Speerpunt Antillen

De Antillen worden niet Venezolaans. Dat was de geruststellende boodschap die minister Bot (Buitenlandse Zaken) onlangs overbracht aan zijn Amerikaanse ambtsgenoot Condoleezza Rice. Argeloze nieuwsconsumenten zouden zich in gemoede kunnen afvragen of ze iets hebben gemist. Is er sprake van dat Venezuela de Nederlandse Antillen wil overnemen? Niet meteen, hoewel het land historische aanspraken maakt op de Benedenwindse eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao. Maar dat is al eeuwen zo. De zaak zou geen zaak zijn als de Venezolaanse president en tegenstrever van Washington, Hugo Chávez, Curaçao niet tot bondgenoot en geopolitiek speerpunt had gemaakt in zijn conflict met de Verenigde Staten. De Antillen dreigen aldus inzet te worden van een strijd om olie en ideologie, waarbij Nederland uiteraard niet werkeloos kan toekijken.

Venezuela is een van de grote aardolieproducenten ter wereld. Het land was voor Washington een betrouwbaar olieleverancier tot de linksige volksmenner Chávez er president werd. Hij zette vraagtekens bij de vanzelfsprekendheid van de olieleveranties aan Amerika. Contracten kwamen onder druk te staan, de oliestroom zou wel eens kunnen gaan haperen, kortom, Washington moest zich zorgen maken over een afvallige bondgenoot met een strategisch belang in handen – een groot deel van de Amerikaanse energievoorziening.

Curaçao is in deze kwestie het scharnierpunt. Op dit eiland is vanouds de raffinaderij gevestigd waar de Venezolaanse ruwe olie wordt verwerkt. Ooit was dit een dochter van Shell, maar sinds het vertrek van het olieconcern van het eiland, al weer jaren geleden, wordt de raffinaderij geëxploiteerd door het Venezolaanse staatsoliebedrijf Petróleos de Venezuela SA. De Venezolaanse staat, politiek en economisch toch al belangrijk als buurman van de Antillen, is hierdoor een niet te negeren machtsfactor op de eilanden geworden. En daarmee in het Koninkrijk. Venezuela's wil is weliswaar geen wet op de Antillen, maar de invloed van het land groeit er onmiskenbaar. Het heeft er alle schijn van dat Chávez dat bewust nastreeft.

De zorg in Washington over de relatie met Caracas wordt periodiek gebruikt om een oud maar persistent gerucht op te rakelen: de VS zouden als het erop aankomt Cura¸­cao als uitvalsbasis willen gebruiken voor een inval in Venezuela. Minister Pechtold (Koninkrijkszaken) wuifde dit onlangs weg, maar toonde zich tegenover de Tweede Kamer wel ongerust over de toenemende spanningen tussen de VS en Venezuela. Sommige Antilliaanse politici, onder wie de vice-premier, zijn trouwens uitgesproken voorstander van een inniger band met Venezuela. Hoewel buitenlands beleid ook voor de Antillen een koninkrijkszaak is – daar gaan minister Bot en premier Balkenende over – kan de opvatting van een deel van de Antillianen moeilijk worden genegeerd.

De eilandengroep is tot nu toe onvervreemdbaar verbonden met het Koninkrijk der Nederlanden. De lusten en de lasten worden gedeeld, niet tot ieders genoegen. Chávez' politiek werkt steeds meer als een splijtzwam. Het zou niet voor het eerst zijn als een Zuid-Amerikaanse eilandengroep plotseling wordt genaast. Voor Nederland is dat toch iets om rekening mee te houden. Hoe eerder Bot in Caracas achterhaalt wat de bedoelingen zijn, hoe beter het is.