Geheimzinnig is Cronenberg niet

Op het filmfestival van Cannes werden twee films vertoond die op een strip gebaseerd zijn. Bij de ene, Sin City van Robert Rodriguez, was dat duidelijk te merken; de film leek eerder een moderne strip dan een film, nog net iets sneller, grafischer, gewelddadiger dan meestal in dit genre. Bij de andere, A History of Violence van David Cronenberg, was het alsof Norman Rockwell het scenario had geschreven, zo braaf en kalm werd het leven in een Amerikaans stadje erin geschilderd, al waren we in de proloog al getrakteerd op een bijzonder gewelddadige scène elders in Amerika, en kan ook in het brave stadje Millbrook, waar de hoofdpersoon een diner uitbaat – zo een waarin in Twin Peaks de kersentaart zo goed was – geweld niet uitblijven.

Gelukkig, denk je bijna, want iets moet er toch gebeuren om de saaie pijlers van dit keurige universum omver te kegelen, zeker omdat dit een film is van David Cronenberg, die ons eerder tracteerde op Crash en Dead Ringers en Existenz, films die om de dooie dood niet saai waren en evenmin kleinsteeds Amerika verheerlijkten. En ja hoor, pats boem, daar gaan we. Er wordt geschoten, bloed spat, lichamen vallen – alsof er echt geen andere verlossing mogelijk is. Het is smerig, het is walgelijk, en, voor sommigen, grappig. Misschien is lachen wel de enige optie om het te verdragen, je kunt er maar beter de humor van inzien.

In het interview met Cronenberg dat vrijdag in deze krant stond, werd verwezen naar de eerste vertoning van de film in Cannes, toen de directeur van het Oostenrijks Filmmuseum het lachen in de zaal probeerde te smoren door te roepen dat deze film serieus was. Het lijkt erop dat de Weense directeur het effect waar de regisseur op uit was, even voor was. A History of Violence wil een film zijn waarbij het lachen je vergaat. Geweld is niet grappig, het is alomtegenwoordig. Cronenberg is de ironie van Tarantino c.s. voorbij.

Er zijn wel meer films die het verheerlijken van geweld in films, en in de rest van de samenleving, aan de kaak stellen, met nog steeds als hoogtepunt Funny Games van Michael Haneke. Cronenberg doet het ook tamelijk goed; de reden dat hier zo weinig over de plot verteld wordt, is dat die verrassend moet blijven. Hij leidt in ieder geval tot de volgende conversatie tussen een vader en een zoon: ,,In this family, we do not solve problems by hitting people'', zegt de vader. ,,No, in this family, we shoot them'', antwoordt de zoon.

Ook de relatie tussen man en vrouw heeft in A History of Violence iets meer om het lijf dan doorgaans in stripverfilmingen of wat daarop lijkt het geval is. Cronenberg laat in een lange seksscène zien hoe geweld kan erotiseren. Als een vrouw heeft ontdekt dat haar man een moordenaar is, is de seks heftiger dan daarvoor.

Wisten we dat niet al? A History of Violence lijkt een film van pakweg Tarantino én een hoop krantenartikelen daarover die nog eens uitleggen dat geweld erotiseert en blabla. Geheimzinnig is A History of Violence in ieder geval niet.

Er is nog een aspect dat tot nadenken stemt. Om de film echt hard aan te laten komen, moet de kijker eigenlijk iemand zijn die om het geweld in de films van Tarantino kan lachen. Als je dat niet kunt, is Cronenbergs lesje wat minder nodig. Ziedaar het probleem van canon en kritiek: eerst word je aangeleerd wat je mooi moet vinden, om het vervolgens weer af te moeten leren. Zo wordt soms in handboeken eerst de lof gezongen van het impressionisme of het hedonisme, om vervolgens de lans te breken voor het expressionisme of het cynisme – binnen een paar regels heeft de eerste stroming afgedaan. Een spin in de morgen brengt kommer en zorgen, zegt het spreekwoord. Een spin in de avond daarentegen werkt verkwikkend en lavend.

A History of Violence. Regie: David Cronenberg. Met: Vigo Mortensen, Maria Bello, Ed Harris, William Hurt. In: 35 bioscopen.