Erken verschillen om ze te overbruggen

Singapore en Frankrijk zijn beide multiculturele samenlevingen met onder andere een grote moslim minderheid, maar ze gaan er verschillend mee om. Daarom is het rustig in Singapore en woeden er rellen in de etnische getto's in La République, meent Roger Cohen.

Parijs staat in brand. Singapore spint als een poes. Dat is iets om bij stil te staan. Zeker, een eerbiedwaardig Europees land met 60 miljoen inwoners dat zo zijn vaste manier van doen heeft en dat twijfelt over de toekomst, kun je niet zomaar vergelijken met een 40 jaar oude Aziatische stadstaat met een bevolking van 4,2 miljoen, een onverzadigbare honger naar innovatie, en meer sympathie voor zijn eerbiedwaardige `minister-mentor' Lee Kuan Yew dan voor de democratie.

Maar de wereld wordt kleiner, en dat bevalt Frankrijk maar matig. Nu de technologie de afstanden doet slinken, staan mensen en bedrijven voortdurend voor de keuze waar ze zich het best kunnen vestigen. Singapore is een multiraciale samenleving met een grote islamitische minderheid. Frankrijk ook. Maar de twee landen gaan er volstrekt verschillend mee om. Na de traumatische rellen in de jaren zestig tussen etnische Chinezen en de merendeels islamitische Maleisiërs, waarbij doden vielen, heeft Singapore lange tijd, in een poging de betrekkingen tussen de verschillende rassen en godsdiensten soepeler te maken, diverse vormen van positieve discriminatie toegepast. Het heeft voorkomen dat zich etnische getto's vormden zoals die nu in een krans rond Parijs en Lyon liggen, door bij alle woningbouwprojecten van de overheid door middel van quotering vermenging van de bevolkingsgroepen af te dwingen. Met onderwijssubsidies is in een samenleving waar meer dan driekwart van de bevolking van Chinese afkomst is, de sociale mobiliteit van de minder bevoorrechte Maleisiërs gestimuleerd.

,,Ons doel was een meritocratie waarin ras geen rol speelt, en dat hebben wij onverbiddelijk nagestreefd'', zei Kishore Mahbubani, de decaan van de Lee Kuan Yew School voor Overheidsbeleid aan de Nationale Universiteit van Singapore. Mahbubani – zelf hindoe – is een voormalig ambassadeur bij de Verenigde Naties, zoon van straatarme immigranten uit het huidige Pakistan, en gehuwd met een christelijke vrouw; subsidies hebben hem bevrijd uit de armoede waardoor hij ooit moest deelnemen aan een bijvoedingsproject voor ondervoede kinderen.

Een meritocratie waarin ras geen rol speelt is uiteraard een omschrijving die velen in Frankrijk voor hún samenleving zouden toejuichen, al zou voor de Fransen een strikte koppeling tussen verdienste en beloning misschien iets te veel naar ongeremd kapitalisme rieken. Toch geldt de Republiek, met haar voortreffelijke openbare scholen, nog steeds als een land dat iedereen, ongeacht ras of religie, kansen biedt. Dat is tot op zekere hoogte – zo wil althans de mythe – de strekking van de leus `Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap', die de moderne tijd heeft ingeluid. Het probleem is dat het Franse stelsel, dat met succes golven Portugese, Poolse en andere immigranten heeft geabsorbeerd, niet meer werkt. Dat is de les van het tumult dat volgde op de dood van Zyed Benna, 17, and Bouna Traoré, 15, twee islamitische jongeren van Afrikaanse afkomst, die toen zij op 27 oktober in Clichy-sous-Bois voor de politie op de vlucht waren, in een transformatorhuisje zijn geëlektrocuteerd.

Niemand weet hoeveel moslims er precies in Frankrijk zijn – misschien vier à zes miljoen. Eén van de redenen daarvoor is dat het verboden is om bij volkstellingen rekening te houden met religieuze of etnische achtergrond. Het officiële standpunt is immers dat iedereen Frans is. Het probleem is dat als je solliciteert en je heet Mohammed, je veel minder Frans bent dan wanneer je Pierre heet. Het probleem is dat als je in de raad van bestuur van een onderneming wilt komen, of in de Nationale Vergadering wilt worden gekozen, het een ernstige handicap blijkt te zijn als je zwart of moslim bent. Dat is één van de redenen waarom Nicolas Sarkozy, de minister van Binnenlandse Zaken, die zo onhandig is geweest om de relschoppers ,,tuig'' te noemen, dit jaar opperde dat Frankrijk misschien toe is aan wat positieve discriminatie. Daar zit iets in.

Een fundamenteler probleem is dat de Muhammads uit Clichy-sous-Bois – of een ander voorstad – nauwelijks gestimuleerd worden om überhaupt te solliciteren. Zij leven in een cultuur waar diverse bijstandsuitkeringen, en de diverse tegemoetkomingen die door een legioen van ambtenaren worden aangeboden, afhankelijkheid in de hand werken en initiatief ontmoedigen. Het resultaat is lage groei, werkloosheid rond de 10 procent, een moppercultuur, groeiend islamitisch radicalisme in de voorsteden en, wanneer het smeulende vuur oplaait, verwoestingen. Waar economische kansen ontbreken, woekeren raciale en religieuze spanningen voort.

Vergelijk de Franse malaise eens met Singapore, waar de economie vorig jaar met 8 procent groeide, waar het werkloosheidscijfer van circa 4 procent een van de hoogste uit de geschiedenis is, en waar de kansen die worden geboden door de spectaculaire opkomst van China en India, het gesprek van de dag zijn. Een peiling van Louis Harris deze maand wees uit dat 61 procent van de Fransen het kapitalisme afwijst. De Singaporezen, en zij niet alleen, vinden dat bizar.

Niet dat Singapore geen etnische spanningen kent. Vorige maand heeft een rechtbank twee etnische Chinezen tot korte gevangenisstraffen veroordeeld omdat zij op internet racistische opmerkingen hadden gemaakt over de islam en over etnische Maleisiërs. Benjamin Koh (27) en Nicholas Lim (25) hadden zich kwaad gemaakt over een publiek debat over de vraag of de taxi's in Singapore honden zouden moeten weren uit respect voor de moslims, die deze huisdieren als onrein beschouwen. Koh, die bij een dierenasiel werkt, had in een blog de spot gedreven met de islam en zijn heilige oord Mekka. Het tweetal is veroordeeld op grond van de nooit eerder gebruikte wet tegen opruiing, die het aanzetten tot rassenhaat strafbaar stelt.

Zoals het beroep op die wet suggereert, neemt Singapore zijn wetten en de harmonie tussen de godsdiensten serieus. Stabiliteit en discipline draagt men er hoog in het vaandel – waarden die het land zijn ingeprent door Lee Kuan Yew, de grondlegger van de moderne staat. Zijn zoon, Lee Hsien Loong, de huidige premier, heeft de teugels slechts licht laten varen. Destabiliserend geachte boeken en films worden niet toegelaten, evenmin als, verrassend genoeg, satellietschotels. De door troebelen geteisterde Franse voorsteden staan vol van zulke schotels, die programma's uit Algerije en Marokko ontvangen. Dat is prima, hoewel het ook iets zegt over een culturele kloof, waarvan het bestaan door de Franse regering maar zelden wordt erkend.

Natuurlijk is het Singapore-model voor Frankrijk geen optie. Maar laat Frankrijk hier eens bij stilstaan: de zoon van Mahbubani heeft onlangs in het Singaporese leger zijn officiersaanstelling gekregen. Religieuze leiders werd verzocht de jonge luitenants hun zegen te geven. Onder de aanwezige religieuze autoriteiten waren christenen, moslims, hindoes, taoïsten, sikhs en zoroastriërs. Frankrijk is een seculiere samenleving die officieel blind is voor religieuze verschillen; zo'n ceremonie zou daar ondenkbaar zijn. Maar de verschillen – in ras en religie – worden sterker, en alleen als dat wordt erkend, kunnen ze worden overbrugd.

Roger Cohen is columnist.

© New York Times Syndicate