`Ik speel een spelletje met de perceptie'

Marnix de Nijs bouwt installaties waar de toeschouwer zelf actief aan deelneemt. Vandaag krijgt hij er de Witteveen+Bos prijs voor kunst en techniek voor. ,,Ik wil dat je je in mijn werk kunt verliezen.''

,,Ik hou van knutselen'', zegt Marnix de Nijs. Dat is te zien aan zijn werkplaats, een loods in het Rotterdamse havengebied. Ateliers van beeldhouwers hebben altijd iets huiselijk rommeligs, maar dat van De Nijs is een pure werkplaats. Langs de muren staan apparaten als een afkortzaag, een boorkolom en een draaibank. Op de vloer een nieuwe versie van zijn Panoramic Acceleration: een driepoot van wit gespoten metaal met een polyester zitje op een zwenkarm.

De Nijs bouwt installaties waarin mensen iets kunnen ervaren. Vandaag krijgt hij er de Witteveen+Bos-prijs voor Kunst+Techniek voor: vijftienduizend euro en een boek over zijn werk.

Marnix de Nijs (1970) treedt tot in China op met zijn apparaten. Er is zo veel vraag naar dat hij nu een tweede Panoramic aan het maken is die iemand ter plaatse in elkaar kan zetten. Zelf heeft hij geen tijd meer om overal bij te zijn.

Ook de nieuwe versie ziet er lekker geknutseld uit. ,,Het gaat me om de functionaliteit, en vooral om de ervaring van de gebruiker'', zegt De Nijs. ,,Dan ga ik niet lang nadenken of er nu één of twee stangen onder het zitje moeten komen.'' Vanuit het kuipstoeltje bestuur je de zwenkarm met een joystick. Op een scherm aan het einde van de arm worden twee schuivende beelden over elkaar geprojecteerd. Door te sturen moet je ze synchroniseren.

Deze installatie gaat vooral over de interactie met het apparaat, legt De Nijs uit. ,,Over controle.'' In zijn recentste werk, Run Motherfucker Run, heeft beeld een belangrijker rol gekregen. Je rent daarin op een industriële loopband van vijf bij twee meter in de richting van een filmscherm, waarop een surreële wereld wordt geprojecteerd. ,,De loopband heb ik zo geprogrammeerd dat hij je in het midden wil houden. Loop je sneller, dan gaat hij sneller en als je afremt doet hij dat ook en zo kom je weer in het midden. Het geeft je een gevoel van rennen, zonder vooruit te komen. Ik speel een spelletje met de perceptie van de rensnelheid. Dat geeft een opjagend effect.''

De beelden zijn van filmische kwaliteit. Je rent bijvoorbeeld door de lage stationstunnel van Rotterdam Centraal. In andere scènes rijdt de camera over een avondlijke atletiekbaan. Rood gravel, groen gras, prachtig uitgelicht. Of je holt tussen twee lossende schepen door. De computer stuurt de renner via de splitsingen door de scènes. ,,Mensen geven het eerder op dan het beeld op is. Er is ook geen beloning voor doorgaan. Maar vooral jongens laten zich wel opjutten door de kijkers.''

De loopband merkt of je links of rechts loopt. Zo stuur je bij de splitsingen. Er zijn dertig scènes en in totaal is er twintig minuten film. ,,Als je snel loopt is het in vijftien minuten te doen.'' Als je te langzaam loopt wordt het beeld geleidelijk zwart. ,,Je tempo bepaalt ook welke muziek je hoort. Als je voluit gaat wordt het een adrenalineboostende beat.''

Volgens De Nijs gaat de installatie over verstedelijking. ,,Over eenzaamheid in stad. Word je er in opgenomen of word je er afgegooid? Het gaat om de beleving van een stad als doorontwikkeld gebied, niet om de angst voor de jongens op de hoek van de straat.''

De Nijs schakelt als een soort producer componisten, camaramensen, computerprogrammeurs en scenarioschrijvers in voor projecten als Run Motherfucker Run. De apparaten maakt hij grotendeels zelf. Hij heeft een stichting opgericht omdat verschillende Filmfondsen niet met individuele kunstenaars werkt. Met de subsdieaanvragen voor nieuwe media val je overal tussen, merkte De Nijs. ,,Niet dat men onwelwillend is, maar voor het Fonds Beeldende Kunsten is een aanvraag van twee ton gigantisch hoog. Het kan natuurlijk met videocameraatjes, maar ik wilde per se cinematografische kwaliteit. Anders blijft het te veel hangen in de nieuwe-mediahoek. Ik wil dat het voor meer mensen aantrekkelijk is.''

Hij reist met zijn installaties de wereld over naar festivals en musea. Vanmorgen kreeg hij nog een uitnodiging uit Peru. Het opbouwen van Run Motherfucker Run kost hem drie dagen. ,,Het heeft inderdaad wel iets van een kermis of theatergroep'', geeft De Nijs toe. ,,Maar het is geen entertainment zoals op de kermis. Daar is mijn werk te saai voor. Bovendien gaan kermisattracties alleen over angst en heen en weer geslingerd worden. Je hebt, behalve in de botsautootjes, geen controle over wat er gebeurt. Ik maak mensen juist bewust van de controle en non-controle. Als je op Run Motherfucker Run rustig blijft rennen, gebeurt er niets. Maar hij probeert je op te naaien, de machine wil je harder laten lopen dan je wilt. Het is ergens een metafoor voor het verdwijnen van de keuzevrijheid. Als samenleving drijven we een kant op, maar we hebben geen vat op de richting van de toekomst. Je moet doorgaan.''

De Nijs is blij met de Kunst+Techniek-prijs. ,,Ik ben de afgelopen jaren bijna alleen maar aan het reizen geweest. Dankzij de prijs valt de druk om inkomen te genereren even weg. Dat geeft tijd om nieuwe dingen te bedenken.'' Hij ontwikkelt nu een installatie waarin je door een bevroren omgeving beweegt. ,,Een ijskoude wereld. Je glibbert en glijdt op een plaat die steeds beweegt. Ik wil dat je je in mijn installaties kunt verliezen, de contemplatie komt later.''

`Run Motherfucker Run': 18 t/m 20-11, festival STRP in Eindhoven. Inl.: www.strp.nl, www.runmotherfuckerrun.nl, www.marnixdenijs.nl