Actrice voor het leven

Sigrid Koetse is 70 en ze zit tegenover me in een brasserie ergens in Oud-Zuid. Haar jas doet ze uit, haar hoedje houdt ze op. Maar ze zal heus wel grijs zijn.

,,Als je in de spiegel kijkt...'' zegt ze. ,,Die kop... als je heel mooi bent geweest, is dat best moeilijk.''

,,En u bent heel mooi geweest?''

,,Ja.''

,,Op uw twintigste?''

,,Een vrouw is op haar best na haar veertigste.''

En nu is het: wat zie je er nog goed uit. Nou, dan weet je wel hoe laat het is. Hoewel, laatst een wildvreemde man in de tram, die zei het net even anders, die zei: wat leuk dat ik u zie, en o, u bent nog steeds zo mooi. Dat was aardig.

Aan de andere kant: ,,Ik zou voor geen goud terugwillen naar mijn veertigste. Dat vind ik het enige goeie van oud-worden, je groeit mee met je leeftijd, je groeit naar het einde toe.''

Ze was getrouwd met Jan Retèl. Hij is gestorven in 1984. Twee dochters. De jongste, Sjoera, is ook aan het toneel. ,,Maar als ik zie'', zegt ze, ,,wat die jonge mensen moeten doen om een kans te krijgen... wat zijn wij dan verwénd geweest. Ik kwam van de toneelschool en ik ben als een píjl doorgeschoten naar mijn 65-ste.''

,,En toen met pensioen?''

,,Ik heb altijd bij gesubsidieerde gezelschappen gezeten, het repertoiretoneel; dat is ook wat ik altijd gewild heb. En dan ontdek je op je 65-ste dat je een ambtenaar bent, dat je eruit moet.''

,,Terwijl je actrice bent voor het leven, net zoals iemand, laten we zeggen, priester is voor het leven?''

,,Natuurlijk. De Toneelgroep Amsterdam, dat is nog steeds mijn groep, voor mij is het nog altijd wij en ons. Dat het doek voor het laatst gevallen is... als ik in de zaal zit en de vloer zie, dan kan ik de tranen in mijn ogen krijgen het zal toch niet wáár zijn dat ik daar nooit meer op zal staan?''

,,Zijn er geen mooie ouwevrouwenrollen bij Tsjechov?''

,,Allemaal njanja's'', zegt ze. De njanja, het Russische kindermeisje. ,,En daar heb ik helemaal geen zin in. Ik heb zoveel gróte Tsjechov-rollen gedaan. Irina, de jongste van de Drie zusters, onder regie van Sjaroff, met mevrouw Royaards-Sandberg als njanja. Ik geloof dat ze toen al negentig was, zíj vond het kennelijk niet erg.''

En de lappen tekst die je uit je hoofd moet leren. En de bus die er steeds langer over doet om je in de provincie te krijgen. En de achteloze nadruk waarmee je hier en daar zou moeten laten vallen dat je best nog eens een rol wilt. Nee, dan maar niet.

,,Een beetje tegenstrijdig allemaal'', zeg ik.

,,Een beetje tegenstrijdig allemaal'', zegt zij.

Ze leest veel. Ze heeft de banden met haar ene broer en twee zusters aangehaald, ook wel om goed te maken wat vroeger verzuimd werd. ,,Verjaardagen, huwelijken zelfs... ík kon niet komen, ík stond op het toneel; met de kerstdagen had je soms vier voorstellingen.''

Naarmate het gesprek vordert zet ze krachtiger accenten met stem, ogen en gebaren. Eén moment vraag ik mij af welke indruk dat maakt aan naburige tafeltjes. Als ik daar zat dacht ik misschien: een tikje overdreven. Maar ik zit niet daar, ik zit hier, ik ben haar dankbare publiek en ik denk: het zijn haar natuurlijke reflexen; het wordt steeds voller om ons heen en zij móét het rumoer overstemmen. (Maar zelf zegt ze dat haar zusje uit Loosdrecht het ook heeft, dat drukke, en die heeft niets met toneel.)

,,De Amsterdamse schouwburg is lastig te bespelen'', zeg ik.

,,Zelfs Paul Steenbergen'', zegt zij, ,,verwend als hij was bij de Haagse Comedie, kon het hier moeilijk hebben.''

,,En dat ligt aan de zaal?''

,,Dat vind ik niet. Ik vind: dat moet je aankunnen.''

,,Luid en duidelijk spreken.''

,,Nee, het is eer een kwestie van pláátsen hoe een claus de zaal ingaat.''

,,Maar dat begint toch met een goeie dictie?''

,,Ar-ti-cu-le-ren! Natuurlijk!''

,,En leren ze dat nog?''

,,Kennelijk niet. Ze kunnen niet práten en er is kennelijk niemand die het tegen ze zegt. Tegenwoordig is het ook algauw: doe maar gewoon. Maar het is niet gewoon! Het is toneel en toneel is uitvergroten!''

Callas dus. ,,Ja'', zegt ze, ,,als ik had kunnen zingen had ik bij de opera gezeten.'' Ze hield al Callas-avondjes toen nog bijna niemand van haar gehoord had. ,,LP's draaien tot iedereen er doodziek van werd.'' De twee prachtige Callasrollen die ze uiteindelijk zou spelen (Callas in 1992 en Masterclass in 1997), daartoe was ze als het ware voorbestemd. Nu nog, als ze Callas draait, blijft ze Callas draaien.

,,En toch is het melodrama'', zeg ik.

,,En toch'', zegt zij, ,,zoals zij het brengt... je gelóóft het!'' Nee, Callas was een droom, Callas was een succes. Als ze nú van toneel droomt is het meestal dat het allemaal misgaat, dat de pruiken er niet zijn, dat je je tekst kwijt bent, dat je niet weet in welk stuk je staat.

In dit verband: Nederland. Hoe snel dat is veranderd van een land waar je trots op was in een land waar je je voor schaamt maar daar kom ik nog wel eens op terug. Intussen zijn we de straat opgegaan.

,,U hoeft niet helemaal met me mee te lopen hoor'', zegt ze op het Valeriusplein.

,,Jawel'', zeg ik, ,,het is nu mijn rol u thuis te brengen.''

Dit is de vijfde aflevering van een serie gesprekken met mensen die zeventig zijn.