Op Defensie is veel te veel geheim

Defensie moet minder stukken als geheim aanmerken. Dat vindt de commissie-Lemstra, die onderzoek deed naar het `lekken' van informatie.

In de nieuwe topstructuur van Defensie zijn de commandanten van de verschillende krijgsmachtonderdelen niet langer bij de militaire planning voor de langere termijn betrokken. Nog slechts één generaal, de chef defensie-staf, heeft dagelijks het oor van de minister van Defensie. Dat draagt gevaren in zich, schrijft de commissie-Lemstra in een vandaag verschenen rapport over het lekken van vertrouwelijke informatie door defensie-medewerkers aan de pers.

In het rapport `Cultuur, ondersteund door structuur: hét wapen tegen het lekken van vertrouwelijke informatie' worden een groot aantal aanbevelingen gedaan om lekken te voorkomen. Zo zouden op Defensie minder stukken als geheim of vertrouwelijk moeten worden aangemerkt volgens de commissie is dat nu in 95 procent van de gevallen ten onrechte het geval. Naar het voorbeeld van het NAVO-hoofdkwartier, stelt de commissie voor om op het ministerie van Defensie in Den Haag steeksproefgewijs te controleren of Defensie-medewerkers vertrouwelijke stukken mee naar huis nemen.

Bij het lekken van vertrouwelijke informatie zou, volgens de commissie, consequent aangifte moeten worden gedaan en onderzoek verricht door de Koninklijke Marechaussee. Nu wordt meestal een interne commissie ingesteld, die in veel gevallen geen schuldigen aanwijst. Ook zou meer moeten worden geïnvesteerd in beveiligingstechnologie, meent de commissie-Lemstra.

,,We hebben niet gezocht naar schuldigen'', aldus commissievoorzitter Wolter Lemstra (70, CDA, ex-burgemeester van Hengelo en Leiden). De commissie, waarvan ook de voormalig plaatsvervangend chef defensie-staf en bevelhebber der Landstrijdkrachten M. Schouten deel uitmaakte, heeft vooral naar de motieven van de `lekkers' willen zoeken: ijdelheid, klokkenluiden over vermeende misstanden. En zo komt de commissie in haar rapport te spreken over de `cultuur' van de defensie-organisatie.

,,Het gaat nog steeds om een betrekkelijk gesloten cultuur'', meent Lemstra. ,,Vooral sinds de afschaffing van de militaire dienstplicht is defensie eigenlijk een organisatie zonder achterban, vér van de maatschappij.'' Ook laakt de commissievoorzitter het ontbreken van een `langetermijn-planning' bij defensie. Hij meent dat de ,,vele gigantische bezuinigingen en herschikkingen van de afgelopen jaren te veel top down zijn doorgevoerd. Leg meer uit, geef meer achtergrond aan de leden van de organisatie''.

In deze trant komt de commissie ook te spreken over de nieuwe topstructuur. Daarin zijn vele generaals hun vroegere machtspositie bij de beleidsontwikkeling kwijtgeraakt, ze zijn uitvoerders geworden. De commissie schrijft niet dat dit gegeven `lekken' naar de pers in de hand werkt, maar: ,,Wel heeft de commissie zich de vraag gesteld, zeker in de komende tijd waarin een ieder zich moet vinden in zijn nieuwe rol, of binnen deze structuur de checks and balances en de mogelijkheid voor de operationele commandanten om feed back te leveren op voorgenomen beslissingen, op een juiste wijze zijn georganiseerd''. Elders in het rapport wordt de nieuwe chef defensie-staf op het hart gedrukt ,,direct in contact te treden met militairen om te vernemen wat hen bezig houdt''.

De reorganisatie van de defensietop is tot nu toe vrijwel geruisloos verlopen, hoewel veel hoge officieren in het proces aan macht en invloed hebben verloren. Duikt hier nu, in een rapport over lekken naar de pers, opeens de interne kritiek op in de openbaarheid? Lemstra: ,,Nee, de commissie heeft de reorganisatie beschouwd als een fact of life. Binnen deze structuur, waartoe het kabinet heeft besloten en die door het parlement is goedgekeurd, zal gewerkt moeten worden. Alleen moet er, sprekend over de cultuur van de organisatie, volgens de commissie voor worden gewaakt dat de nieuwe structuur niet vervreemdend gaat werken. Beleid en uitvoering worden gescheiden en het gevaar dreigt dan dat het beleid ten hemel wordt geheven.'' Op die manier, wordt in het rapport geconstateerd, zou kunnen gebeuren dat de uitvoerende commandanten ,,met hun rug naar het grotere defensiebelang gaan staan''.

De commissie-Lemstra was in maart door minister Kamp (Defensie, VVD) ingesteld naar aanleiding van een groot aantal lekken naar de pers – onder meer in deze krant met betrekking tot de Irak-oorlog – waarbij de indruk bestond dat ambtenaren van Defensie informatie aan journalisten hadden verstrekt. De commissie wijst er trouwens op dat veel vertrouwelijke informatie ook buiten het ministerie van Defensie bekend raakt, bijvoorbeeld via de ministeries van Buitenlandse Zaken en Algemene Zaken.

Over concrete lekken laat de commissie zich niet uit. Wel doet zij een flink aantal aanbevelingen ter verbetering van de `cultuur' bij defensie. Zo zouden hoge militairen moeten kunnen toetreden tot de zogeheten Algemene Bestuursdienst, waardoor zij in beginsel ook voor hoge functies bij andere ministeries en overheidsinstellingen in aanmerking komen.