`Gratis museum is principieel juist'

De PvdA bepleitte gisteren een nieuw kunstbeleid in de nota `De Kracht van Kunst'. De partij sprak daar voor met vele betrokkenen. De kunstwereld reageert welwillend op de plannen.

Vincent van Gogh zat in zijn jonge jaren dagelijks in het Rijksmuseum langdurig te kijken naar Het joodse bruidje van Rembrandt. Entree hoefde de doodarme schilder niet te betalen, want het Rijksmuseum was toen gratis. In 1923 kwam daar een einde aan, net als aan de kosteloze toegang tot het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Het Rijksmuseum, het Stedelijk Museum en de andere musea moeten (weer) gratis worden, om te beginnen één dag per week. Dat stelt de PvdA voor in het gisteren verschenen boek de Kracht van Kunst, waarin de grootste oppositiepartij een nieuw kunstbeleid formuleert. Kosteloze toegang is een van de manieren om meer jongeren, allochtonen en laagopgeleiden te laten deelnemen aan cultuur.

De kunstwereld lijkt de nota welwillend te ontvangen. ,,Het is goed dat een politieke partij weer eens een visie op kunst neerlegt'', zegt directeur Gitta Luiten van de Mondriaanstichting. En de gratis entree is daarbij ,,één van de aardige ideeën'', vindt Luiten. ,,In Engeland zijn musea gratis en dat zorgt voor hoge bezoekersaantallen.'' In dat land betaal je wel voor tentoonstellingen, maar niet voor het bekijken van de vaste collectie.

Dat is ook principieel juist, vindt Frank Lubbers, waarnemend directeur en hoofdcurator van het Van Abbemuseum: ,,Want de musea en collecties zijn met belastinggeld opgebouwd.'' Het Van Abbemuseum heeft gemerkt dat gratis toegang veel bezoekers trekt. Lubbers: ,,Bij omvangrijke verbouwingen zijn we gratis open en dan hebben we wel twee of drie keer zoveel bezoekers als gebruikelijk. Vorig jaar hadden we bij gratis openstellingen op donderdagavond soms wel duizend bezoekers.''

Het idee van de PvdA past volgens Ton Bevers, hoogleraar cultuursociologie aan de Erasmus Universiteit, bij de rol van de overheid in de kunsten: ,,Al decennia zijn politici het over die rol eigenlijk wel eens: behoud van erfgoed, ontwikkeling van hedendaagse kunst en bevordering van deelname aan de kunst. Bij dat laatste hoort gratis toegang.'' Net als de voorgestelde verdubbeling van het budget voor projecten, waarmee instellingen meer jongeren en allochtonen proberen te lokken.

De overheid bemoeit zich in Nederland te veel met zaken rónd de kunsten zoals financiering en maatschappelijke betekenis: ,,Het is daarom prima dat de PvdA de overheid meer op afstand wil zetten.'' Nu nog beslist de Tweede Kamer over de subsidies, na een zwaarwegend advies van de Raad voor Cultuur. Volgens de PvdA moet de minister van Cultuur, en dus niet een staatssecretaris, straks met de Kamer in debat over de hoofdlijnen, terwijl een `kunstraad' beslist over de subsidies.

Een waardevolle gedachte, zegt woordvoerder Monique Brok van de Raad voor Cultuur: ,,Zo wordt de Kamer in elk geval verlost van het lobbyen door culturele instellingen.'' De nieuwe kunstraad lijkt op de Britse Arts Council, die vooral podiumkunsten beoordeelt. Brok: ,,Zo'n `smalle' kunstraad is een interessante denkoefening, maar vooralsnog hechten wij aan een `brede' cultuurraad.''

Als de PvdA in 2007 in het kabinet komt, is het de vraag wat de partij van deze kunstnota in het regeerakkoord krijgt. Het is dus ongewis welke plannen verwezenlijkt worden. Wie betaalt bijvoorbeeld de gratis toegang? De musea zelf hebben de entreeinkomsten hard nodig. Het Rijk dan? ,,Gratis toegang is een mooi ideaal'', laat directeur Ronald de Leeuw van het Rijksmuseum weten via zijn woordvoerder: ,,Maar het moet niet zo zijn dat touroperators allemaal hun bussen met bezoekers op de gratis dag laten komen.''