Franse snelrechter maakt overuren

De Franse justitie is begonnen met snelrecht tegen jeugdige arrestanten uit de voorsteden.

,,Herhaalde doodsbedreiging'', ,,rechtstreeks aanzetten tot opstand'' – routineus somt Madeleine Huberty, presidente van de Zeventiende Strafkamer van de rechtbank van Bobigny, de ten laste gelegde feiten op. Even blanco hoort de verdachte, de 19-jarige Kalifa D., een Fransman van Malinese afkomst die zojuist geboeid is voorgeleid door twee agenten, haar aan. Volgt het relaas van de gebeurtenissen die tot de strafbare feiten hebben geleid: een letterlijke voordracht door Huberty van het voor haar liggende procesverbaal. Waarna de officier van justitie twee maanden cel eist en de presidente de zitting schorst.

Tien minuten later is ze alweer terug, met haar twee mederechters. De verdachte wordt schuldig bevonden en krijgt, mede met het oog op zijn strafblad, een taakstraf van 140 uur opgelegd. Of de volgende verdachte naar voren wil komen.

Bobigny, een voorstad van Parijs, is dezer dagen niet alleen een centrum van openlijke geweldpleging door jongeren van de beruchte Franse `banlieue', maar ook van het justitiële antwoord daarop: snelrecht. Heel Seine-Saint-Denis, het gebied ten noordoosten van Parijs waar bijna twee weken geleden de onlusten begonnen, valt in juridisch opzicht onder Bobigny. Het is een drukte van belang: van de ongeveer vijftienhonderd opgepakte geweldplegers in Frankrijk moeten velen zich hier verantwoorden. Gezien de uitzonderlijke omstandigheden wordt, in plaats van in één, in drie strafkamers snelrecht gesproken.

Voor het gebouw staat een lange rij familieleden en vrienden van verdachten geduldig te wachten voor de veiligheidscontrole. Binnen zitten zij, net als de advocaten en de cameraploegen, op de muurtjes van de plantenbakken te roken en slappe automatenkoffie te drinken. De zittingen zijn vrij toegankelijk voor het `soevereine volk' – in naam waarvan sinds de Franse Revolutie immers recht wordt gesproken. Maar in- en uitlopen is slechts tijdens de schorsingen, als de rechters beraadslagen, geoorloofd. En uit respect voor de rechtspraak, zo maken ordehandhavers menig bezoeker duidelijk, is het in de rechtszaal zelfs tijdens de schorsingen verboden een krant of een boek te lezen.

`Vaag' en `willekeurig', zo kwalificeert een naar eigen zeggen `belangstellende burger' op de voorste rij het proces van Kalifa D. Hij is naar Bobigny gekomen uit nieuwsgierigheid naar de toepassing van het snelrecht en omdat de Franse regering, bij monde van minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy, het openbaar ministerie heeft aangespoord hoge straffen te eisen. De politici kennen de praktijk niet. Neem nu Kalifa D. Sinds twee maanden heeft hij werk, bij een elektrotechnisch bureau. Werkloosheid wordt algemeen aangemerkt als hoofdoorzaak van de mislukte integratie waarvan de rellen weer een gevolg zijn – moet je nu zo'n jongen twee maanden opsluiten zoals de officier eist, zodat hij zijn baan verliest? Nee dus, vindt ook de rechter. [Vervolg SNELRECHT: pagina 5]

SNELRECHT

'Forse' straffen blijven uit

[Vervolg van pagina 1] Maar had zij dat ook gevonden als D., net als veertig procent van zijn wijk- en leeftijdgenoten, geen werk had gehad?

De verdachtenbank wordt inmiddels gedeeld door twee broers, allebei achttien jaar, met een verschil in leeftijd van tien maanden. Beiden zijn geboren in de Parijse voorstad Le Blanc Mesnil; beiden zijn dus Frans.

Toch wordt zoals bij alle deze middag passerende verdachten de herkomst van de familie genoemd: Ivoorkust in dit geval. Hebben ze meegedaan aan de opstand?

`Ongeoorloofd fabriceren of in bezit hebben van explosieve substanties of voorwerpen' wordt beiden tenlaste gelegd. En `groepsgewijze vernieling van het eigendom van derden'. Datum van vaststelling van de feiten: 6 november. Plaats: Le Blanc Mesnil.

Het heeft er alle schijn van dat de broers Sissoko hebben meegedaan. Typerend is dat ze geen strafblad hebben, zoals hun advocaat niet nalaat te benadrukken. In weerwil van het in de media veelvuldig geuite vermoeden dat bij de politie bekende drugsdealers de opstand in de voorsteden leiden en gaande houden, blijken de meeste aangehouden jongeren nooit eerder met justitie in aanraking te zijn geweest.

De herkomst van de meeste verdachten in Bobigny – zwart Afrika – lijkt ook de gevreesde bijdrage van islamitische zijde te relativeren. De enkele Noord-Afrikaan die gistermiddag voor rechter Huberty verscheen werd onrechtmatig verblijf in Frankrijk ten laste gelegd.

Tegen de broers Sissoko wordt vier maanden voorwaardelijk geëist. Ze komen er vanaf met zeventig uur taakstraf. Niemand krijgt de `forse straffen' – tot soms één jaar cel – die deelnemers aan de opstand der voorsteden volgens de Franse kranten dezer dagen krijgen opgelegd. Beide broers zijn een studie aan het afronden: de rechter zegt het niet, maar die omstandigheid zou in hun voordeel kunnen pleiten.

,,Er is hoe dan ook wederom geen spoor van bewijs'', zegt de geïnteresseerde burger op de voorste rij.

Het is precies waar, buiten de rechtzaal, verdachten en hun familieleden, zittend op de muurtjes van de plantenbakken, op wijzen. ,,Mijn zoon had de pech net op weg te zijn naar de avondwinkel'', zegt een gehoofddoekte moeder, die zweert bij de onschuld van haar kind. ,,En ik was net op weg naar huis'', zegt een jongen naast haar.

BUURTPREVENTIE: pagina 5