Nieuw debat schept slechts onzekerheid

Omdat de geopolitieke situatie de afgelopen jaren drastisch is gewijzigd, moet Nederland nu een pas op de plaats maken met zijn energiebeleid. Het kabinet moet daarom de voorgenomen splitsing van de energiebedrijven heroverwegen, meent Wouter van Dieren. Voortvarende behandeling van het wetsvoorstel dat de splitsing regelt, is volgens Laurens Jan Brinkhorst echter hard nodig om fundamentele energiekwesties effectief aan te pakken.

Het is goed dat Wouter van Dieren zich in wil zetten voor een toekomst waarin de leveringszekerheid en duurzaamheid van energie centraal staan. Hij heeft een belangrijke bijdrage geleverd om in het `Waddendossier' tot een duurzame oplossing te komen.

Maar de voorstellen die hij vandaag doet als woordvoerder van de door de grote energiebedrijven gesponsorde coalitie tegen de splitsing van deze energiebedrijven, zijn ondeugdelijk. Bestaande onzekerheid over de marktstructuur blijft voortbestaan, consumenten kunnen onvoldoende profiteren van de vrije energiemarkt en gemeenten en provincies blijven gedwongen eigenaar van risicodragende aandelen. En net zo belangrijk: de vraagstukken van klimaatverandering en voorzieningszekerheid worden er niet door opgelost.

Het licht moet blijven branden en het gas moet blijven stromen. Dat vraagt om een goed werkende Europese energiemarkt. Dat vereist een heldere visie op de energiepolitiek die in Nederland en in Europa gevoerd moet worden.

Daarom heb ik recent naast het splitsingswetsvoorstel ook een Energierapport naar de Tweede Kamer gestuurd. In dit Energierapport staan de mondiale vraagstukken van klimaatverandering en voorzieningszekerheid centraal.

De sterk toenemende vraag naar energie maakt Nederland afhankelijker van andere landen. De vraag naar alternatieve energiebronnen wordt urgenter. Daar komt de klimaatproblematiek door de toenemende uitstoot van broeikasgassen nog eens bij.

Deze vraagstukken kan de Nederlandse overheid niet alleen aanpakken. Daarom staat dit kabinet een brede internationale aanpak door overheid en marktpartijen voor. Ik ben er trots op dat dit Energierapport het eerste is dat nadrukkelijk laat zien dat energiebeleid vooral internationaal beleid is.

Maar we moeten ook in Nederland onze inspanningen verder vergroten. Ontwikkeling van duurzame energietechnieken, verdere besparing van energie en verhandelbare emissierechten zijn van groot belang.

Dit kabinet investeert honderden miljoenen euro's extra in duurzame energie en heeft nieuw beleid ontwikkeld om de voorzieningszekerheid te borgen. Ook de Nederlandse en buitenlandse energiebedrijven hebben hieraan bijgedragen, zowel bedrijven met als bedrijven zonder netten.

Dat zal zo blijven. Het bezit van energienetten is geen noodzakelijke voorwaarde om investeringen in (duurzame) productiecapaciteit te kunnen doen. De netten zijn er voor om met een zo hoog mogelijke betrouwbaarheid en tegen zo laag mogelijke kosten elektriciteit en gas naar de klant te brengen. Dat is een publiek belang waar ik voor sta.

Het opsplitsen van de energiebedrijven in een in meerderheid publiek netwerkbedrijf dat de monopolistische infrastructuur voor gas en elektriciteit beheert en een commercieel bedrijf dat actief is in productie, levering en handel van gas en elektriciteit, is een ingrijpende maar noodzakelijke maatregel. Als gevolg daarvan kunnen de bedrijven de waardevolle netten niet meer gebruiken ter ondersteuning van hun commerciële activiteiten op de vrije markt.

Oneerlijke concurrentie als gevolg van kruissubsidies wordt onmogelijk, de netten worden onafhankelijk en zelfstandig beheerd. De kwaliteit en betrouwbaarheid zal toenemen en het toezicht op de markt wordt eenvoudiger. Ik werk daarbij in het perspectief van de Europese ordeningsagenda.

De huidige structuur is onvoldoende transparant en biedt onvoldoende waarborgen. Met splitsing wordt bereikt dat gemeenten en provincies de mogelijkheid krijgen om afstand te doen van de risicovolle commerciële activiteiten van de energiebedrijven, zonder dat ook de netten volledig in private handen komen.

Machtsconcentraties waarbij niet alleen de energiecentrales maar ook de netten in dezelfde buitenlandse handen komen, worden met splitsing voorkomen. Eerlijke concurrentie op de energiemarkt en gemeenten en provincies die geen risicovolle beleggingen hebben: daar profiteert de consument van en nogmaals, dat is een publiek belang.

Uit onderzoek door het kabinet blijkt dat voor splitsing inderdaad kosten moeten worden gemaakt. Gelijktijdig met de splitsing moeten netbeheerders zelfstandiger hun werk gaan doen om zo hun verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de netten beter waar te kunnen maken. Het grootste deel van de kosten van het splitsingswetsvoorstel, zon 80 procent, is puur aan die hoe dan ook noodzakelijke vergroting van de zelfstandigheid toe te schrijven.

Deze kosten moeten in elk geval gemaakt worden, ook in alle alternatieven voor splitsing, waaronder de door de energiebedrijven zelf aangedragen alternatieven. De kosten van de splitsing zelf zijn beperkt.

Bovendien staan tegenover die kosten veel baten, zoals eerlijker concurrentie, meer transparantie op de markt, betrouwbaarder netten, eenvoudiger toezicht en duidelijkheid over de toekomstige marktstructuur. Gesplitst zijn de energiebedrijven miljarden euro's meer waard dan ongesplitst, en daar profiteren gemeenten en provincies en uiteindelijk de burgers ook van.

Sinds het kabinetsbesluit van anderhalf jaar geleden tot splitsing van de energiebedrijven zijn er talloze discussies gevoerd, zijn alle mogelijke alternatieven verkend, zijn vele studies uitgevoerd en heeft afstemming met de Europese Commissie plaatsgevonden. Kortom, er is uiterst zorgvuldig te werk gegaan.

De resultaten van dat alles zijn verwerkt in het welafgewogen en uitvoerig onderbouwde wetsvoorstel dat in september naar het parlement is gestuurd. In diezelfde periode heeft het kabinet op vele fronten gewerkt aan het versterken van de duurzaamheid en voorzieningszekerheid van onze energiehuishouding. De argumentatie van Wouter van Dieren voegt niets nieuws toe.

Het is nu aan het parlement om tot besluitvorming te komen. Met opnieuw een lange periode van discussie en onderzoek en de daarmee gepaard gaande onzekerheid, is onze energievoorziening niet gebaat!

Mr. L.J. Brinkhorst is minister van Economische Zaken.