Bijna werd de Bijlmer een banlieue

Zelfs de grootste achterstandswijken in Nederland staan niet zo buiten de samenleving als de Franse banlieues.

Nederland kent ze niet: voorsteden als bij Parijs, waar eind oktober grootscheepse rellen begonnen. Nederland heeft geen wijken die zo grootschalig zijn opgezet, zo monotoon zijn in bouwstijl, zo geïsoleerd liggen van de stadscentra en zo veel laagopgeleide, werkloze bewoners bij elkaar huisvesten.

Een Nederlandse wijk die ooit een beetje leek op de Franse voorsteden was de Amsterdamse Bijlmer, zegt Jeroen Singelenberg, `regisseur Keer de Verloedering' bij de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV). Maar zelfs de Bijlmer bestaat niet meer in zijn oervorm. De wijk is na jarenlange herstructurering opgeknapt. De monotoon ingerichte wijk met louter hoogbouw heeft plaatsgemaakt voor deelwijkjes met duurdere woningen, laagbouw, en koopwoningen om ook bewoners uit hogere sociale klassen te trekken. ,,We hebben de Bijlmer in mootjes gehakt'', vat Singelenberg samen. ,,Er zijn nog wel slechte flats, maar die trekken niet meer het hele woningaanbod het moeras in, zoals dat wel in Frankrijk het geval is.''

De grootschalige herstructurering van de naoorlogse wijken in Nederland kent Frankrijk sowieso amper, zegt Joop Boogaard, directeur van woningcorporatie De Nieuwe Unie in Rotterdam. ,,In Frankrijk heeft de politiek de voorsteden aan hun lot overgelaten'', zegt Boogaard, die de Parijse voorsteden zelf ook bezocht. ,,Rondom Parijs heb je wel vijftien Bijlmers waar de verloedering op zijn beloop gelaten is. Het is intens droevig als je ziet hoe de mensen daar zijn gehuisvest. Dat is vragen om moeilijkheden.''

Dat zegt ook Leeke Reinders, stadsonderzoeker bij onderzoeksinstituut OTB van de TU Delft, die in 1998 en in 2001 onderzoek deed in de Parijse voorstad Sarcelles. ,,Al bij de aanleg, in de jaren zestig, waren er geruchten dat het daar de verkeerde kant op zou gaan'', zegt hij.

Dat komt niet alleen door de eenvormige bevolkingsopbouw in de wijken: vrijwel louter kansarmen die elkaar relatief makkelijker meetrekken in negatief gedrag, zegt hij. De voorsteden liggen ook nog eens volledig afgesneden van Parijs. Dat draagt volgens Reinders nog extra bij tot het gevoel bij bewoners tweederangsburgers te zijn. [Vervolg ARME WIJKEN: pagina 2]

ARME WIJKEN

Wijken zijn hier zó veel kleiner

[Vervolg van pagina 1] In Nederland ligt zelfs de grootste achterstandswijk nog wel enigszins bij een stadskern. ,,Bewoners zullen hier dus minder het gevoel krijgen in het afvoerputje van de regio te zijn gedumpt'', zegt Yves Vermeulen, manager bij woningcorporatie Mitros in Utrecht.

Een ander belangrijk verschil tussen Nederland en Frankrijk is dat in Nederland in veel achterstandswijken netwerken opereren van zorginstanties, corporaties, hulpverleners, jongerenwerkers, politie en justitie, die problemen signaleren en proberen op te lossen. ,,In Nederland zitten we er veel meer bovenop dan in Frankrijk'', zegt Vermeulen.

Hij bedoelt, onder andere, de projecten voor Antilliaanse tienermoeders, de scholings- en stageprojecten voor kansarme jongeren, de georganiseerde kinderopvang, de kookcursussen, de taallessen, de verslaafdenopvang, de projecten waarin jongeren onder begeleiding van mentoren wonen en werken: alles om de bewoners niet te laten afglijden naar isolement en criminaliteit, zo schetsen Boogaard van De Nieuwe Unie en Vermeulen van Mitros.

Daar steken de Franse banlieues schril tegen af, signaleert Leeke Reinders van onderzoeksinstituut OTB. ,,Daar wordt amper iets door de overheid voor de jongeren gedaan'', zegt hij. ,,De subsidies voor hun jeugdhonken zijn weg, er is geen gelegenheid om uit te gaan. Er is amper werk voor ze gecreëerd. Niemand is ooit met deze jongeren gaan praten. Het enige wat ze momenteel te horen krijgen van de Franse minister van Binnenlandse Zaken, Sarkozy, is law and order.'' Reinders noemt die aanpak ,,olie op het vuur''.

Niet dat Nederland een soft land is. We staan hier juist bekend om de aanpak van de harde kern van overlastveroorzakers, zegt Singelenberg van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting. ,,We stappen op de jongeren af.'' Juist die combinatie van hard én zacht werkt goed, zegt Singelenberg.

Maar de allerbelangrijkste reden waarom het in Nederland minder snel tot rellen zal komen, zo zeggen alle ondervraagden, is omdat de achterstandswijken in Nederland zo veel kleiner zijn dan die in Frankrijk. Waar het dáár gaat over vele tienduizenden die onder erbarmelijke omstandigheden bij elkaar wonen, gaat het hier slechts om duizenden tegelijk. ,,De situatie is hier veel meer behapbaar'', zegt Joop Boogaard, directeur van de Nieuwe Unie in Rotterdam.

Morgen op de Europapagina: wijkagenten en buurtvaders uit Europese steden.