Staatkundig bederf

Feest in de kleinste regeringspartij, D66. Groot enthousiasme over de koene bijna-veertiger Alexander Pechtold, kunsthistoricus, eerst lokaal politicus te Leiden, daarna burgemeester van Wageningen, sinds een half jaar opvolger van zijn tussentijds afgetreden partijgenoot Thom de Graaf als minister van Bestuurlijke vernieuwing en grotestedenbeleid. Is de nieuwe man ideeënrijker gebleken, en succesvoller, op het gebied van de bestuurlijke vernieuwing dan De Graaf was en heeft hij daardoor het hart gestolen van zijn politieke vrienden? Dat zou dan supersnel gegaan en gedaan zijn. Wat een talent moet die nieuwe man zijn, zou je kunnen denken.

Maar zo is het niet. Bij D66 heeft het thema bestuurlijke vernieuwing stilaan de waarde gekregen van zo'n mooie lange regenjas als die waarin Van Mierlo een kleine veertig jaar geleden wandelend langs een stille Amsterdamse gracht werd gefilmd. Zo'n jas die je nog wel eens aandoet, desnoods met een tv-camera van Netwerk in de buurt, maar dan toch om te vertellen dat het heil van en voor de Democraten intussen elders is komen te liggen. Anders gezegd, coming men doen er goed aan bestuurlijke vernieuwing vandaag op een wat lager pitje te zetten, zelfs al zouden zij dat onderwerp als minister in hun portefeuille hebben. De Graaf had dat misschien te laat gezien. Pechtold moet het een én het ander, de noodzaak van dat lagere pitje én De Graafs bijziendheid dienaangaande, direct hebben doorgehad.

Nee, de jongste minister van D66, een profileringskunstenaar die Blokker in de Volkskrant onveranderlijk `het kereltje' noemt, veroorzaakt dat enthousiasme, vooral bij jongere leden van zijn partij, door geregeld te zondigen tegen de regel dat het kabinet met één mond moet spreken. Namelijk door openlijk af te wijken van opvattingen van het kabinet waarvan hij zelf deel uitmaakt. Of zich openlijk, en in polemische zin, te bemoeien met kwesties waarvoor niet hij de eerste verantwoordelijkheid draagt maar andere ministers, die volgens hem `kakelen' of `doemdenken'. Of door zich, bijvoorbeeld inzake de fiscale aftrekbaarheid van hypotheekrente, af te zetten tegen hetzelfde regeerakkoord dat hij nog een half jaar geleden stilzwijgend aanvaardde door minister te worden. Je zou denken dat zijn partijgenoten, en dan in het bijzonder de fractieleider van de Democraten in de Tweede Kamer, daarover bedroefd of verontwaardigd zouden zijn. D66 is veertig jaar geleden immers mede opgericht om de politieke duidelijkheid in dit land te bevorderen. En dan is het vreemd als je eerst, zoals Pechtold, minstens impliciet met iets (een regeerakkoord) instemt en er dan een paar maanden later op gaat afdingen en voor dat afdingen dan eventueel weer eventjes later ook nog eens je excuses aanbiedt. Maar nee hoor, fractievoorzitter Dittrich en vele andere D66'ers lusten daar wel pap van. ,,Alexander, kerel, ga zo door, wij steunen je'', sprak Dittrich zaterdag op het najaarscongres van de partij. Onenigheid met het CDA, met CDA-ministers, is goed voor D66, vond de aftredende voorzitter van de Jonge Democraten, en sprak: ,,Het laat de D66'ers zien dat we toch niet echt bij dit conservatieve kabinet horen''. Dat is een zin trouwens die het qua politieke duidelijkheid verdient om twee keer gelezen te worden. We zitten officieel weliswaar in dit kabinet, maar eigenlijk toch ook weer niet. Vrij naar de dichter Nijhoff: Kijk maar, we zitten niet waar we zitten. In de dagen dat D66 werd opgericht kreeg de toenmalige (machtige) Katholieke Volkspartij verwijten dat zij kampioen van de onduidelijkheid was door als zij met links regeerde almaar naar rechts te knipogen en naar links als zij in een coalitie met rechts zat. Veertig jaar later kunnen CDA'ers D66 zulke verwijten maken. Ze zullen dat met mate doen, want voor D66 geldt in de coalitie wat voor Europa in de VS geldt: soms wel aardig, soms lastig, maar eigenlijk toch nog maar beperkt relevant.

Ooit had het dagblad De Telegraaf een hoofdredacteur (Goeman Borgesius) die er bij zijn redactie de moed in hield door te zeggen: Het doet er niet toe wat er over ons wordt geschreven, als er maar over ons wordt geschreven. Die man zal niet gedroomd hebben dat zo'n ver buiten zijn doelgroep gelegen club als D66 op middelbare leeftijd nog eens datzelfde uitgangspunt zou gaan huldigen. Want dat doen de Democraten wanneer zij, zoals zaterdag op hun congres, in moties uitspreken dat Pechtolds publicitair vruchtbare gebrek aan loyaliteit jegens het kabinet waar hij in zit ,,een bevrijdende werking heeft'' en dat hij ,,moet blijven zeggen waar het op staat''. Je leest dat fractievoorzitter Dittrich en Pechtold, de ontdekker en de ontdekte als het ware, beiden met een hoge graad in het profileringswerk, zo vaak en ook zo goed contact met elkander hebben (dagelijks vele sms'en, een mooie, ja, licht bloederige term in dit verband: ezzemessen). Zouden ze Pechtolds vrolijke provocaties zelfs vooraf met elkaar doornemen? In dat geval zou je mogen spreken van politieke fine tuning, en van monistisch geregisseerd staatkundig bederf. In dat speciale geval zou het ook geen wonder zijn dat die Dittrich daarover vervolgens zo enthousiast doet.

J.M. Bik is medewerker van NRC Handelsblad.