Het beeld

Als een beroemde filmregisseur iets voor televisie doet, dan is dat direct een evenement. Net als Scorsese's documentaire over Dylan verschijnt de door Quentin Tarantino geregisseerde dubbele slotaflevering van het vijfde seizoen van CSI: Crime Scene Investigation, getiteld Grave Danger, ook snel op dvd.

Gisteren vertoonde RTL4 de eerste helft, volgende week maandag deel twee. Het eerste dat opviel was de achteloosheid waarmee een (commerciële) televisiezender de begincredits onleesbaar maakte met er doorheen geprojecteerde Nederlandse ondertitels. Kan iemand dat dan iets schelen, die gastrollen voor Tony Curtis, John Saxon en voormalig supermodel Lois Chiles? Welzeker!

Ook in andere opzichten lijkt de lopende band van de televisie-industrie voor wonder boy Tarantino een lesje in nederigheid, al voelt de liefhebber en bewonderaar van B-films zich daar zeer wel bij. Hij regisseerde in 1994 al eens een aflevering in het eerste seizoen van ER en heeft plannen om meer te gaan doen voor CSI.

Voor wie de succesvolle serie van producent Jerry Bruckheimer nog niet kent: de belevenissen van de forensische hulpdienst van de recherche in Las Vegas worden inmiddels ook bij wijze van franchise gekloond als CSI: Miami en CSI: NY. Er zijn slechter series, maar het is toch eerder zelf pulpfictie dan een postmoderne reflectie op het misdaadgenre à la Pulp Fiction.

Tarantino heeft zich aan de regels aangepast, zou snel hebben gedraaid en maakt zichtbaar gebruik van de routine die de acteurs met hun personage hebben opgebouwd. Er zitten een paar cinefiele grapjes in, over `King of the Cowboys' Roy Rogers en de serie The Dukes of Hazzard, die net als Curtis' gastrol kunnen worden opgevat als een soort van herinnering aan ouderwets-eenvoudig Amerikaans heldendom; ook de stad Las Vegas belichaamt oude glamour.

De belangrijkste referentie geldt echter een Nederlandse film, die Tarantino zeker kent. Hij woonde en werkte een tijdje in Amsterdam, gebruikte al de hit Little Green Bag van de Zaanse George Baker Selection in Reservoir Dogs en onze gewoonte om mayonaise op de patat te doen in een klassieke dialoog uit Pulp Fiction. Nu parafraseert hij in Grave Danger de apotheose van George Sluizers Spoorloos (1988), net als de eveneens door Sluizer geregisseerde Amerikaanse remake The Vanishing (1993), gebaseerd op Tim Krabbé's novelle Het gouden ei.

CSI-held Nick Stokes (George Eads) wordt dus ontvoerd en levend begraven. Zijn collega's kunnen via een webcam rechtstreeks toezien hoe hij lijdt. Zou Tarantino ook de Nederlandse televisiefilm Necrocam (Dana Nechushtan, 2001) kennen? Onwaarschijnlijk, en net even anders, omdat daarin via de webcam de ontbinding van een lijk op het net wordt gezet.

Het meesterschap van Tarantino blijkt dan toch door de manier waarop hij muziek gebruikt en de close-ups van de overbekende, in dit geval ontzette CSI-gezichten, als ze met hun collega meelijden. Ecce homo, dacht ik, en Erbarme dich. Maar je kunt het ook gewoon als een lekker griezelige wegwerpserie bekijken: ook goed, natuurlijk.

Ik denk wel dat we maandag het slot van de remake The Vanishing zullen zien, waarin de kistbewoner gered wordt, en niet het radicaler einde van Spoorloos.