IJsbergen beïnvloeden evolutie van pinguïns

Het afbreken van gigantische ijsschotsen van het Zuidpoolgebied is geen uniek recent fenomeen als gevolg van de klimaatopwarming. Regelmatig blokkeerden enorme brokken ijs de antarctische kust. Het DNA van Adelie-pinguïns vormt daarvan een stille getuige.

Het DNA van Adelie-pinguïns draagt de sporen van oude migraties. Waarschijnlijk waren die het gevolg waren van reuzenijsbergen voor de kust die de weg naar het open water blokkeerden. Dat blijkt uit de vergelijking van de genetische vingerafdrukken van fossiele pinguïns van zesduizend jaar oud met die van moderne Adelie-pinguïns. Biologen onder leiding van David Lambert van de Massey University in Auckland, Nieuw Zeeland publiceren deze uitkomsten deze week in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.

Adelie-pinguïns (Pygoscelis adeliae) broeden 's zomers in ijsvrije gebieden in kolonies van 100 tot wel 17.000 broedparen langs de Zuidpoolkust. De halve meter hoge zwartwitte vogels met een kenmerkende witte oogring zijn over het algemeen trouw aan hun geboortegrond; de pinguïns broeden op de plek waar zij zelf uit het ei zijn gekropen.

Adelie-pinguïns leggen doorgaans twee eieren in een broedseizoen. Bijna een kwart van de jongen gaat echter dood voordat zij zelfstandig zijn en het nest kunnen verlaten. Ook de sterfte onder oudervogels is groot tijdens het broedseizoen. In het droge antarctische klimaat vergaan de resten nauwelijks. Door de jaren heen wordt laag op laag van poep, veren, eierschalen en dode kuikens opgebouwd. Omdat het DNA hierin goed bewaard blijft, ontstaat zo een uniek `archief' van stabiele populaties.

Maar stabiel bleek de onderzochte Adelie-populatie van het eilandje Inexpressible allerminst. In zesduizend jaar tijd waren er grote veranderingen opgetreden in het DNA. Volgens de onderzoekers is dat het gevolg van migraties van pinguïns van de ene naar de andere kolonie. En dat moet haast wel veroorzaakt zijn door mega-ijsbergen die de weg naar de zee blokkeren.

Het gebeurt nog altijd. In 2000 kwam er zo'n enorme ijsschots (B-15 genoemd en meer dan 180 km lang) los van het Ross IJsplateau. De reuzenschots dreef af naar een plek waar veel broedkolonies van Adelie-pinguïns waren, en die raakten daardoor al snel in moeilijkheden. De Nieuw-Zeelandse biologen constateerden een ongewone migratie van pinguïns van de ene naar de andere kolonie. Dat zou eenzelfde genetisch effect hebben als de verandering die de onderzoekers constateerden bij de vergelijking van de genetische vingerafdrukken van de pinguïnkolonie op Inexpressible Island.

Geologen maakten op basis van berekeningen al een schatting dat tijdens het Holoceen, het huidige geologische tijdperk, per honderd jaar zo'n twintig reuzenijsbergen van het Ross Plateau moeten zijn afgebroken. Overigens is ijsberg B-15A tien dagen geleden in kleinere schotsen uiteengevallen. Gisteren toonde de Europese ruimtevaartorganisatie ESA radarbeelden van de gebeurtenissen. Ze zijn gemaakt door ESA's Envisat-satelliet die in maart 2002 werd gelanceerd (www.esa.int). De ijsberg, even groot als de provincie Drenthe, was een restant van een nog grotere ijsberg (B-15) die in maart 2000 was losgebroken van de Ross-ijsplaat (tegenover Nieuw Zeeland.) Hij heeft lang in McMurdo Sound gedreven en blokkeerde met zijn aanwezigheid de afvoer van zeeijs. Lokale pinguïnkolonies werden door gebrek aan open water gedecimeerd. Dit voorjaar raakte de ijsberg flink op drift maar onlangs liep hij vast bij Cape Adare en brak.