Bezinning nodig over energiebeleid

Omdat de geopolitieke situatie de afgelopen jaren drastisch is gewijzigd, moet Nederland nu een pas op de plaats maken met zijn energiebeleid. Het kabinet moet daarom de voorgenomen splitsing van de energiebedrijven heroverwegen, meent Wouter van Dieren. Voortvarende behandeling van het wetsvoorstel dat de splitsing regelt, is volgens Laurens Jan Brinkhorst echter hard nodig om fundamentele energiekwesties effectief aan te pakken.

Als het aan de minister van Economische Zaken ligt wordt nog vóór het kerstreces een wetsvoorstel door de Kamer gejaagd dat een grootschalig energiemarktexperiment inluidt zoals dat elders zijn gelijke niet kent. Het wetsvoorstel voorziet in een splitsing van de energiebedrijven in afzonderlijke handels- en leveringspoten, die dan kunnen worden geprivatiseerd, en transport- en netwerkbedrijven.

De idee hierachter is dat de vier grote Nederlandse elektriciteitsbedrijven Nuon, Essent, Eneco en Delta te klein zijn om zelfstandig te overleven en derhalve – indien geprivatiseerd – op een dag overgenomen zullen worden. Hou het net dus in publieke handen, dan biedt dat enige bescherming tegen dit geweld, redeneert de politieke linkervleugel. Neoliberalen zeggen: splits de netten af, dan worden de grote vier gedwongen productie en handel efficiënter te maken.

Over dit voorstel is grote ophef ontstaan. Het gaat om een dossier van 24 miljard euro, de overleving van grote bedrijven, het verlies van duizenden arbeidsplaatsen, klimaat en consumentenbelangen. Maar het gaat vooral over de sinds kort totaal veranderde energiesituatie in de wereld.

In de Memorie van Toelichting wordt in ongewone superlatieven over het wetsvoorstel gesproken. Alles wordt efficiënter, betrouwbaarder en duurzamer. De concurrentie eerlijker, investeringen beter op elkaar afgestemd, stroomstoringen beter voorkomen of sneller opgelost. Optimalisatie van bedrijfsprocessen, kwaliteitsverbetering, afstemming met Europa. Het is te mooi om waar te zijn, en het is dan ook niet waar.

Inmiddels ligt er een stapel rapporten en adviezen waarin van het wetsvoorstel weinig heel blijft. Geen van de beoogde doelstellingen is elders aangetoond: het gaat hier vooral om marktfantasieën. Ironisch is dat ex-minister van Economische Zaken Wijers, Brinkhorst ervan beticht het investeringsklimaat te bederven. De Raad van State heeft kritisch geadviseerd. In een analyse van Oxford University voor het Landelijk Medezeggenschapsplatform Energiedistributiebedrijven (LME) worden het wetsvoorstel en de onderliggende verwachtingen doorgelicht en afgewezen. Marktwerking in de elektriciteitssector voor de kleinverbruiker is vrijwel onmogelijk. Privatisering heeft nergens in Europa geleid tot de verwachte positieve effecten, zoals de Energieraad (AER) concludeert.

Het gaat om een dure operatie. De kosten ervan belopen honderden miljoenen. Schattingen lopen op tot 1800 euro per aansluiting, en die kosten komen ofwel bij de consument ofwel bij de aandeelhouders terecht, dus ook weer uiteindelijk bij de consument.

De hele kwestie krijgt een extra dimensie door de zo openlijk beleden afkeer van de minister van een normale industriepolitiek. Keer op keer laat hij weten dat hij geen aanjager wil zijn van bedrijfsleven en industrietakken. Hij is er voor de markt en de consument. In Zweden en Denemarken heeft men nu op de rem getrapt en van ooit met Essent en Nuon vergelijkbare energiebedrijven, Vattenvall en Dong, in korte tijd grote Europese spelers gemaakt, een welbewuste industriepolitiek met grote werkgelegenheidseffecten en innovatieresultaten. In ons land bestond ooit een vergelijkbaar visionair initiatief, het GPB ofwel Grootschalig Productie Bedrijf, dat helaas van tafel is verdwenen.

Concurrentie in de elektriciteitssector bestaat alleen in beperkte zin tussen oligopolische giganten op Europees niveau die de markt hebben verdeeld, en Brussel zal ze niet aanpakken. Schröder en Chirac hebben begrepen dat je de controle over het `vuur van de economie' niet in vreemde handen geeft. Electricité de France (EDF) wordt voor 15 procent geprivatiseerd, en geen enkele investeerder mag meer dan 4 procent in handen krijgen. De as Berlijn-Moskou gaat over gasleidingen en honderden miljarden aan investeringen en contracten, en niet over spelletjes met marktwerking in Saksen-Anhalt of Saarland. Wereldwijd zijn de geopolitieke verhoudingen totaal veranderd. Het besef is algemeen dat het einde van het rijke energietijdperk snel nadert, en de wedstrijd om de laatste voorraden is begonnen, tegen een decor van een gevaarlijk wordende klimaatverandering. Europese regelgeving eist deze splitsing niet, die dan ook in de rest van Europa niet aan de orde is. De Europese elektriciteitsmarkt doet precies het omgekeerde van wat er in Nederland gebeurt of dreigt te gebeuren. Aan de buitenkant lijkt het of er sprake is van een veelheid aan marktpartijen. Realiteit is echter dat het hier grotendeels gaat om kolossale oligopolies, met Rusland en China aan de top, maar ook in de VS steeds manifester.

In 1974 werd de Bezinningsgroep Energiebeleid opgericht, een informele denktank van wetenschappers, industriëlen, bestuurders en politici. Dezezorgde ervoor dat de toen geplande drieduizend megawatt kernenergie niet doorging en dat de energiebesparing met groot succes werd doorgevoerd. In 1982 werd het initiatief genomen tot de Brede Maatschappelijke Discussie over het energiebeleid. Daaruit groeide het `Warnsbornoverleg' met de elektriciteitssector, waaruit een baaierd van succesvolle beleidsconcepten is gegroeid. Zoals de windenergie en de warmtekrachtkoppeling WKK, die na twee decennia van stormachtige groei door de liberalisering de laatste jaren is gestabiliseerd. Bijna 700 megawatt WKK heet nu niet meer rendabel te zijn, louter omdat het beleid foute uitgangspunten hanteert.

In de laatste scenario's van de World Business Council for Sustainable Development (WBCSD) wordt de alarmbel geluid: het gaat goed fout, alles moet uit de kast worden gehaald om op tijd de wereldenergievoorziening veilig te stellen. Daartoe zijn visie, investeringen en kapitaalkrachtige bedrijven absolute voorwaarden. Daarom is een time-out gewenst, een pas op de plaats om het hele beleid te heroverwegen.

Een vereiste is een nieuwe samenwerking in de vorm van een Energie Forum Nederland, waarin overheid en het maatschappelijk middenveld van milieu, energie, consumenten, vakbonden en bedrijfsleven hun krachten bundelen. Het probleem is te groot om aan politici over te laten. Een Manifest hierover wordt morgen aan een 50-tal personen uit deze sectoren voorgelegd.

Wouter van Dieren is met Eric Jan Tuininga oprichter van de Bezinningsgroep Energiebeleid en lid van de Club van Rome.