Waarom managers leren te zweven

Stereotypen van loopbaantrainingen zijn legio: `vaag' en `zweverig' zijn veelgehoorde geluiden. Maar kloppen ze ook? ,,Uiteindelijk is het cherry-picking: je haalt eruit wat je wilt horen.''

Erik beschouwt zichzelf als lucht. Hoewel, niet helemáál: hij ziet zichzelf ook een beetje als aarde. Maar daarmee is alles wel gezegd – vuur en water komen in zijn zelfbeeld nauwelijks voor. De dertigjarige jurist heeft al een paar jaar een baan als advocaat. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen. Wie denkt dat hij verward is of misschien zelfs wel een gevaar vormt voor zichzelf en zijn omgeving, kan gerust ademhalen: dat valt mee. Erik legt alleen uit wat de voornaamste uitkomst was van de loopbaancursus die hij deze zomer heeft gevolgd.

Erik heeft een eendaagse workshop doorlopen bij De Baak, een opleidingcentrum, verbonden aan werkgeversorganisatie VNO*NCW, dat ook samenwerkt met deze krant. Anders dan te doen gebruikelijk bij loopbaancursussen, heeft Erik de cursus niet bezocht op aandringen van zijn werkgever, maar uit eigen beweging. Reden: hij is ongelukkig met zijn werk. Hij bezocht de workshop om uit te vinden wat voor werk hem wél ligt. Reden ook waarom de naam `Erik' is gefingeerd: ,,Als het advocatenkantoor waarvoor ik werk erachter komt dat ik een andere baan zoek, ben ik meteen persona non grata.''

De cursus waaraan Erik heeft deelgenomen, gaat uit van de zogeheten `elementenleer'. Deelnemers moeten zichzelf schematisch indelen aan de hand van de vier elementen – water, vuur, aarde en lucht. Bij ieder element horen twintig associaties: tien positieve en tien negatieve. Onder `vuur' staat bijvoorbeeld `hartstocht' en `pionierschap', maar ook `roekeloos' en `ongeduldig'. Bij `water' staan `communicatief' en `zorgzaam' tegenover `overgevoelig' en `met alle winden meewaaien'.

Op een schaal van 1 tot 7 moeten aan de associaties punten worden toebedeeld. Heeft men zichzelf op deze wijze een profiel toebedacht, dan worden groepjes gelijkgestemde deelnemers gevormd. Zij praten met elkaar over hun profiel; wie door de gesprekken denkt dat hij beslist niet bij zijn groepsgenoten past, kan alsnog overstappen naar een ander element. Is de definitieve keuze gemaakt, dan volgt datgene waar het uiteindelijk allemaal om draait: het vergelijken van de associaties van het zelfgeschetste profiel met de functieomschrijving van de eigen baan. Stemt dit overeen, dan is er weinig reden om van baan te veranderen. Zo niet, dan is een overstap het overwegen waard. Dit laatste gold voor Erik: het `beschouwende' en `objectieve' van zijn `lucht-profiel' vertoont inderdaad maar weinig overeenkomst met de ,,materiële gedrevenheid'' en ,,partijdigheid'' van de advocatuur, zoals hij zelf zegt.

Stereotypen van managementcursussen en loopbaantrainingen zijn er in overvloed. Hoeveel werknemers denken er bij het woord `teamcursus' niet aan het noodgedwongen doorbrengen van het weekend op de hei, omdat de baas het een goed idee leek dat de personeelsleden zich in een contemplatieve omgeving in elkaar zouden verdiepen? Legio zijn ook de clichébeelden van de onherkenbaar geworden projectleider, die onbegrijpelijke eufemismen bezigt nadat hij is ,,gecoached'': tekortkomingen heten opeens `verbeterpunten', problemen zijn `uitdagingen' en iemand flink de huid volschelden wordt geprezen als `open manier van communiceren'. En natuurlijk niet te vergeten het jargon: target, focus, benchmark, outsource, offshore, nearshore – niets lijkt nog in een andere taal dan het Engels te kunnen. The greatest gift you can get is een stukje feedback.

,,Heel nuttig'', noemt Rob Doeve loopbaantrainingen. Doeve (50) is directeur van Taalcentrum VU, een stichting die tekstredactie, taaltraining en vertalingen organiseert en is ondergebracht bij de Vrije Universiteit in Amsterdam. Doeve verwacht van zijn negentien personeelsleden – op twee na academicus – dat ze, op het moment dat ze binnen de organisatie een carrièrestap maken, zelf een training of workshop aandragen waaraan ze willen meedoen. ,,Een hogere functie betekent dat je opeens meer gezag moet zien te verwerven. Het is goed om iemand daar over te laten nadenken tijdens een persoonlijkheidstraining.''

Doeve noemt het voorbeeld van een 28-jarige tekstschrijfster die hoofd van de afdeling tekstredactie werd. ,,Zij was nog vrij jong, en in een keer werden haar collega's haar ondergeschikten. Daar kun je haar aan laten wennen tijdens een rollenspel op een cursusmiddag.''

Desondanks zegt Doeve geen ,,overdreven verwachtingen'' te koesteren van de trainingen. Sterker nog, hij geeft volmondig toe dat het hem eigenlijk helemaal niet gaat om het aanleren van nieuwe vaardigheden. ,,Als werkgever vergelijk ik een personeelstraining niet met rijlessen of een beginnerscursus Word Perfect. Ik heb niet de illusie dat ze iets veranderen in termen van productiviteit.'' Waarom besteedt hij dan toch 35.000 euro per jaar (op een budget van 550.000 euro) aan trainingen? ,,Ik stuur ze vooral vanwege personeelsbinding. `Dat heeft mijn baas toch maar mooi voor mij over', denkt men.''

Op de tweede plaats komt volgens Doeve het uitbreiden van het persoonlijke netwerk. ,,Op zulke middagen spreken werknemers mensen van andere bedrijven, ze doen contacten op. Daar profiteert de organisatie van.'' Op de derde plaats pas komt de persoonlijke verbetering van de werknemer – hoewel ook dat bij nader inzien blijkt mee te vallen: ,,Het gaat er vooral om of een werknemer er een goed gevoel aan overhoudt. Het heeft soms iets van lotgenotencontact. Dat ze ervaringen delen met anderen, is al winst.''

De reserves van Doeve worden begrijpelijk wanneer de directeur begint over zijn eigen ervaringen met loopbaantraining. Net als advocaat Erik heeft hij de `elementencursus' gevolgd bij De Baak. ,,Het was te veel boven de grond zweven'', zegt Doeve, die de cursus had uitgezocht op instigatie van de bestuursvoorzitter van Taalcentrum VU. Net als Erik bleek ook Doeve een `lucht-type': ,,iemand die analytisch en beschouwend is, maar niet de grote visionair. De creativiteit moet van buiten komen.'' Hij beaamt dat dit past bij iemand die aan een universiteit werkt. ,,Maar wat levert die constatering mij concreet op?''

Godfried IJsseling (41) zegt dat de elementencursus ,,bewust subjectief is''. Volgens de loopbaanbegeleider van De Baak heeft de groepsgewijze, op de werknemer gerichte aanpak een groot voordeel vergeleken met een werkwijze waarbij verhoging van de efficiëntie van het bedrijf voorop staat: ,,Wij vertellen een werknemer niet wat er aan hem schort, maar geven hem de instrumenten waarmee hij over zichzelf kan nadenken. Wij creëren zelfsturend vermogen.''

Doeve zegt uiteindelijk meer baat te hebben gehad bij de persoonlijkheidstest die hij een paar jaar geleden al heeft gedaan. ,,Ik moest individueel heel veel vragen beantwoorden over mijzelf, waarbij ik steeds uit vier antwoorden kon kiezen. Het resultaat was dus ook heel persoonlijk. Het was op maat gesneden.''

,,Paardengefluister'', noemt Jaap Boonstra een training als die van De Baak. Boonstra (48) is rector van Sioo, Interuniversitair Centrum voor Organisatie- en Veranderkunde in Utrecht. Ook is hij anderhalve dag per week hoogleraar 'Management van veranderingen in organisaties' aan de Universiteit van Amsterdam. Boonstra betwijfelt of werknemers wel zo gelukkig worden van een cursusmiddag, zoals Doeve veronderstelt. ,,Onderzoek wijst uit dat 40 procent er minder gelukkig van terugkomt.'' Oorzaak daarvan is vaak de zachte dwang van de werkgever. ,,Werknemers zien cursussen als onaangenaam tijdverdrijf.''

Boonstra zegt dat loopbaantrainingen wel nuttig kunnen zijn wanneer werknemer en bedrijf op elkaar zijn uitgekeken. Door hem op cursus te sturen, hoopt de werkgever dat de werknemer ontdekt wat voor werk hij wel leuk vindt, wat zijn vertrek voor beide partijen beter bespreekbaar maakt. ,,Voor zo'n cursus is het personeel vaak trouwens wel gemotiveerd'', merkt Boonstra op.

Advocaat Erik hecht - net als Rob Doeve - meer waarde aan een persoonlijkheidstest dan aan een loopbaantraining, getuige het feit dat hij nog geen twee weken na de `elementencursus' zo'n test heeft afgelegd. Een bevriende headhunter wilde de test wel gratis afnemen – normaal kost het tweeduizend euro. ,,Ik ben vier uur lang op de grill gelegd.'' Maar het was de moeite waard: de uitkomst van de analyse was ,,veel concreter'' dan de uitkomst van de cursus, toen hem werd verteld wat hij al wist, namelijk dat zijn baan niet goed bij hem past. Wat was er dan zo vernieuwend? ,,Ik kreeg te horen dat ik moet doen wat ik het leukste vind. `Maar dat geldt toch voor iedereen?', vroeg ik meteen. Maar dat is niet zo, sommige mensen kunnen zeven jaar lang rotwerk doen, alleen maar vanwege het geld. Maar ik reageer niet op de prikkel van meer geld bij goed werk.''

Was er niets aan de analyse waar hij het mee oneens was? Erik: ,,Ja, de headhunter zei dat ik wel een wetenschapper ben. Dat vind ik helemaal niet. Ach, uiteindelijk doe je na alle tests aan cherry-picking, je haalt eruit wat je wilt horen.''