Frans zelfbeeld is achterhaald

Frankrijk als samenleving kan een gevaar voor zichzelf worden als het er niet in slaagt integratie en verschil, universalisme en ieders culturele rechten te combineren, betoogt Alain Tourraine.

In een paar jaar hebben zich in Frankrijk ingrijpende veranderingen voorgedaan. Lange tijd is sprake geweest van integratie van de kinderen en kleinkinderen van immigranten. Er waren tegenslagen en successen, maar er was hoop. Sinds zeker tien jaar maken we echter een tijd van desintegratie mee, gekenmerkt door tegenwerking van minderheidsgroepen, die zich opsluiten in de eigen gemeenschap, en door toenemend geweld waaruit blijkt dat de Franse samenleving niet in staat was te veranderen. Deze omwenteling is zo snel gegaan dat men die niet goed heeft opgemerkt.

Op het gebied van huisvesting heeft het tekort aan goedkope huurwoningen, die een integrerende functie hadden, geleid tot segregatie. Wat betreft de werkgelegenheid: de jongeren hebben het meest te lijden onder de werkloosheid. De geïmmigreerde jongeren hebben ernstig te lijden onder discriminatie. De school is niet in staat gebleken om de integratieproblemen weg te werken, want de idee van onderwijs als iets wat gescheiden staat van opvoeding – dat wil zeggen het zorgen voor de psychologische, sociale en culturele aspecten van elk individu – leidt gewild of niet ertoe dat degenen die het nodig hebben niet worden geholpen. Deze neergang is in Frankrijk duidelijker dan elders. Aan de ene kant omdat buurtvoorzieningen in Frankrijk meer zijn afgebroken dan in Italië of in Duitsland. Anderzijds omdat integratie hier een explicieter thema was, wat veel positieve aspecten heeft, maar wat de desintegratie ernstiger maakt.

Het Franse republikeinse gedachtegoed is verwant aan universalisme, wat meestal leidt tot verwerping of tot het als minder beschouwen van degenen die anders zijn. Deze obstakels voor integratie hebben diepe wortels. We hebben nog lang niet de resten weggewerkt van langdurig antifeminisme. En we hebben een lange koloniale traditie. We hebben ook veel moeite om te begrijpen dat de islam, zoals de socioloog Nilufer Göle goed heeft verwoord, zich in de moderniteit bevindt en niet volledig zit opgesloten in een premodern verleden.

Het ontkennen door de Fransen van verschillen, heeft ook positieve punten: afwijzen van het idee van aparte gemeenschappen en opkomen voor burgerschap. Deze standpunten zijn in Frankrijk overheersend. Maar het afwijzen van het concept van aparte gemeenschappen moet gepaard gaan met erkenning van de verschillen. Dat wil zeggen, het recht van elk individu om van zijn omgeving respect te krijgen voor zijn culturele herkomst. Daar hoort met name bij de vrijheid van godsdienstige organisatie en de godsdienstvrijheid van individuen.

Het gevaar is groot dat door de repressieve maatregelen, die de verantwoordelijkheid van de staat zijn, de aandacht vooral uitgaat naar de openbare veiligheid, waardoor het nog moeilijker wordt om de werkelijkheid onder ogen te zien. Wat de Fransen daarentegen zouden moeten doen is zich te bezinnen op de redenen waarom zij zo slecht toegerust zijn om de huidige crisis te begrijpen, wat het risico meebrengt dat zij haar verergeren. Niet alleen voor de `kansarmen' is het nodig dat de houding ten aanzien van hen verandert; Frankrijk als samenleving kan een gevaar voor zichzelf worden als het er niet in slaagt integratie en verschil, universalisme en ieders culturele rechten te combineren, en daarbij uit te stijgen boven de tegenstand van een republikanisme dat beladen is met vooroordelen en `gemeenschapsdenken'.

Zeker, verbetering van de werkgelegenheid en herstel van de betrekkingen op buurtniveau zijn belangrijk. Maar de diepste oorzaken van het geweld en de desintegratie liggen op een meer algemeen niveau, het niveau van het beeld dat de Franse samenleving van zichzelf heeft. In alle sectoren van het nationale leven – van onderwijs tot maatschappelijk werk, van politie tot gemeentebesturen – moet het ideaal dat de Fransen voor zichzelf hebben gecreëerd, ter discussie worden gesteld.

Het is niet meer toelaatbaar om te denken en te doen alsof Frankrijk de drager van de universele waarden is, alsof het het recht zou hebben om uit naam van die missie iedereen die niet voldoet aan dat ideale nationale `ik', als minderwaardig te behandelen. Het onjuiste bewustzijn van de Fransen wanneer ze over zichzelf spreken, verklaart waarom de maatschappij zo weinig openstaat voor de sociale wetenschappen. Toch kunnen van die zijde de analyses komen die ons helpen de vicieuze cirkel van de uitsluiting, de geslotenheid van de afzonderlijke gemeenschappen, en de repressie te doorbreken.

Alain Tourraine is socioloog.

© Le Monde