Crisis: Albanië `stikt'

Een stroomtekort verlamt Albanië en brengt het land ,,op de rand van de verstikking''. De Albanese regering heeft zich de afgelopen dagen tot alle nabije en verre buurlanden gewend in een poging een door het stroomtekort veroorzaakte economische crisis af te wenden.

Oorzaak van het tekort aan elektriciteit is de aanhoudende droogte. Albanië is voor zijn stroomvoorziening aangewezen op waterkracht; het placht ooit stroom te exporteren, al is het daar inmiddels al jaren niet meer toe in staat.

Door de droogte zijn de waterreservoirs dermate geslonken dat stroom is gerantsoeneerd. In de grote steden wordt nog maar vier uur per dag stroom geleverd, op het platteland nog minder. Alleen voor ziekenhuizen, bakkerijen, regeringsinstanties en ambassades bestaan geen belemmeringen. In Tirana hangt een blauwe mist – resultaat van de uitstoot van de talrijke generatoren die aan het werk zijn gezet. De prijs van gas – alternatief bij het koken en stoken – is in een week met bijna 50 procent gestegen.

,,Het land balanceert op de rand van de verstikking'', zei gisteren een woordvoerder van de Kamer van Koophandel in Tirana. Hij zei dat de energiecrisis – de ergste in tien jaar – de stoot kan geven tot een economische crisis. Nu al zou de privésector een verlies van 800 miljoen dollar registreren.

Premier Sali Berisha vroeg gisteren zijn Macedonische collega Vlado Bučkovski om hulp: hij wil dat Macedonië zijn import van Griekse energie naar Albanië omleidt omdat Macedonië die zelf niet nodig heeft. Hij wil ook meer water uit het Ohrid-meer (op de grens van beide landen) dan afgesproken gebruiken voor de Albanese stroomvoorziening.

Daarnaast heeft Albanië zich voor hulp gewend tot Griekenland en Servië, met het verzoek gebruik te mogen maken van hun elektriciteitsnet, en tot Italië, Roemenië, Bulgarije en Oekraïne met het verzoek om extra energieleveranties. De ramp is des te groter voor Albanië omdat de energieprijzen hoog zijn en omdat al vijftien jaar niet of nauwelijks is geïnvesteerd in de modernisering van de energiesector, dit hoewel de consumptie van energie elk jaar met 6 procent is gestegen. Aangezien dertig procent van de consumenten zijn rekening niet betaalt of kan betalen was er nooit veel geld voor die modernisering. Minister van Buitenlandse Zaken Besnik Mustafa kon het gisteren niet laten de dit jaar afgeloste socialistische regering een sneer te geven: die had het huidige bewind met de verwaarlozing van de energiesector en met maatregelen, die energie-aankopen in het buitenland bemoeilijken, ,,een giftig cadeau'' nagelaten.