Wie maar wil, kan van alles krijgen

Gaan jongeren in Nederlandse achterstandsbuurten straks ook relschoppen, zoals nu in Frankrijk gebeurt? De jongeren zelf denken van niet. ,,Hier is het lastig een baan te vinden. Daar is het onmogelijk.''

Vanochtend bij de koffie waren de rellen in Frankrijk hét gespreksonderwerp, zegt Don Omar (21). Hij had erover gelezen in de Metro. Don Omar zit in de koffiehoek van het Reboundcentre in Rotterdam. Hij snapt de jongeren in Frankrijk wel, zegt hij. ,,Ze voelen dat ze geen toekomst hebben. Ze hebben echt niets te verliezen.''

Don Omar weet hoe dat voelt. Een aantal jaren had hij geen greep op zijn eigen leven. Hij behoorde tot een groep criminele jongeren die een hoop rotzooi uithaalde. Hij zat in een jeugdgevangenis en in een penitentiaire inrichting.

Het begon met een sollicitatie als tomatenplukker, zegt Don Omar. ,,Toen ik aankwam zei de baas: ik ben al voorzien. Maar toen een Nederlandse vriend van me langsging, werd hij meteen aangenomen. Ik dacht: donder maar op met jullie werk. Ik ging de straat op, dat werd foute boel.''

Omar volgt nu een opleiding voor beveiliger in het Reboundcentre in het Rotterdamse Schiemond, in de deelgemeente Delfshaven. In een grote loods worden jongeren tussen de 16 en 23 jaar via een korte, praktische opleiding aan een baan geholpen. Of ze kunnen naar een reguliere opleiding. Meestal hebben de jongeren geen of weinig diploma's, soms hebben ze een crimineel verleden. Don denkt dat die baan hem wel zal lukken, ,,al moet ik er meer moeite voor doen dan een Nederlander''. Hij heeft als beveiliger zelfs een voordeel: ,,Ik ken ze, ik was zelf een van hen. Ze luisteren naar me. Naar de politie luisteren ze echt niet.''

Zouden de rellen zoals nu in Frankrijk ook in Nederland kunnen losbarsten? Jan Marijnissen, fractievoorzitter van de SP, vreest van wel. Ook Nederland kent jongeren die zich buitengesloten voelen en geen perspectief hebben op een verbetering van hun situatie, zei hij gisteren. Hij wil een debat (zie inzet) over de vraag of het kabinet voldoende doet om deze problemen – en zo een geweldsexplosie – in Nederland te voorkomen.

Omar ziet rellen als in Frankrijk in Nederland niet snel gebeuren. ,,We hebben hier wel achterstandsbuurten, maar geen getto's zoals daar. Hier is het lastig voor jongeren uit die wijken om aan een baan te komen, daar is het onmogelijk. Als je hier geen baan hebt, krijg je een uitkering.'' En er zijn hier uiteindelijk te weinig gefrustreerde jongeren die zich zouden kunnen mobiliseren, denkt Omar. En dan nog iets. ,,Marokkanen in Nederland zijn softer dan de Marokkanen of Noord-Afrikanen in Frankrijk.''

Nadia Albouayadi (21) moet lachen. Ze denkt dat Omar gelijk heeft. Ze heeft een horecaopleiding en zocht een baan bij een cateraar. Ze heeft het gevoel dat ze geen stageplek of een baan kon krijgen omdat ze Marokkaans is. ,,Je mag op gesprek komen, maar zodra ze je zien zijn ze opeens voorzien.'' Nu wordt ze beveiliger, net als Don Omar.

Allochtone jongeren krijgen vaak ten onrechte negatieve reacties, zegt Nadia. ,,Mijn zusje van twaalf draagt een hoofddoek. Ze roepen tegen haar: rot op naar je eigen land. Die denkt niet meer zo positief over Nederlanders.'' Of neem haar neef, zegt Nadia. ,,Die heeft een vette auto. Hij werkt daar hard voor. Laatst werd hij door zes agenten aangehouden. Die dachten zeker: een buitenlander in een mooie auto, dat kán gewoon niet. Ze hebben de auto binnenstebuiten gekeerd, maar vonden niets natuurlijk. Hij kreeg wel een bon, omdat hij geen gordel droeg.'' Don Omar: ,,Ja, of het lampie is kapot. Ze vinden altijd wel iets om te zieken.''

Opstand verwacht ook Nadia niet. Ze heeft geleerd om haar schouders erover op te halen, zegt ze. Ze denkt dat de meeste allochtone jongeren die houding hebben. ,,Als je gaat ruziemaken, dan heeft toch die Marokkaan het altijd gedaan.''

Ook Otto Schildknegt, de directeur van het Reboundcentre in Delfshaven en van soortgelijke centra in de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord en in Amsterdam-Noord, denkt ook dat het in Nederland mee zal vallen met rellen. ,,Misschien dat een klein groepje uit sensatie gaat kopiëren, maar de onvrede zit bij de Nederlandse jongeren minder ingebakken.''

Waarom? ,,In Frankrijk wordt hard opgetreden tegen overlast gevende en criminele jongeren, maar de sociale component ontbreekt'', zegt hij. ,,Als je alleen optreedt en geen kansen biedt, kun je problemen verwachten.''

In Nederland worden criminele groepen jongeren ook hard aangepakt, zegt Schildknegt, die gemeenten adviseert over de aanpak van overlast gevende of criminele groepen. ,,Maar tegelijkertijd maken buurtagenten, jongerenwerkers en jeugdhulpverleners ook contact met die jongeren.'' Zij wijzen op organisaties die hulp kunnen bieden. Als ze willen, kunnen ze van alles krijgen, zegt Schildknegt: een aangepaste opleiding, begeleiding bij het zoeken naar werk of een woning, schuldsanering, psychische hulp.

Sommige jongeren staan niet open voor hulp, zegt Schildknegt. ,,Maar dan worden ze in elk geval in de gaten gehouden. Ze kunnen zich niet verschuilen in een groep, maar krijgen namen en rugnummers. We weten wie de leiders zijn, wie de meelopers. We proberen groepen uit elkaar te trekken, zonder ze de wijk uit te jagen. Want die gasten rondpompen helpt niet, dan gaan ze een wijk verderop zieken.''

Van de overlast gevende of (licht) criminele jongeren, besluit uiteindelijk het grootste gedeelte toch iets van zijn leven te maken, zegt Schildknegt.

,,Een kleine groep zal nooit deugen, dat worden draaideurcriminelen. Maar dat, zegt Schildknegt, zijn geen types om in opstand te komen. ,,Die willen in alle rust hun criminele netwerk onderhouden.''