Imbeciel

,,Sport het is niet een barmhartige waarheid, en er wordt vaak omheen gepraat, maar er is nu eenmaal niets aan te doen sport is voor imbecielen.'' Aldus Rudy Kousbroek ergens in de vorige eeuw. Het had net zo goed vandaag kunnen zijn opgeschreven, want sport is nog altijd voor imbecielen, en die waarheid is mij eerlijk gezegd meer dan barmhartig genoeg.

Ik herinnerde me de woorden van Kousbroek toen ik in de zaterdagkrant een interview met schaatscoach Jac Orie alias `de overtrainde trainer' las. Hoe imbeciel moet een trainer zijn om zelf overtraind te raken?

,,En toen ging langzaam ging het licht uit'', zegt Jac Orie. Tegen de 240 keer per jaar in een hotel slapen (nou ja, slapen, tot diep in de nacht achter een laptop computerberekeningen analyseren, want schaatsen is wetenschap) kon zijn gestel niet op. De coach die het uiterste uit zijn pupillen wilde halen, spaarde zichzelf niet: hij overschreed zijn eigen grens. Dit is werkelijk een interessant gegeven.

In het voetbal zien we ook wel eens trainers hun grenzen overschrijden, maar dat is meestal beursgenoteerde grensoverschrijding of beter gezegd liefdeloze grensoverschrijding. In het geval Orie is zonder meer sprake van een ordinaire obsessie. In pure sport is obsessie een ander woord voor liefde, dat op haar beurt een ander woord is voor imbeciliteit.

Hoewel de opgekrabbelde Orie op doktersadvies grenzen heeft gesteld aan zijn eigen grensoverschrijding ontmoet ik in het interview (goddank) een fanaticus die op een andere dan de sportpagina waarschijnlijk als fundamentalist zou worden weggezet. ,,Ik lees veel boeken over sportpsychologie, maar ik geloof niet in al dat positieve denken. Als iemand slecht rijdt is het slecht, punt uit.''

Orie studeerde bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Schaatsen ziet hij als een onnatuurlijke beweging. Hij bespeurt een conflict: het lichaam verzet zich tegen de combinatie van naar voren bewegen en naar opzij afzetten. Er is een breuk in de symmetrie. Vertel mij wat, dacht ik.

Als amateur-schaatser met onvolmaakte techniek bereid ik me als een professional voor op een serie clubmarathons. Op basis van mijn fysieke conditie zal ik het niet ver schoppen. Voorlopig moet ik het uit de coördinatie zien te halen, maar de breuk in de symmetrie is uiteraard niet zo maar geheeld. Naar opzij afzetten en desondanks heel hard vooruit gaan, daar draait het uiteindelijk om bij het schaatsen.

Wat is beweging, wat is snelheid?

Op training bedien ik me soms van een psychologische truc: ik stel me de persoonlijke stilstand voor, dat wil zeggen, ik zet zijwaarts af, om de voorwaartse beweging bekommer ik me niet. De voorwaartse beweging laat ik aan me voorbijtrekken zoals het decor voorbijtrekt aan iemand, die op een computerscherm een snelheidsspel speelt. Ik sta stil, de wereld komt me tegemoet. Hoe krachtiger de zijwaartse afzet, hoe groter de snelheid waarmee de wereld aan me voorbij raast.

Ik ben me er van bewust dat dit soort experimenten zweeft tussen idiotie en imbeciliteit. Maar Jac Orie zal me er dankbaar voor zijn. Bovendien wil ik wel eens een clubmarathon winnen.