PERSSTEMMEN

Le Monde

De voornaamste taak van een regering is het handhaven van de wetten van de Republiek. In een situatie die terecht de verontwaardiging heeft opgeroepen van de bewoners van de voorsteden die zijn overgeleverd aan de excessen van enkele groepen jongeren (of kinderen), is één ding duidelijk: de volksvertegenwoordigers, de bewoners, de brandweermannen en de politiemensen geven blijk van een voorbeeldige zelfbeheersing.

Tegenover deze collectieve kalmte, terwijl er toch veel vernield wordt, lijkt de premier zijn koelbloedigheid te verliezen. Nu blaast hij een uitzonderingswet nieuw leven in. De noodtoestand. Een wet die ontworpen is tijdens de Algerijnse gebeurtenissen, één van de zwartste momenten in de geschiedenis van onze republiek. Een keuze die laat zien dat Dominique de Villepin nog niet de beheersing heeft van een staatsman.

De beweging waar we nu mee te maken hebben, is ongrijpbaar. Er zijn geen eisen gesteld, en er is al helemaal geen sprake van een doordacht plan: het kleinste voorval kan dus de situatie verergeren. Het tandem hardheid-rechtvaardigheid dat Nicolas Sarkozy heeft geïntroduceerd (het eerste toe te passen met terughoudendheid, het tweede nopend tot langetermijnmaatregelen om geloofwaardig te worden), is iets waar het land zich achter kan scharen. Het valt te begrijpen dat burgemeesters hier en daar hun bevoegdheid gebruiken om een avondklok in te stellen.

Maar een wet opgraven uit 1955 – daarmee geef je aan de jongeren in de voorsteden een verbijsterend bruut signaal af: vijftig jaar na dato wil Frankrijk ze net zo behandelen als hun grootouders. De premier zou zich moeten kunnen herinneren dat zo'n raderwerk van onbegrip, nerveuze krijgshaftigheid en onmacht het land al eens eerder in diepe ellende heeft gestort.

Le Sud-Ouest

In de ernstigste crisis waar een premier zich sinds 1968 mee ziet geconfronteerd, toont hij na enkele dagen van besluiteloosheid dat hij over kalmte beschikt en een zekere handigheid heeft. Want behalve flink wat repressieve maatregelen, noemt hij ook sociale maatregelen – aanstelling van extra personeel, geld voor welzijnsinstellingen – die klinken als een mea culpa en waarvan gehoopt mag worden dat ze niet worden vergeten als de rust eenmaal is teruggekeerd. Hij maakt bovendien gebruik van de gelegenheid om een ander taboe te doorbreken, dat van de leerplicht tot 16 jaar, door de praktijkopleiding vanaf veertien jaar te herstellen. Een uiterst belangrijk voorstel dat uiteraard niet opgemerkt wordt wegens de avondklok, maar dat veel grotere gevolgen zal hebben. Eerder beet Edith Cresson op dat punt haar tanden stuk vanwege het verzet van de onderwijsbonden en de hoeders van de socialistische geloofsleer.