Eureka in het brein

Vroeger kon men hersenen pas onderzoeken als de eigenaar was overleden. De komst van de fMRI-scanner, die de bloedtoevoer in het brein meet, brengt daarin een ommezwaai. In de scanner zie je de hersenen actief aan het werk. Sindsdien maakt het onderzoek aan het menselijk brein een stormachtige ontwikkeling door. ,,Ik wil begrijpen hoe we iets begrijpen'', de Nijmeegse onderzoeker Pim Haselager.

En lukt dat al?

Haselager: ,,Het blijft ongelooflijk ingewikkeld, hoor. Er bestaan tientallen verschillende soorten van begrijpen. Een daarvan is inzicht, het Aha-gevoel als je iets hebt opgelost. Amerikaanse psychologen gaven een proefpersoon in een scanner bijvoorbeeld drie losse woordjes (`recht, werk, tuin') waarbij hij dan een passend combinatiewoord (`bank') moest verzinnen. Op het moment dat zo'n oplossing hem te binnen schiet, licht in de scanner steeds een bepaald hersengebiedje aan de rechterzijkant van het brein op. Kennelijk zit daar een hersencentrum voor de `Aha Erlebnis', het Eureka-gevoel als je ineens iets snapt. Maar wat gebeurt er nou precies? Welke rol speelt dat hersengebiedje? Je kunt met een scanner geen gedachten lezen, je ziet alleen dat het er kennelijk `iets mee te maken heeft', relevant is voor een bepaalde taak. Maar je kunt met een scanner niet tot op celniveau kijken. Bovendien kamp je met een kleine tijdsvertraging, want het toestromende bloed reageert iets trager dan de hersencellen zelf. Door de resultaten uit de scanner te combineren met onze modellen voor kunstmatige intelligentie hebben we zo de rand gelegd van een puzzel met miljoenen stukjes.''

Dat Eureka-gevoel is dus één vorm van begrijpen.

,,Een ander voorbeeld is dat je snapt wat een vriend of vriendin je probeert duidelijk te maken. Het lijkt erop dat dit inzicht niet is aangeboren. Het begint zich pas te ontwikkelen als een baby van zo'n negen maanden oud is. Dat begint met het delen van aandacht: het kind snapt dat zijn moeder ergens naar kijkt en gaat daar ook naar kijken. Je inleven in de gevoelens, verlangens en meningen van anderen is nog een hele stap verder. Dat heeft veel te maken met patroonherkenning en dat inzicht groeit met de jaren. Je kunt het trainen. Inlevingsvermogen wordt in verband gebracht met een tamelijk frontaal liggende hersenstructuur, die betrokken is bij hogere cognitieve functies, zoals het aansturen van de motoriek en misschien ook het vermogen om plannen te maken. Recentelijk werd in Californië ontdekt dat hier veel zenuwcellen of neuronen van een bepaald type liggen, zogenaamde spindel- of spoelneuronen, waarvan zo'n 85 procent pas na het eerste tot derde levensjaar tot ontwikkeling komen, alleen bij mensen en hogere apensoorten zoals chimpansees en bonobo's. Nu beginnen we echt te watertanden. Ligt hier de oorsprong van de menselijke cultuur, die maakt dat wij verder gaan dan eten en gegeten worden?''

E-mail: dezeweekspreekt@nrc.nl