Voorlopig einde aan `oude zaak' tegen Samir

Samir A. – inmiddels weer vast – was tijdens het hoger beroep van zijn rechtszaak zaak al bezig met de níeuwe beschuldigingen aan zijn adres.

Toen Samir het laatste woord kreeg, ging hij alvast in op de volgende rechtszaak tegen hem. Vorige week publiceerde actualiteitenprogramma Nova details uit het strafdossier dat justitie heeft opgebouwd tegen Samir A. sinds zijn zoveelste aanhouding, op 14 oktober. Samir, zo hebben criminele informanten verteld aan de politie, beraamde een aanslag op een toestel van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al. De AIVD stelde in een ambtsbericht dat Samir met andere (niet gedetineerde) leden van de `Hofstadgroep' een zelfmoordaanslag wilde plegen op ,,politici en een overheidsgebouw''.

Samir (19), een kleine tengere gestalte in een joggingpak, moest erom lachen. ,,Ik zal bewijzen dat zij liegen'', zei hij tegen de raadsheren van het Haagse gerechtshof, die speciaal voor hem zitting hadden genomen in de speciaal beveiligde rechtszaal in Amsterdam-Osdorp. ,,Maar dat zal ik niet in deze zaak doen.''

De zittingsdag van gisteren ging niet over de nieuwe verdenkingen, maar over oude beschuldigingen aan het adres van Samir: zijn vermeende betrokkenheid bij een gewapende overval op een supermarkt in Rotterdam, het voorbereiden van bomaanslagen op doelen als Schiphol, het Binnenhof en het kantoor van de AIVD in Leidschendam. De rechtbank in Rotterdam sprak Samir hier in april van dit jaar van vrij. De rechtbank oordeelde toen weliswaar dat de spullen die in Samirs Rotterdamse woning waren gevonden – de plattegronden en aantekeningen, de kunstmest, de chemicaliën, elektrische circuitjes, iets wat leek op een geïmproviseerde ontsteker – ,,kennelijk bedoeld waren voor het plegen van enig misdrijf'', maar vond dat niet duidelijk was geworden wélk misdrijf dat dan wel zou moeten zijn geweest. Bovendien, zo vond de rechtbank, was Samir nog ver verwijderd van zijn plannen. Van een deugdelijke `explosieve constructie' was geen sprake, oordeelde het Nederlands Forensisch Instituut. De kunstmest bevatte geen ammoniumnitraat – de mogelijke grondstof van een explosief.

Het OM ging in beroep tegen de vrijspraak. In een juridisch-technisch betoog legde advocaat-generaal (AG) Haverkate gisteren uit waarom. Het OM heeft in hoger beroep de doelen die Samir mogelijk wilde treffen, laten vallen. Want als twee gewapende overvallers met bivakmutsen worden aangehouden op de hoek van straat A en straat B, zo overwoog de AG, hoeft toch niet bewezen te worden welke bank ze gingen beroven: de Rabobank in de A-straat of ABN-Amro in de B-straat? Voor de verdachte spullen gold hetzelfde, aldus de AG. Haverkate eiste daarom dezelfde straf als in eerste aanlag was geëist: zeven jaar, min de drie maanden die Samir in april wel kreeg, wegens de geluiddemper en patroonhouders in zijn woning.

Advocaat Victor Koppe hield het in zijn verdediging simpeler. Volgens hem is er maar één reden waarom Samir terecht moet staan: zijn radicaal-islamitische gedachtegoed. ,,Als dergelijke spullen bij een autochtone puber zouden zijn aangetroffen, zou niemand het in zijn hoofd halen om te denken dat hij aanslagen voorbereidde'', zei Koppe. Hij herhaalde zijn verzoek om de vorige week aangehouden Saleh B. te mogen horen. Deze wordt ervan verdacht een van de overvallers van het Edah-filiaal in Rotterdam te zijn. Koppe zegt ,,concrete aanwijzingen'' te hebben dat B. een agent is van de AIVD. ,,Er is geen dringend belang om deze zaak nu als afgedaan te beschouwen'', zei Koppe. Samir zit toch opnieuw vast. ,,Ik vind dat we dit in alle rust moeten uitzoeken''.

Het Hof vond dat laatste tot nu toe niet nodig, maar hield wel de mogelijkheid open later op deze beslissing terug te komen. Als dat zo is, dan komt er op 18 november geen einde, maar nog een vervolg op de `oude zaak'.