Overschaduwd door de film

De wereld kende hem door de verfilming van The French Lieutenant's Woman (1969), zijn roman over een wetenschapper in de ban van een gevallen vrouw. Maar de zaterdag op 79-jarige leeftijd in Lyme Regis overleden John Fowles is ook de auteur van experimentele moderne klassieken als The Collector en The Magus. Dat die romans minder gelezen worden dan ze verdienen, heeft ongetwijfeld ook te maken met het kluizenaarschap van de schrijver: sinds A Maggot (1985) publiceerde hij geen romans meer en kwam hij nog maar een paar keer in de publiciteit: in 1995, toen hij zich een moeizaam interview liet afnemen dat vier jaar later in de essaybundel Wormholes werd opgenomen; en in 2003, toen hij tegen The Guardian zei dat hij zich hinderlijk ,,achtervolgd'' voelde door zijn lezers.

John Fowles werd geboren in 1926 als zoon van een tabaksfabrikant uit Leigh-on-Sea (Essex), en kreeg een strenge opvoeding – vaak gezien als de oorzaak van zijn venijnige portret van de verstikte Engelse middenklasse in romans als The French Lieutenant's Woman (1969) en Daniel Martin (1977). Na een studie in Oxford, waar hij zich vooral verdiepte in het werk van de Franse existentialisten, doceerde hij Engels op het Griekse eiland Spetsai, de locatie van zijn magisch-realistische roman The Magus, waarin een jonge Britse leraar onder de invloed raakt van een geheimzinnige excentriekeling. Fowles debuteerde in 1963 met The Collector, over een vlinderverzamelaar die een vrouw in de kelder gevangen houdt. Drie jaar later verhuisde hij naar de zuid-Engelse kustplaats Lyme Regis, waar hij tot zijn dood zou blijven wonen.

Lyme Regis is ook de locatie van Fowles' bekendste roman. The French Lieutenant's Woman is een slim geconstrueerd verhaal over een braaf verloofde negentiende-eeuwse paleontoloog, die zich stort in een relatie met een gevallen vrouw. In het boek experimenteert Fowles met verschillende eindes en met knipogen naar de realistische zedenromans van Dickens en Trollope. Je zou zijn pastiche op de Victoriaanse roman kunnen zien als een voorloper van de boeken van Charles Palliser (The Quincunx), Sarah Waters (Tipping the Velvet, Affinity, Fingersmith) en Michel Faber (The Crimson Petal and the White).

Het centrale beeld – volgens Fowles afkomstig uit een droom – dat The French Lieutenant's Woman regeert, is dat van een geheimzinnige vrouw op de pier van Lyme Regis. De meeste mensen kennen het uit de verfilming door Karel Reisz (1981), waarin Meryl Streep de vrouw speelde en Jeremy Irons de man. De film ging net zo vrij om met het boek als Fowles was omgegaan met de Victoriaanse traditie: scenarioschrijver Harold Pinter (onlangs gelauwerd met de Nobelprijs) verplaatste de raamvertelling naar het heden en maakte van het liefdeskoppel twee acteurs die in een negentiende-eeuwse film speelden.

Het succes van de film, die voor een Oscar genomineerd werd, bracht de vooral in de jaren zestig populaire Fowles weer terug in de openbaarheid. In 1982 publiceerde hij Mantissa en drie jaar later de even spannende als geheimzinnige historische roman A Maggot, waarin een onderzoek naar hekserij vanuit verschillende perspectieven bekeken wordt. Daarna was er stilte, hoewel Fowles naar verluidt nog werkte aan talloze onafgemaakte manuscripten – totdat hij in de jaren negentig last kreeg van gezondheidsproblemen.