplek? Ik heb een goeie knul.' Dat doen we met meer bedrijven. Zo bouw je krediet op.''

Het tweede probleem is radicalisering. Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, kwam uit Overtoomse Veld. Jongens die de jihad verheerlijken ziet Smakman vooral bij huisbezoeken. ,,In 1998 was ik bezig met criminaliteitsbestrijding, nu met radicalisering. Als je je ogen de kost geeft, zie je die jongens veranderen. Ik kijk en ik kijk. Als ik de kans krijg, spreek ik ze aan op hun ideeën.''

Overtoomse Veld is geen kruitvat, zegt Smakman. ,,Maar je weet nooit of iemand de kolder in zijn kop krijgt.''