`De president' nog huiveringwekkend goed

De spelers van 't Barre Land zoeken eenzame toneelteksten op. De stukken vallen op door hun gesloten karakter. Ongenaakbaar is bijvoorbeeld De president van Thomas Bernhard. Of Eindspel en Beckett 'n Eggs van en naar Samuel Beckett. Toneelteksten die geïsoleerde personages tonen in een wereld die langzaam desintegreert. Het sterkste, schitterende voorbeeld hiervan is De president uit 1975. Niet de staatsman zelf is aan het woord maar zijn vrouw, `mevrouw de president', die in een woedende, volkomen doorgedraaide monoloog haar gal spuwt op alles wat het geluk in haar bekrompen leven bedreigt.

In 1975 was in Stuttgart het proces begonnen tegen de terreurgroep Rote Armee Fraktion. Regisseur Claus Peymann van het Staatstheater Württemberg bracht De president op het moment dat er in politiek opzicht van alles begon te schuiven. Die lading is nu, dertig jaar later, verdwenen. Gelukkig heeft 't Barre Land niet geprobeerd het stuk actueel te maken. Maar de huiveringwekkende kracht is gebleven. Speelster Margijn Bosch als mevrouw gaat met duivels genoegen tekeer en weet de liaanlange slingerzinnen van Bernhard adembenemend te nemen. Aanleiding van het stuk is de zojuist gepleegde moordaanslag op de president die hij heeft overleefd. Wel is bij deze actie haar lievelingshondje Voltaire gedood.

Actueel maken, nee. Eerder ouderwets. De badkuip uit een andere eeuw blaast stoom af. Op ironische wijze nemen de president en de masseur daarin plaats, alsof ze in een treincoupé door de wereld reizen. Margijn Bosch krijgt geen verbaal tegenspel. De andere rollen zijn zwijgend. Ze kan tieren wat ze wil, er komt geen weerwoord. Dat maakt haar steeds geëxalteerder spel met driftige passen en felle gebaren nog verontrustender. Bedreigde machthebbers zijn doodeng. Je kunt het ook anders zien: de angst voor terreur maakt mensen gek. Beide interpretaties zijn passend, en dat maakt De president tot een onverwoestbaar toneelstuk waarin de taal glorieert. In het tweede deel neemt de president (Vincent van den Berg) zelf het woord en komt alles wat de vrouw eerder eerder in het stuk beweerde in een schril en bijna pervers licht te staan.

Van heel andere orde is de voor toneel bewerkte novelle De namiddag van meneer Andesmas (1962) van de Franse schrijfster Marguerite Duras. Hierin overheerst tijdloze verstilling. De oude meneer Andesmas heeft een huis gekocht voor zijn dochter. Terwijl de man wacht op de aannemer, danst op het dorpsplein zijn dochter met diezelfde aannemer. Bijna abstracte filmbeelden van lege landschappen en een dorpsplein glijden achter de spelers (Daphne de Winkel, Martijn Nieuwerf en Peter Kolpa) voorbij. Duras seelt een soms diepzinnig spel met herinnering, identiteit, vaderlijke verwachting en de eigenwijsheid van het kind. De beide stukken vullen elkaar aan, als een tweeluik. Woede tegenover stilte. Een explosie als een kogelschot en melancholie.

Voorstellingen: De namiddag van Meneer Andesmas van Marguerite Duras en De president van Thomas Bernhard door 't Barre Land. Gezien: Stadsschowburg, Utrecht en Theater Frascati, Amsterdam. Tournee t/m 29/11. Inl.: www.barreland.nl; 030-2316142.