De oerdubbeldekker

Vroom & Dreesmann was het warenste huis van alle warenhuizen in Nederland. Met topkwaliteit elektrische naaimachines, breed elastiek, sterke herenpantalons, gereedschap en speelgoed. Gereedschap is er niet meer, de naaimachines verdwenen, kleren werden mode en in een verloren hoek stond nog wat speelgoed, maar het rammelde.

Dat vonden ze zelf bij V&D. Ze zeiden op het hoofdkantoor, wat is een warenhuis zonder een sterk assortiment speelgoed? En ze vroegen zich af – nog maar twee jaar geleden – hoe kom je eigenlijk aan speelgoed? Dat moet je inkopen. Daar heb je een inkoper voor. Hebben we een speelgoedinkoper? Nee. Dan wijzen we er een aan, zeiden ze ter vergadering.

Zo ging het, zegt Guus van Oorschot. Hij was net van school en nog maar kort in dienst bij het warenhuis toen zijn chef hem bij de koffieautomaat plompverloren zei dat hij vanaf nu inkoper speelgoed was. Hij schrok er van.

Hij wist niet meer van speelgoed dan wat hij er vroeger in de box van opgestoken had. `Buyer Toys', staat nu op zijn visitekaartje.

Hij reisde hoofdsteden van de wereld af om in warenhuizen te kijken hoe het moet en nam een styliste in dienst die op haar beurt opdrachten verdeelde onder ontwerpsters die nieuwe knuffels moesten bedenken en houten speelgoed.

Vorige week werden in alle vestigingen van V&D nieuwe speelgoedafdelingen geopend met een eigen merk speelgoed voor kinderen van 0 tot ongeveer 7 jaar. Frendz is het V&D huismerk. Er zijn ook kinderkleren van en er wordt een snoeplijn Frendz ontwikkeld.

Het speelgoed is erg meidig, zo op het eerste gezicht. Van Oorschot heeft het ook alleen over vrouwelijke ontwerpers. Het wordt in Nederland ontworpen en in China gemaakt. Door fatsoenlijke fabrikanten, zegt de inkoper, dat hoopt hij in elk geval vurig. Het is V&D-beleid om alleen met bedrijven samen te werken die door de beugel kunnen wat arbeidsomstandigheden betreft. Maar de controle is moeilijk, zo ver weg, de inkoper moet vertrouwen op andere partijen in de branche.

Speelgoed ontwerpen lijkt eenvoudig, maar is heel moeilijk, dat weet een kind. Je moet weten hoe de wereld in elkaar zit, of op zijn minst een fiets. Ontwerpen voor de nieuwe V&D collectie werden soms op het nippertje afgekeurd omdat ze niet aan het eerste vereiste voldeden. Je kon er niet mee spelen.

Van Oorschot vertelt hoe een van de ontwerpsters een fietsje had bedacht. Ze had nog nooit eerder een fiets getekend. Waarschijnlijk kon ze zelfs niet fietsen, want toen het prototype uit het atelier kwam bleek dat het niet sturen kon, alleen maar rechtuit.

Het is aan de speeltjes van Frendz te zien dat V&D zich nog niet aan avonturen waagt. Degelijk spul, vooral in het veilige pluche. En weer een kopie van het treintje van Brio.

Maar wat een mooie dubbeldekker opeens tussen alle zachte diersoorten. De rode bus van Londen. Al vaak als speelgoed nagemaakt, liefst zo nauwkeurig mogelijk. Die van Dinky Toys brengt goud op in de antiekwinkel.

Deze is van hout, geschikt voor kinderen vanaf 3 jaar oud. En het is geen kopie, maar eigenlijk de essentie, het wezen van de dubbeldekker. Was ik maar kunstrecensent, dan had ik er de woorden voor. De ziel van de bus in hout gevangen.

Het dak kan er af. De vloer van de bovenverdieping kan er met passagiers en al uitgetild worden en daarna ook de benedenverdieping. Precies wat je nodig hebt als je een walvis naar het ziekenhuis moet brengen.

De bus van 35x22x11 centimeter met vierentwintig losse goedgehumeurde passagiers kost 19 euro. Complimenten aan de ontwerpers van Frendz? Nee aan de inkoper. V&D kan zijn speelgoedlijn nog niet helemaal in eigen huis ontwerpen en koopt op de wereldmarkt ook speelgoed dat aan de nieuwe hoge eisen van het warenhuis voldoet.

De bus voldeed.