Zij die atheïst zijn geloven ook

Wim Klevers (maar ook Paul Scheffers) argumenten over de scheiding kerk-staat lijken hun bestaansrecht te ontlenen aan debatten ten tijde van de Reformatie. Maar in tegenstelling tot de calvinistische volksaard van ons land kiest men voor lutheraanse oplossingen. Omdat men bang is dat de leiders van om het even welke godsdienst hun gelovigen niet in de hand kunnen houden, lijken zij te pleiten voor een staatsvisie op wat die gelovigen al dan niet mogen vinden. Deze staatstheologie is afhankelijk van wie op dat moment aan de macht is. Voor Luther was dit geen probleem, zolang de wetgevende prins maar een protestantse prins was. Voor Klever en Scheffer lijkt dit idee geen probleem, zolang het overheidsgezag maar atheïstisch is. Dit is evengoed een misleidende fictie omdat atheïsme net zo goed een geloof is dat zijn eigen ideologie via bijvoorbeeld het onderwijs zal willen verspreiden. Waarschijnlijk gokken zij erop dat een atheïstische staatstheologie gekoppeld aan openbaar onderwijs en scherp toezicht door het overheidsgezag de godsdiensten er wel onder zullen krijgen. Helaas voor beide heren leert tweeduizend jaar kerkgeschiedenis dat iedere keer dat gesteld wordt dat religie passé is, en men de restjes wil opruimen, de religie toch meer veerkracht heeft dan haar vijanden hadden verwacht. Het kan heel goed zijn dat door de onderdrukking van de laatste resten religie, de pendule opeens een heel andere kant op zwaait. Klever zou zich eens grondig moeten verdiepen in de vraag waarom bv. paus Benedictus XVI spreekt over de positieve kanten van de secularisatie en de scheiding tussen kerk en staat.