Hoe tillen we het kind op en dragen het zinvol

Het commando ,,Opgetild!'', behoort ongetwijfeld tot de basis taalverwerving van kinderen. Het trekkende plekje op de rechter onderrug is waarschijnlijk een fysiek fossiel uit de tijd dat de kinderen dit imperatief om de haverklap en met succes uitkraamden.

Tegen deze rugpijn is de `Hippychick Hipseat' ontwikkeld. De internet-aanbeveling van de Nederlandse leverancier luidt dat deze heupgordel met uitstulping beoogt steun te geven bij het dragen van baby's en kinderen. En iedere ouder weet, steun hebben wij nodig bij het sjouwen van de nazaten.

Het heupzitje is bedoeld voor kinderen vanaf zes maanden tot 3 jaar, afhankelijk van het gewicht van het kind. Volgens de Britse producent zijn kinderen tot dertig kilo op het zitje te dragen. Veiligheidshalve voegen zij daaraan toe dat de draaglast natuurlijk wel afhankelijk is van de fysieke draagkracht van de drager.

De folder belooft: ,,De drager loopt recht en rustig. Het kind zit rustig, comfortabel en op schouderhoogte. Door de schuine stand van het zitje komt het kind automatisch dicht tegen het lichaam aan. Het hoofdje komt op schouderhoogte van de drager (-ster) en heeft daardoor een ruimer gezichtsveld voor meer genegenheid en betere communicatie.'' Of het zitje ruimte biedt voor `meer genegenheid en betere communicatie' is moeilijk te zeggen. Uitgeprobeerd op de eigen kinderen, bijna drie jaar en 10 kilo en net vier met 15 kilo, moet gezegd: het heupzitje draagt heerlijk. Geen kritiek van de drager of de gedragene. Maar is er ook objectieve ondersteuning voor deze beleving? Is het zitje ook echt goed voor de rug?

Bij TNO weten ze onmiddellijk wie in Nederland de deskundige op het terrein van tillen en dragen is: Jaap van Dieën, hoogleraar biomechanica aan de faculteit bewegingswetenschappen aan de VU in Amsterdam. Helaas, professor Van Dieën is niet gespecialiseerd in dragen, maar in tillen. Dat is jammer want het zitje is een draaghulpmiddel.

Internationaal onderzoek naar het dragen van kinderen is er niet, zegt hij. Er staat hem vaag een studie bij over de verschillende manieren van lasten dragen ,,op het hoofd bijvoorbeeld''. Waarmee hij niet wil zeggen dat het gebruikelijk, laat staan aan te bevelen is om een kind voor langere tijd op het hoofd te dragen. Maar een studie naar de verschillende manieren waarop mensen hun kinderen dragen, is er niet.

Veel onderzoek binnen de bewegingswetenschappen wordt namelijk betaald door opdrachtgevers die baat hebben bij verbeterde til- of draagtechnieken in hun bedrijf teneinde de kosten van ziekteverzuim door rsi-achtige klachten te drukken. En je zou inderdaad kunnen zeggen, aldus de hoogleraar, ,,dat de opdrachtgevers voor bewegingsonderzoek niet uit de hoek van de dragende ouders komen''.

Zorgelijker dan een mogelijk verkeerde dracht acht hij verkeerd tillen. Uit onderzoek is gebleken dat rugbelasting van medewerkers in kinderdagverblijven zorgwekkend hoog is. ,,Daarom laat men tegenwoordig kinderen eerst op iets klimmen en tilt ze dan pas op.'' Het beste zou zijn de eigen kinderen via een klimrek, stoel of trap op tilgunstige hoogte te krijgen. Indien die klimmogelijkheid er niet is, dan zo dicht mogelijk bij het kind staan om het, onder de armen, op te tillen. Al kent Van Dieën het heupzitje niet, volgens de tildeskundige is in algemene zin, ,,een last gedragen op de heup een zinvolle benadering van het draagprobleem''.

Voldoet de heupzit toch niet, zo laat de producent weten, dan is hij altijd nog te gebruiken als `reisbelt'.